WAT HEBBEN DE BOEKEN VAN JOZEF RULOF VERANDERD IN MIJN LEVEN?! 
Als kind zijnde ben ik katholiek opgevoed. Daar was toendertijd eigenlijk niets mis mee. Ik heb het zelfs nog gepresteerd om misdienaar te worden bij de paters Redemptoristen in Azelo, waar in mijn jeugd retraites en bezinningsdagen werden gehouden voor mensen die katholiek waren. Als ik zondags naar de kerk ging, viel mij het meeste op dat er altijd mannen waren die tijdens de dienst achter in de kerk stonden. Het waarom is mij tot op de dag van vandaag nog steeds niet duidelijk. Terugkijkend moet ik concluderen dat het geloof me weinig heeft gedaan. Wel dacht ik in mijn tienerjaren vaak: Hoe kan God zijn geboden zo maar veranderen? Als voorbeeld: Je kon ook op zaterdagavond ineens naar de kerk, in plaats van op zondag. Biechten, wat eerst geregeld moest, hoefde op een gegeven moment nog maar één per jaar voor de Pasen.

Toen ik volwassen werd, gingen er nog veel meer dingen door mijn hoofd spoken. Ik kon maar niet begrijpen, dat er zoveel mensen waren, die net als ik waarschijnlijk in de hel zouden komen. Dat was iets wat er bij mij niet in kon. Toch maakten die 'dreigementen' van de kerk mij wel angstig. Kort voor we trouwden ben ik overgestapt naar de Mormonen. Dat hield in: een tiende van je bruto salaris inleveren als dank aan God. Je mocht niet roken, geen alcohol drinken en geen koffie. Mormoonse zendelingen uit Amerika kwamen wekelijks bij ons over de vloer om ons te onderrichten in hun boek van Mormon -- dat was hun profeet -- voordat we definitief lid werden van de kerk, genaamd: De Kerk van Jezus Christus van de heiligen der laatste dagen. Zij dachten ook dat het einde der tijden binnen afzienbare tijd over ons zou komen en dat we in de laatste dagen leefden voordat Christus terug zou komen. Achteraf gezien kan ik niets anders concluderen, dat we toendertijd zijn gehersenspoeld. Ze waarschuwden ook altijd: als je geen lid meer van de kerk wou zijn of je uit liet schrijven, dan werd je 'afgesneden' zo noemden ze dat en dat was definitief: er was geen weg terug. Een aantal jaren heb ik het bij deze kerk volgehouden -- met steeds meer tegenzin -- tot ik de definitieve knoop heb doorgehakt en ons heb laten uitschrijven.

Ik was het hele geloofsgedoe onderhand dik en dik zat en besloot me nooit meer te laten verleiden om me aan te sluiten bij de één of andere kerk. Al de geloven hadden voor mij afgedaan, met andere woorden ik moest er niets meer van hebben. Dan maar naar de hel, dan wist ik in ieder geval zeker, dat ik daar niet alleen zou zijn en dat was voor mij een hele troost. Ondanks dat ik van geloven niets meer moest weten, hield het spirituele mij wel bezig. Ik ging me steeds vaker afvragen, wie God dan wel niet mocht zijn? Een tiran? Iemand die mensen naar de hel schopt? Ja, zeggen de kerken, dan moet je maar naar God luisteren en zijn geboden ? waar de kerken je dood me gooien? Nou voor mij bestond zo'n God van liefde niet en ik moest van zo'n God niets hebben. Ik kon dat gewoon niet begrijpen. Daar kwam ook nog bij, dat we maar één leven hadden en dan was het voor mij nog veel oneerlijker. Zo heb ik een aantal jaren doorgemodderd tot in de beginjaren negentig, toen het fenomeen Jomanda de pers en televisie haalde. Nieuwsgierig als ik was, ben ik daar samen met mijn vrouw Diny, verschillende keren heen geweest. Via haar ben ik in contact gekomen met de boeken van Jozef Rulof. Zij had het een keer over, dat mensen die angst voor de dood hadden, of wilden weten wat er na hun dood zou gebeuren, het boek Een Blik in het Hiernamaals van Jozef Rulof eens moesten gaan lezen, dan zouden hun vele dingen duidelijk worden.  Zo gezegd zo gedaan. De andere dag direct naar de bibliotheek om het boek te lenen.

Dit heeft mijn wereld totaal veranderd. Het was of ik thuis kwam van een lange onzekere reis, vol met valkuilen en gaten. Verschillende dingen werden me duidelijk ondanks dat er nog heel veel vragen voor mij bleven bestaan, waar ik nog steeds geen antwoord op had. De God van liefde kreeg opeens gestalte op een manier, die ik nooit voor mogelijk had gehouden. Desondanks grepen me nog vaak de twijfels aan van: veronderstel dat dit niet waar is wat ik lees, wat dan? Het klonk me te mooi in de oren, dat heel veel puzzelstukjes op zijn plaats waren gevallen. Desondanks ben ik door blijven lezen, eerst via de bieb en later heb ik me alle boeken aangeschaft inclusief de cd's. Op een gegeven moment was mij heel veel duidelijk als ik het vergeleek met het leven van de mens op aarde. Toen ik alle boeken gelezen had, dacht ik bij mezelf: Zo, ik heb mooi wat geleerd en de angst voor de dood kan ik van me af zetten. Tegen anderen verklaarde ik heel vaak, dat ik nog nooit zo makkelijk had geleefd. Ik hoefde me nergens geen zorgen meer over te maken. Mijn leven liep ook van een leien dakje. Na het maar steeds weer lezen van de boeken kwam ik er achter, dat daarmee de kous nog niet af was. Ik kon andere mensen wel vertellen hoe het in elkaar zat, maar een belangrijk iets was ik vergeten. Iets wat als een rode draad door de boeken van Jozef Rulof loopt:LIEFDE! Je kunt wel een mooi verhaal ophangen en het vertellen, maar dan zul je er ook naar moeten leven, anders heeft het geen zin. Met andere woorden, door de buitenwacht wordt je afgerekend op wat je verkondigt. Dat is een hele klus voor mij geweest om deze liefdesboodschap in te passen in mijn leven. Ik kan u wel vertellen, dat zoiets met horten en stoten gaat. Verschillende keren betrap ik mij er nog op, dat ik weer in de fout ben gegaan.

