JEUS VAN MOEDER CRISJE 2
Jeus roept u toe: Gelooft het: een DOOD is er niet. Sterven is verdergaan. Sterven is EVOLUTIE! En God verdoemt niet!!!  Blz. 7
De mens is een raar wezen. Hij rent ondoordacht door het leven, beleeft z’n pretje en z’n narigheden, van eiges - hij verkoopt bovendien z’n onzin - voelt en denkt in een eigen bepaalde richting; hij liegt en bedriegt bewust en onbewust, hoort soms niets van hetgeen in zijn naaste omgeving gebeuren gaat, doch staat open voor goed en kwaad, voor duizenden zaken, maar kent tenslotte zichzelf niet!  9 b.
Je wandelt thans in de omgeving van ‘n mens die leven en dood kent. Het is het geluk, dat boven alles uitstijgt en met saggerijnig gedoe van de mensen niet te maken wil hebben, het omvat alles! Onze Lieve Heer en Zijn engelen hebben er mee te maken. En thans heet zo’n hartelijkheidje ‘menselijke liefde’!  46 o.
Jan weet, daarvoor heb je gevoel nodig! En gevoel is voor ‘n mens iets bijzonders. Er gaan levens voorbij, voordat de mens iets heeft geleerd.  50 o.
Fanny weet precies wanneer zijn baasje komt, hij wacht reeds aan de poort. Fanny kan op ‘n klokje kijken en dat ding, ook weer een machine…zit binnen in zijn hartje, zijn hondeziel. Maar Jeus is het, die het laat rinkelen. Hij doet dat, door aan Fanny te denken. Dat kan eigenlijk elk mens en is niets bijzonders, maar probeer het eens.  53 m.o.

 

Deze levens zijn door een onzichtbaar koordje met elkaar verbonden, maar het is hierdoor ook, waardoor alles betekenis heeft gekregen en dat God van al het leven zo heeft gewild! Zij beleven deze éénheid! Door deze onfeilbare gevoelskracht, spreekt het éne leven tot het andere en eerst dan handelt het innerlijke leven van de menselijke machine.  53 o.
Zwaarmoedigheid om niets, het is het gebukt gaan van tevoren en mensen met een geloof, een Onze Lieve Heer, doen dat niet en daar voelt Crisje ook niets voor.  55 b.m.
Crisje heeft altijd gezegd: ‘As de minse gin zurge meer hebbe, dan zuuke ze en make ze niije’.  55 o.
Onze Lieve Heer zegt: ‘Indien je zelf zorgen schept, bezwijk je. Ik geef je nét zoveel dat je ze kunt dragen. Als je niet luisteren wilt, moet je dat zelf weten, maar Mijn leven zúl je aanvaarden, omdat je hierdoor als mens leeft en Mijn wetten leert kennen.’  56 b
Maar wat zijn jammers? Heeft de God van al het leven ‘jammers’ geschapen? Je hoort het dagelijks, duizende mensen hebben het over: wat jammer is dat! Wat jammer is het, dat had ik moeten weten. Maar je ziet het, ook Jeus liep dat voorbij en had het te aanvaarden. En achter dit alles leeft de eigenlijke wét, waarvan de mensheid niets weet, omdat de menselijke ziel én de geest nog moet ontwaken. Doch het ‘leven’ is het, waardoor je die wetten leert kennen.  56 m.

