FYSISCHE WONDEREN GENEZEN U NIET. 
Als André op die morgen ontwaakt, weet hij hoe te moeten handelen. De zittingen worden stilgelegd. Maar meester Alcar brengt hem eerst nog door een deur; een ‘dématerialisatie’ komt er tot stand bij licht; vier mensen zien het wonder geschieden en verklaren André voor een hemels wonder. Doch de volgende dag is hij door de duivel, door satan bezeten. Van dat machtige wonder is niets meer over; de mensen zijn er angstig voor, ze willen er niets mee te maken hebben. ‘Ziet u’, komt er over zijn lippen, als hij aan zijn kringleden denkt, ‘moet ik daarvoor dienen? Ik ben voor al die mensen des duivels. Néén, duizendmaal néén, ik luister naar Meester Alcar en de zijnen! 
Meester Alcar begint aan de geestelijke opvoeding van André. Zijn instrument leert de wetten van Gene Zijde kennen. Bij terugkomst op Aarde wordt zijn reis beschreven. De eerste boeken komen al uit, maar zijn ontwikkeling gaat steeds verder. 

KOSMISCH BEWUSTZIJN. 
André leert nu ál de wetten van God kennen. De eerste ‘tien’ boeken bewijzen het aan uw leven. Hellen en Hemelen openen zich voor zijn persoonlijkheid. Hij moet thans bewijzen wat hij wil! Maar staat telkens wéér op, ook al vreten de occulte wetten zijn menselijk hart kapot, ook al staat hij voor de dood, voor zélfmoord en duizenden andere gevaren; hij kruipt steeds wéér, door het ‘Goddelijke Oog’, het Goddelijke Licht van zijn meester naar één plek op Aarde, waar het álles van God, ook voor zijn leven gestorven is. Golgotha! Hij bezwijkt elke dag minstens tien maal, maar weet wat hem na dit afschuwelijke leven op Aarde te wachten staat; hij weet wat hij door de Meesters van zijn eigen leven en persoonlijkheid kan maken. Hij gaat verder, niets houdt dit leven tegen, niets, hij dient als André, waartoe thans Dectar behoort voor het geluk, de ontwaking van deze mensheid. Boek ná boek komt uit! Dectar heeft zich aan zijn leven geopenbaard, het Oude Egypte neemt hem op, de Tempel van Isis krijgt voor zijn leven een Goddelijke Persoonlijkheid; André en Dectar zien terug in het oude verleden. Meester Alcar kan hem schenken wat hij zélf wil; de hemelen zien op zijn leven neer en André is gebleven het kind van Moeder Crisje. Van dikdoenerij, menselijke verwaandheid, eigen dunk, domme ijdelheid, bleef dit leven vrij, omdat het de waarachtigheid heeft leren kennen. Maar dit dienen is zwaar, onmenselijk eigenlijk, tóch zet hij stap voor stap, overwint hij de werelden voor het menselijke bestaan op Aarde, hij maakt reizen door het Universum met zijn geliefde Meester Alcar, die nog steeds voor hem een vader en moeder, een zuster en broeder is, een Engelenkind zal blijven. Een hemels contact is er opgebouwd! 
Als André denkt, dat hij er nu bijna is, moet hij aanvaarden, dat zijn Meester eigenlijk pas begonnen is. De Macro-kosmos staat voor zijn leven, de wetten van God moeten verklaard worden, de ‘Eeuw van Christus’ gaat beginnen. 

