ZEI DIE TERUGKEERDEN UIT DE DOOD.
De tweede titel van Jozef Rulof, ‘Zei die terugkeerden uit de Dood’, is eveneens een uitstekende kennismaking met zijn reeks boeken.
Jozef werkte geruime tijd als genezend medium. 

Onder leiding van zijn geestelijke leider Alcar genas hij vele mensen. 

Andere mensen die bijna aan het eind van hun aardse leven waren, kon hij door zijn genezende uitstraling helpen in hun laatste dagen op aarde. 

Dikwijls kon hij door zijn helderziendheid contact houden met deze mensen tijdens en ook na hun sterven op aarde. 

In dit boek lezen we hoe drie van zijn patiënten na hun dood terugkeren naar Jozef om hem en de mensheid te vertellen over hun ervaringen.De eerste patiënt heeft tijdens zijn leven een onvoorwaardelijke liefde gegeven aan alle mensen die zich tot hem richtten. Zijn sterven verloopt heel rustig en ingetogen, omdat hij als geestelijke persoonlijkheid zich tijdens zijn leven al heeft losgemaakt van aardse gevoelens. 
We kunnen lezen op welke wijze zijn geest zich tijdens het sterven losmaakt van zijn aardse lichaam, en hoe hij ‘gehaald’ wordt door zijn overleden zoon. 
Een liefde die over de dood heen zielen met elkaar verbindt.

In het tweede deel vertelt Jeanne hoe zij tijdens haar sterven veel last heeft van de droefheid van haar zuster die voor haar zorgt. Haar zuster wil Jeanne voor het aardse leven behouden, en Jeanne ervaart dit als ‘weerstand’ die het moeilijk maakt voor haar om van het aardse bestaan afscheid te nemen.
Het derde deel draagt als ondertitel: ‘De terugkeer van iemand die spotte met
hetgeen hij niet begreep.’ Die ‘iemand’ is Gerhard, een kennis van Jozef Rulof. 
Gerhard spot met het idee dat er een geestelijke wereld zou bestaan. 
Zijn motto luidt: ‘dood is dood’ en ‘de doden moet je laten rusten’. 
Jozef kan hem niet overtuigen dat de ‘doden’ zelf tot hem zijn gekomen om de mensheid van hun hemels leven te overtuigen.
Gerhard sluit zich volkomen af voor deze geestelijke wetenschap.

Na zijn dood komt Gerhard terecht in een astrale sfeer, die door zijn afgeslotenheid vorm heeft gekregen. 
Hij vindt zichzelf opgesloten in een soort van astrale ‘bunker’ waar hij niet uit kan totdat hij zich innerlijk opent voor de geestelijke waarheid van een voortleven na de dood. 
Hij moet tot zijn wanhoop ervaren dat de astrale sfeer een perfecte spiegel betekent van zijn innerlijke gevoelens.
Na zijn ‘terugkeer uit de dood’ vertelt hij aan Jozef over zijn verschrikkelijke strijd ‘op leven en dood’ om zijn ongeloof, zijn spot en zijn afgeslotenheid.





Google Analytics Alternative