Onze Lieve Heer wil, dat ‘ZIJN’ kinderen álles van ‘HEM’ onderzoeken en het énige goede, voor zichzelf en voor ‘ZIJN’ ruimte behouden!  59 m.
Je moet willen stijgen boven het puntje van de kerk uit, want het is daar boven, waar je dit gevoelsleven beluisteren en bevoelen kunt en dan spreekt "HIJ’ als ‘n liefdevolle Vader tot je ‘ikje’!  68 m.o.
Vele mensen kregen, voordat ze zouden sterven, ‘n overheersende gevoeligheid te beleven en dán wisten ze van alles te vertellen, dat later waarheid bleek te zijn.  78 b.m.
Crisje zegt: Onze Lieve Heer zal wel weten waarom dat zó is. En met de zaken van Onze Lieve Heer hoeft ‘n mens zich niet te bemoeien. Mensen willen alles anders zien. Maar weten de mensen niet, dat Onze Lieve Heer Alwetend is? Je hebt jezelf er maar bij neer te leggen. Onze Lieve Heer becritiseren, is duivels gedoe en daar leent zij zich niet voor en heeft ook de Lange alles van geweten. Dag en nacht kreeg hij het op z’n vestje gespuwd: Geloof is geloof en als je geloven wilt, doe het dan goed en blijf met je handen van zaken af, die Onze Lieve Heer toebehoren of er blijft van ál dat mooie niks over.  79 m.

De mens wil liefde en geluk, maar er komt ‘n tijd, dat wij voor dat geluk moeten vechten. Zijn wij er niet toe in staat, dan vallen er slachtoffers. Nogmaals, Crisje, iedereen kent het. Ik heb je lief! Maar morgen? Overmorgen ? Wat bleef er van die liefde over? De één leeft nu ergens anders, kreeg andere liefde, gaat wéér verder om ook dat leven uit te zuigen en staat opnieuw voor deze wetten en problemen die ons door het leven worden opgelegd, maar waarvan Onze Lieve Heer de ruimte én, lieve Crisje, de noodzaak kent en wil zeggen, léér je dan nooit niks?  89 b.m.
Neem je het leven verkeerd in je handen, dan slaat het je terug, het is een wet en heeft elkeen rekening mee te houden. 95 o.
De menselijke slaap is een gezegend iets. Wat het eigenlijk is, men weet het niet, maar je hebt je slaap dringend nodig, omdat je tijdens je slaap nieuwe krachten opdoet of de organische stelsels van de menselijke machine zouden bezwijken.  107 b
Indien je die gedachten natuurlijk en volgens de wetten van de ruimte had beleefd en ze had willen bedenken, dan was er niets gebeurd, niets, doch van binnen hoopten zich die gedachten op, totdat het een berg werd van onuitgedachte gevoelens en toen stikte de persoonlijkheid.  108 m.o.

Het leven is een zegen, het leven is een hemel op aarde, als je de hemel maar wilt zien. 118 b.
Kan een Toren van David vader helpen? Néé, want vader heeft hem gezegd, dat hij het zelf moet doen en dat hij daar voor Onze Lieve Heer werkt.  136 m.
Jeus heeft nu reeds de echte Onze Lieve Heer van het stuk steen waaronder miljoenen mensen lijden en Hem verafgoden, vrij gemaakt! Jeus heeft je de ‘levende God’ geschonken! En dit bewustzijn heeft geen stuk steen meer nodig om er door te bidden, om God te zoeken, Jeus doet dat direct tot de Goddelijke reine klaarte.  145 o.
Als je een kind moet verliezen, Jan, is dat geen sterven voor jullie, maar een verder gaan, evolutie is het! Je kunt haar door te bidden toch niet behouden. Zij moet, deze ziel dan, verder, steeds verder, om tot haar God terug te keren! Aan een graf neerliggen en je leeg schreiën, helpt je niets.  146 b.
Hij treedt nu buiten z’n lichaam. Hij ligt daar en slaapt in, maar speelt en dolt met z’n liefde, in de wereld van José ne Casje, de wereld, waar de Lange is, Peter en miljoenen andere mensen, maar waarvan de rest van deze mensheid de kern nog niet kent en voor ongelofelijk houdt.  171 o.