HET GENOOTSCHAP ‘DE EEUW VAN CHRISTUS’ 
‘Mijn God, O, mijn God’, smeekt hij, ‘wat wilt u van mijn leven? Hij roept om Crisje, hij praat met haar vanuit de ruimte, hij staat wéér voor 'n ander bezwijken, waarvan hij de wetten en de ruimten te overwinnen heeft. En weer maakt zijn Meester hem vrij van zijn stofkleed, wéér voert men dit leven naar de allerhoogste Meesters aan Gene Zijde, wéér buigt hij, aanvaardt hij wat men op zijn schouders wil leggen, omdat hij ziet, hoe noodzakelijk het is, dat deze Mensheid weet! André gaat verder, maar de oorlog nadert. Wij werken nu aan de ‘Volkeren der Aarde’ en... aan de ‘Kosmologie’ van uw leven. André maakt tijdens uw laatste Oorlog duizenden uittredingen voor deze boeken, voordat Meester Alcar eigenlijk eerst aan de uitwerking, de waarachtige reis met zijn instrument kan beginnen. Maar wanneer André ook daarvoor gereed is, verlaten wij, Meester Alcar en André  en uw dienaar Zelanus... de Aarde om ál de Goddelijke wetten, ál de Scheppingen Gods tot ontleding te brengen. In de Kosmologie leest u over al deze heilige zaken. 
Maar tijdens dit werk krijgt hij de gegevens om het ‘Genootschap de Eeuw van Christus’ op te richten. Hij kán alles  alléén niet meer aan, er is hulp nodig van anderen, willen de Meesters hun leer opbouwen, willen zij de Volken der Aarde met hun Universele levens verbinden. Het werk vlot, wij sturen de helpers tot hem; André aanvaard ze één voor één. Allen hebben contact met Gene Zijde. Allen hebben door hun vorige levens verbinding gekregen met de Meesters, waarvan de inspirators aan deze zijde leven. Elkéén krijgt een eigen taak toebedeeld. De Tempel, de ‘Universiteit van Christus’ is het doel van de meesters; vanuit deze Tempel zullen de ‘Volken der Aarde’ voedsel ontvangen. André krijgt bericht, dat zijn éigen Volk het is, zijn eigen landje het zal zijn, dat dit Goddelijke geschenk zal bezitten! De verkregen stof gaat over Alles, wat de Aarde tot nu ontvangen heeft. André dringt door zíjn contact dieper in het leven, de occulte wetten, dan er één occultist heeft bereikt. De boeken, ‘Geestelijke Gaven’ die inmiddels werden beleefd en geschreven, tonen dat aan. Maar nog is het niet voldoende, het Goddelijke Werk, waarvoor hij staat, moet nog beleefd, ontvangen, geschreven worden. Dát is de ‘Kosmologie’ voor uw leven! 

DE KOSMOLOGIE VOOR UW LEVEN. 
De Oorlog gaat voorbij, de helpers zijn verrukt over de gang van zaken. Maar nu moet hij reeds vaststellen, dat de ‘eigen persoonlijkheidjes’ steeds overheersen. Hij stelt vast dat al die mensen geen begrip hebben om het hoofd te buigen; hij moet aanvaarden, dat zij eerst zichzelf zoeken, voordat zij zich wíllen en kúnnen geven om zichzelf te kraken, te martelen voor dit heilige contact, voor dit ónmenselijke dienen! Maar dát wordt verlangd van deze levens, niets voor niets, álles moeten zij van zichzelf willen inzetten, of zij vallen vroeg of laat. Zij krijgen hun mogelijkheid, omdat aan Gene Zijde hun inspirators leven, die állen leerlingen zijn van Meester Alcar! Waarheen wilt u gaan? Wat is de bedoeling van de meesters? Dacht u, dat het zó moet? Ik voorspel: eer de haan zal kraaien zult u mij drie maal verloochenen! De één na de ander valt! Een enkeling blijft er over en deze begint met zijn lezingen; hij spreekt over het leven van André. U kent dat alles. Vanuit ónze wereld dank voor die gevoelens, die arbeid. 