Maar toch durf ik ook te verklaren, dat ik hierin wel gegroeid ben. Steeds meer laat ik het oordelen en veroordelen links liggen en bemoei me daar niet meer mee. Daar ik inzie, dat het over een ander praten in negatieve zin steeds minder in mijn straatje past - ik kan wel bijna zeggen, dat ik daar niet meer aan mee doe - komt er weer iets anders om de hoek kijken, wat daar een grote rol in speelt. Naar verjaardagen gaan, trekt me niet meer, omdat daar ontzettend veel geroddeld wordt over een ander. Mensen die zich daar vaak aan schuldig maken, laat ik links liggen. Niet omdat ik een hekel aan ze heb, maar in dat geroddel en geklets heb ik geen zin. Ik maak zelf nog wel eens vaak de vergelijking met mensen, die zondags trouw naar de kerk gaan. Aan hun handelen door de week zou je dat niet zeggen. Ik bedoel hier dus mee: wat ik mondeling uitdraag, wil ik ook in mijn leven proberen toe te passen en dat lukt me steeds beter. Nog steeds ben ik bijna dagelijks bezig met stukken te lezen uit de boeken. Ondanks dat ik vele al meer dan twee of drie keer heb gelezen, kom ik steeds weer nieuwe dingen tegen, die mij opvallen. Jozef Rulof heeft dan ook gezegd: dat je met de boeken nooit uitgelezen bent en dat klopt. Nu in 2007 gaat het me steeds beter af om een ander niet meer te veroordelen. Ieder heeft zijn eigen bewustzijnsgraad en daar moet ik respect voor opbrengen. Daarom kun je ook nooit een ander mens met jezelf vergelijken. Iedereen denkt, dat zij het goed doen en wie mag ik dan niet wezen om daar commentaar op te leveren? Samengevat: De boeken van Jozef Rulof hebben mijn leven echt veranderd.

Mijn zoektocht naar God heb ik gestaakt, omdat God in mij is en in alles wat er om mij heen leeft. Overal zit het Goddelijke in. God is geen zichtbaar wezen, maar heeft zich gemanifesteerd door de mens, de bomen, bloemen, dieren, en alle andere dingen. Asielzoekers zijn bij mij welkom. Ik hoor een ander wel eens zeggen, ze komen hier profiteren van onze welvaart, ze pakken ons werk af, en ons land wordt overvol. Nu weet ik: mocht ik daar hinder van ondervinden, dan kan ik dat terugvoeren op een vorig leven (oorzaak en gevolg). Ieder mens die ik tegenkom, groet ik. Natuurlijk niet in een overvolle straat, want dan zou men mij snel voor gek verklaren. Maar gewoon buitenaf of op een rustige weg groet ik iedereen. Mocht ik wrok koesteren tegenover een medemens -- wat bijna niet meer voorkomt -- dan probeer ik daar zo snel mogelijk verandering in te brengen, want aan Gene Zijde zou mij die wrok belemmeren in mijn vooruitgang. Ieder mens is voor mij gelijk. Of het nou een rijke is of een zwerver, dat maakt me niets uit. Waarschijnlijk zal ik nog meer aandacht schenken aan de zwerver dan aan de rijke, omdat die het meer nodig is. Ik oordeel en veroordeel niemand meer. Hoe zou ik dat kunnen, als ik zelf in een vorig leven hetzelfde waarschijnlijk gedaan heb. Alles heeft met bewustzijn te maken, heb ik nu geleerd. In het begin, probeerde ik de mensen te veranderen, doch daar ben ik mee gestopt omdat dat totaal geen nut heeft, als ze er niert voor open staan.

Een ander zal mij soms wel eens voor gek verklaren, als ze mijn uitspraken aanhoren. Dat interesseert me helemaal, maar dan ook helemaal niets, omdat ik zeker voor mezelf weet, dat ik de waarheid spreek. Toen ik nog werkte, en iemand zat met levensvragen, dan zei men altijd, ga maar naar Henk Roesink, want die weet overal een antwoord op. Op mijn afscheidsdag bij de Post waar ik 35 jaar heb gewerkt kreeg ik van de manager nog een titel mee: Hij noemde mij de filosoof van het Postkantoor. Een GELOOF ben ik niet meer nodig, omdat het voor mij een WETEN is geworden. Gods wegen zijn voor mij niet meer ondoorgrondelijk, maar zo duidelijk als maar kan. Ik weet wat mijn fouten zijn en probeer daar aan te werken. Het geeft ook voldoening daarna, als je voor jezelf later vast kunt stellen, dat wat dingen je veel beter af gaan. Als tip wil ik iedereen nog meegeven: Laten we alleen nog maar positief over andere mensen praten, hoe moeilijk dat soms ook is.  
Dit is mijn ervaring:
Henk Roesink.  






 

Google Analytics Alternative