Eén week is nog geen eeuwigheid, maar één week heeft zeven dagen en dat zijn weer zoveel uren en als je jezelf dan geen seconde rust gunt om eventjes slechts op verhaal te komen, dan duurt zo’n week ontzettend lang en komt de overspanning op je leven af en tenslotte, de zenuwachtigheid en dié is het, die de menselijke machine laat tuffen. Meteen kun je bewijzen wat er in je zit. Nu draai je op volle toeren, maar wanneer je thans weet waarvoor je die hoogspanning ondergaat en je jezelf tóch, ten koste van alles in het maatschappelijke gareel houdt, gebeurt er niets met de innerlijke machine. Nu ben je bovendien in staat om in hachelijke momenten ‘n besluit te nemen.  175 b.
Waar Trui niet aan denkt, is voor Crisje het verschrikkelijke, maar dat is voor Trui geen nieuws. Als je trouwt, hoort dat er bij maar is voor Crisje nú iets afgrijselijks. Jeus heeft gelijk, dit is het! Zij moet er niet aan denken, maar dat hoort er bij! Toen Trui dat zei, had zij haar Gradus nog. Nu is Gradus weg en staat zij voor die woorden, doch Crisje voor heel iets anders. Dit, wat Jeus zei en dat is já gans verschrikkelijk. Je bent er zelf bij. De deuren van je Tempel móéten geopend worden. En nu komt het! Wat je in reine liefde hebt beleefd en kon aanvaarden, stuift thans die zaal binnen en zet daarin, wat in en dóór liefde een plaats kreeg, alles op stelten, smijt wellicht daarin alles door elkaar, maar daarin leefde haar Lange, haar ziel én zaligheid.  198 o.

De mens vertikt het om goed over z’n medemens te denken. Hij vertikt het! Maar eens kan er iets gebeuren. En dan sta je voor jezelf én dat geroddel.  199 m.
Van eiges, Jeus, bun ik bliij, maor giij mot dat nie’t doe’n. Giij mag ow nie’t dood schoefte.’ Hij lacht, van geluk kriebelt z’n machientje en hoort Crisje:… ‘Ik wil mie’n eiges veur ow graag dood schoefte, moe’der. Dat is ‘t mooiste wat ter is, veur ow doe’k jao alles.’ 
214 o.m.
Ook al ben je maar ‘n werkman, je hebt jezelf voor de maatschappij te verzorgen. Niet alleen van buiten,  maar vooral van binnen. Néé, duizendmaal néé, Crisje kun je niets geven. Zij… kent het leven en het eigen volk. Waar zij dit vandaan heeft, zij weet het niet. Natuurlijk van Onze Lieve Heer, maar het behoort tot de geestelijke adel! Crisje kun je zó, ook al loopt ze op klompen, ‘n kroon op haar hoofd zetten. Nú is zij een geestelijke-koningin! Nooit heeft ze eens gelogen! Nóóit niet, dat bestaat niet! Nooit kun je bij haar komen om ‘n mens af te maken, want dan krijg je er zelf van langs!.  217 o.
Ongemerkt, eigenlijk zonder dat je het weet, is ‘n week, ‘n maand en ‘n jaar voorbij en ben je ouder geworden, wellicht iets verstandiger ook, want elke dag kun je iets leren indien je er voor voelt, of het leven staat stil. Wie nu gezond is en kan denken, kan z’n handen vouwen en dankbaar zijn, maar wie dat niet wil, krijgt ook geen andere gedachten te beleven, niets van hetgeen boven het menselijk denken en voelen uitgaat en soms van Onze Lieve Heer is, dat echter ‘n openbaring kan zijn voor jezelf!  229 b.