AMERIKA. 
Het Genootschap, ‘De Eeuw van Christus’ bloeit, groeit. Amerika wacht. André vertrekt, de Meesters willen de Volken der Aarde in hun Hemels bewustzijn optrekken. André legt daar zijn eerste fundamenten. De Meesters zien waarheen de ‘Eeuw van Christus’ zal gaan; maar de geestelijke inspirators hebben te aanvaarden, dat hun adepten zichzelf gaan zoeken, de zwaarte van hun leer niet langer kunnen dragen. André ziet dat eveneens, hij weet reeds, straks sta ik alléén. Maar hij is nu sterk en bewust, géén occulte wet kan hem breken. De ‘Macro-kosmos’ heeft hij overwonnen. De ‘Geestelijke Innerlijke Tempel’ heeft hij reeds ontvangen. De laatste maanden van uw Oorlog beleefde hij de eerste ‘Zes’ boeken van de Kosmologie, die 100.000 boeken omvat. Vanzelfsprekend kunnen de Meesters dat gigantische werk door zijn leven niet afmaken. Maar wanneer u de ‘Volkeren der Aarde’ hebt gelezen, weet u, dat wij straks technische instrumenten bezitten, waardoor het wel mogelijk is de leer op Aarde te brengen en ook dan door André én met hem zijn volgelingen zal worden verzorgd. Met andere woorden zijn taak ligt reeds vast, ook van hen, die nú hun levens durven in te zetten voor dit machtige werk. Vanuit het leven ná de dood zal André  straks, na 2000... zijn boeken en zijn leer aan onze volgelingen dicteren! 


 DE UNIVERSITEIT VAN CHRISTUS. 
Dat is de ‘Universiteit van Christus’, uw en óns Genootschap, en door de Meesters werd opgericht. Dít Genootschap blijft thans in handen van André Dectar. Wij hebben gezien en moeten aanvaarden dat géén uwer in staat is om dit leven te dragen, te vertegenwoordigen, omdat u tóch telkens weer in uw eigen gevoel terugzinkt. U hebt steeds wéér eigen gedachten  en u zúlt niet zélf denken, omdat u er niet toe in staat bent; de occulte wetten breken u. U hebt álles te aanvaarden wat de Meesters u brengen! Indien u dat niet kunt, uw - waaroms - de ruimte in slingert, het gevraag en gezoek begint, staat u en met u de uwen die ú weer volgen voor het loskomen, het ineen zinken, dat vóór u, op kosmische kracht en gevoeligheid door André voor ál de werelden door God geschapen aanvaard werd! Maar u, als zijn volgelingen bent er niet toe in staat, u bezwijkt door uw gezoek en getwijfel, u bent nu niet meer te helpen!  Dát is alles, schreef ik in mijn vorig artikel, álles, maar het plaatst André voor de werkelijkheid. Wij zeggen u, allen, die hun krachten schonken voor de opbouw van het ‘Genootschap’: bedenk, André is het niet, die door uw leven gediend werd, deze mensheid is het! 
U hebt uw taken in eigen handen gekregen. U allen bent opgenomen, opgetrokken in de ‘Eeuw van Christus’. Wij zeggen u, roepen u toe, U hebt óngelijk; U dient óns niet, maar ú zelf! Wij roepen u geen halt toe, u deed dat voor u zélf! Wij verjagen geen mens van zijn plaats, u doet dat zélf! Velen gingen, gaven blijk de krachten voor dit werk niet te bezitten, velen volgden een héél andere weg, een éigen, maar doodlopende weg, een weg die de ónze niet kan zijn! En denken zij dat zij goed doen, de reeds gelegde fundamenten door hun klein menselijk inzicht op te breken? Kénnen zij André's strijd niet, zíjn hulp niet, zíjn hoofd buigen voor hellen en hemelen, voor ál de wetten van uw leven? Wat willen zij thans van hun levens maken? Dachten zij, dat het ‘Genootschap’ op Aarde lééft? Vanuit de aller Hoogste Hemelen wordt uw en óns ‘Genootschap’, de ‘Eeuw van Christus’ bestuurd. Ook André is slechts 'n leerling, al mocht hij voor zichzelf het ‘Kosmische meesterschap’ behalen! Nú spreken de Meesters vanuit hun Hemelen, hun werelden tot uw leven. Zij tonen u aan, dat zij verder gaan, doch dóór hun instrument André Dectar. Buigen zult u zich voor deze wetten, als kinderen zult u dienen, óf wij kunnen u niet bereiken. 
Wéét wat u te wachten staat... aan dit alles kunt u uw vorige - ik - toetsen, uw eigen wetten verklaren, máár zie Golgotha! Eens, over 'n tijd, is dít het ‘Genootschap’ dat uw wereld te vertegenwoordigen heeft, maar door de ónze! Straks zult u zien, dat miljoenen kinderen van God hun levens willen inzetten voor deze bron, dit contact, omdat er ‘Universele Eenheid’ komt op Aarde, waartoe alléén de ‘Universiteit van Christus’ in staat is! Zegt het u niets? Wilt u, ondanks ál de heilige contacten tóch verder gaan? Wilt u, mens der Aarde, uw Goddelijk verkregen contact door ónwetendheid, uw menselijk denken en voelen, verbreken? Wilt u, de door óns gelegde contacten volgens uw aardse weten en mogelijkheden tot geestelijke ontwaking voeren? Zo já, ga dan uw eigen weg, aanvaardt echter thans, u staat nú op eigen benen! Aan u om van úw leven alles te maken! Ik zeg ú, wij blijven waken, wij móéten  blijven bezielen, ook ú, of u zinkt terug vanwaar u gekomen bent. Dáárheen voert u zich zelf, tot het - niets - terug, tot de armoede van geest. 