Mensen die over alles nadenken wat het leven hen te dragen geeft, zijn ook meestal voorbereid; die mensen vallen zomaar niet in ‘n menselijke of maatschappelijke sloot, deze persoonlijkheden waken over zichzelf, ze zijn altijd en eeuwig voorzichtig en dat is het, waardoor ze zichzelf voor het ongekende leven beschermen. 229 b.m.
Gezonden van geest en lijf zoeken soms de meeste narigheid. Die mensen zie je dagelijks, ze smijten met geluk. Die donderen het geluk zomaar van zich af, die gaan ook over lijken; het zijn de mensen, die vandaag zeggen: ik hou van je, ik bedank je voor alles, ik kan je niet missen, ik heb je zo nodig en zonder jou ben ik niks, maar morgen?  229 o.m.
Ook bij de wilde Indianen ziet hij zichzelf terug. In het oude Egypte ziet hij zichzelf en zijn Crisje als ‘n ‘Mummie’! Héremetied, Lange, is dat wat? En toch ben je dat en die naast je ligt, is de ziel van je Crisje. Dezelfde ziel, Lange! Want je krijgt maar ééns in je leven één ziel van Onze Lieve Heer, waar je het héél ‘ZIJN’ eeuwigheid mee moet doen.  238 o.m.
Er is een wereld, Crisje, voor ziel en geest. Ook al willen de mensen dat nog niet geloven, die wereld is er! En nu zien wij twee verschillende gevoelsuitingen, die de mensen liefde noemen en thans voor deze werelden worden beleefd. Die van ziel en geest, daar moet je voor vechten. Die andere kun je kopen!  257 o.m.

Crisje heeft nergens last van, zij ziet er goed uit en is mooi ook. Omdat haar innerlijk leven zo schoon is, straalt die machtige kracht over haar gelaat. Vonkelende liefde is het, die je van Crisje krijgt en voor Jeus alles is en thans ‘n ander krijgt, zomaar voor niks!  265 o.
Een meisje te bezitten is als een paradijs. Maar dat is Betje niet. Betje is nog geen Crisje. Wanneer hij een vrouw zoekt, moet dat meisje zijn als Crisje is. Moeder is lief en zacht. En tegen snauwen kan hij niet, die Betje snauwt. Door dat snauwen gaat ‘n man kapot. Moeder snauwt nooit. Hij weet nu ineens, dat hij van Crisje blijft houden. Je moet de mensen niet dood maken, als ze iets verkeerds doen, dat mág niet. Hij houdt zoveel van moeder, dat hij haar alles kan vergeven. En dat wil Onze Lieve Heer ook.  270 m.
Wat is kussen? Waarom doen ze dat? Dat doen ze, omdat ze van binnen iets hebben te zeggen, maar dat doen ze nu op de lippen.  270 o.
Vreemd is het, ziet ze, ze kijkt naar z’n snuit en volgt in gedachten haar leven met Jeus. Door dit leven kon zij, voor hij geboren was, vliegen. Met dit leven was zij in het Voorhof van Onze Lieve Heer en heeft zij ‘n paradijs beleefd.  274 b.m.

Eén ding staat vast… alles is liefde… voor deze liefde zijn er miljoenen gestorven, werden miljoenen kinderen van één Vader op brandstapels neergelegd, vochten moeders voor en kwam ‘HIJ’ voor naar de Aarde, want deze ‘liefde’ blijft eeuwigdurend bestaan, sterft niet, omdat deze gevoelens dienen…!  284 m.o.
Wie kan zich buigen voor de ruimtelijke wetten? Dát is een groot mens Crisje, zij, de Lange en Jeus hebben het gekund!  285 b.
Hij voelt dat bloed niet, ook die zielen niet en kan niet genieten van die heerlijke praatjes, waardoor voor je Lange en jou het leven inhoud had, ruimte ook en hij nog te leren heeft. Wil je het leven in je opnemen, dan ga je door je kinderen heen, nu volg je die zieltjes als vader en moeder volkomen en is dit je geluk, je taak voor dit leven en betekent vanzelf ook je gelukzaligheid.  290 b.
Hoofd op…Crisje, aan de andere kant is weer ‘n zon, ook ‘n stuk land te zien en daarginds wacht je eigen Lange? Als die er niet was geweest, ze weet het, was zij al bezweken, maar uit die bron put zij thans om ook deze taak af te maken, zo goed als het kan!  292 o.
En toch moet je verder en vooruit, steeds verder, goed maken wat je eens misdeed, want dat is het toch. 296 b.m.
Wij hebben allemaal fouten en dit is de stuwende kracht en haar bezieling, ook de onuitputtelijke liefde, waardoor zij dit leven telkens weer opvangt.  297 m.

Jeus, het is hier zo wonderlijk mooi. Je kijkt terug in je eigen leven en dat is nu het leukste. Ik voel mij zo gelukkig als ik weer even Crisje voel en zie. En jij kent dat allemaal. Is het niet, Jeus?’  317 m.
Ook zij krijgt haar eigen liefde te beleven en die jongen is er al, maar Jeus is het niet. Miljoenen zielen leven er op Aarde en denken: ik wil die hebben, maar die is juist voor ‘n ander en ook dan staat de mens voor wetten, waarvan hij diepte, noch de oorsprong beseffen zal, omdat die tot het innerlijke leven behoren en daarvan weten ze niets, niks eigenlijk, dat leven moet zich aan de persoonlijkheid openbaren.  327 o.
Het beste is, om nu geen vragen te stellen en alles in dankbaarheid te aanvaarden, omdat ‘de mens wikt, maar ‘HIJ’ beschikt’ nog altijd ons geloof en onze hoop is, met de dáárachter levende liefde erbij of het was nog maar ‘n kat in de zak!  331 m.
Maar wat kan de mens op eigen kracht, Crisje? Niks! Jij weet het, velen weten het. Geef je dus over, wees dankbaar en gelukkig indien zo’n snoertje je met ‘n ruimte verbindt, meer is er niet voor nodig, het gaat nu vanzelf, omdat het menselijke leven zich openstelt.  331 o.

Indien u nu denkt, hoe ziet Onze Lieve Heer eruit, moet ge eerst door miljoenen kinderen van ‘HEM’ …. heen, wilt gij ‘HEM’ zelf zien en bereiken. Maar achter dit alles leeft ‘HIJ’, vanzelfsrekend alweer, als het voor het goede wordt gedaan en het leven erdoor ontwaakt, want dát is de bedoeling.  336 o.m.
Elke jongen, elk meisje, staat eens voor het ongelofelijke ogenblik, de menselijke liefde, het vader- en moederschap. Dat spreekt vanzelf, dat is natuurlijk, hiervoor leeft de ziel en dat is de bedoeling van God. Een machtiger geluk kan zich de mens niet indenken, dit is alles!  379 m.
Hij ligt aan je voeten en hij zet zijn leven voor je in, dat kan Jeus en hij doet het, nooit meer kijkt hij naar een meisje. Wat hij je te schenken heeft is trouw, liefde, vrede en geluk, rechtvaardigheid, welwillendheid, ga verder, noem de lieflijkheden van de mens op, je vindt al die eigenschappen in hem terug.  380 o.m.
Jij zult dienen! Jij zult voor Onze Lieve Heer werken, Jeus. Al de groten hebben klappen gekregen door de liefde, juist die gevoelens, Jeus, hebben hen versterkt, hierdoor kregen zij ‘n ander bewustzijn. Indien je maar weet, alles is goed!  412

Achter de sluier leeft de meester van Jeus… hij is het, die al de wetten van God bewust heeft beleefd en thans voor Onze Lieve Heer een taak zal volbrengen, waarbij ál de jongens van de Lange behoren, elkeen naar eigen kracht en bewustzijn!  419 o.
Het machtige wonder, dat de moeder bezit, waardoor kinderen op Aarde komen, dat is van zo’n enorme kracht en zo heilig voor zijn persoonlijkheid, waar alleen de engelen van Onze Lieve Heer alles van weten, doch ook hij door aangeraakt werd.  420 o.m.
Welnu… goede reis, Jeus… én geluk. Jij hebt het verdiend!
In de hemelen weten ze wanneer je de allereerste aanraking voor de stad beleven zult. Weet echter, Jeus, jij zult de Universiteit van Christus bouwen! Dag allen! Vergeet hem niet! Hij is leven, ziel, geest, licht, maar vóór alles… ‘Liefde!’  422 o.








Google Analytics Alternative