WANNEER HET MENSELIJKE HART SPREEKT. 
Lezers van Evolutie - wij hebben de geestelijke, evoluerende contacten voor uw levens gelegd, maar wij roepen u toe, verbreek ze niet! Wij brachten u en de uwen tot hoger weten, wij legden de vonk Gods open en brachten het leven tot ontwaking. Dacht u, mens der Aarde, dat wij die contacten door u zouden verliezen? Een nieuw leven zal tot ontwaking komen, tot het dienen worden gebracht. Anderen zullen straks, wanneer André's stoffelijke leven eindigt, zijn taak voortzetten om deze mensheid te kunnen opvangen, totdat wij het ‘Goddelijke Instrument’, het ‘Directe Stem’-apparaat op Aarde hebben gebracht. Het bloed van uw bloed is het, dat de Hemelen vertegenwoordigen moet. Maar u allen bent één; God kent alléén ‘ZIJN’ leven! Lét op die ontwikkeling, pást op... het eerste woord werd reeds gesproken! Hemelse contacten brachten uw leven tot ‘Evolutie en Ontwaking’, maar u zélf bent het, die afbreekt, wat door  miljoenen zielen, kinderen van God opgetrokken werd, waarvoor zij hun brandstapels moesten aanvaarden! U plaatst u zélf voor de ‘Universele’ Weegschaal, ziet nú hoe er gewogen wordt, wéét echter, wíj hebben part noch deel aan uw ondergang! 
Lezers van ‘Evolutie’, ‘Jeus’ van Moeder Crisje is het die uw levens voor óns leven opende! Wilt u dit alles begrijpen, daal dan af in uw leven, ga nú dieper, volg óns; ook wij gingen naar Golgotha! Zie naar hen, die door de Hemelen werden aangeraakt. Tháns beweegt zich de ‘wieg’ van Onze Lieve Heer, maar u zélf ligt erin! Kent u deze wetten? 

Bloed van mijn leven, herkent u mij? 
Ziel van míjn ziel, ik ben bij u. Ik blijf waken, ook al lééf ik aan Gene Zijde. Straks zijn wij weer één. Ook U hebt dan uw taak volbracht. Is het uiteindelijke niet als het begin van ons leven? Wáár wij ook toefden, telkens weer stonden wij voor het hoofdbuigen, het aanvaarden, het begrijpen. André leerde het u en de uwen! Nu zegt God tegen uw leven als mens: Ga gerust verder, U hebt ál Mijn kinderen lief, doch weet. ‘IK’ heb nog groter geluk voor u geschapen. Daarvoor zult u álles van uzelf moeten inzetten. ‘Maar dan bent u als ‘IK’ ben, ‘Eeuwigdurende  Liefde!’ Zó werd ook mijn leven dienende, werd ook ik een leerling van de Meesters... uw
Meester Zelanus. 





Google Analytics Alternative