HOE MIJN MEDIUMSCHAP ZICH ONTWIKKELDE.
Hoe mijn mediumschap zich ontwikkelde? Daarover is heel wat te zeggen: Mansveld zegt het reeds: ook voor mij is dat moeilijk. Mijn algemene ontwikkeling is in 9 boeken vastgelegd.Daarin leest U, wat ik als instrument heb mogen ontvangen en beleven. Wat moet ik daar nog aan toevoegen? Ik weet het niet en toch zijn er nog boekdelen over te vullen.Ik kan U vertellen, dat ik op school heel dom was en door een schoolkameraadje naar de zevende klas werd getrokken. Ging hij over, dan ik ook: bleef hij zitten, dan was het ook mijn deel. U voelt wel: ik leerde niets, keek af en zo ging ik van school af. In mijn jeugd reeds was ik met een andere wereld in verbinding: ik zag wezens, die niet als wij, mensen, waren; ze waren anders en doorzichtig. Ik praatte met hen en één van hen is thans mijn leider, die me heeft ontwikkel.Tussen 14 en 18 jaar zag ik, doch niet veel; ik had meer interesse voor het spel en leefde zoals alle jonge kinderen.Toch was ik zeer gevoelig. Op 18-jarige leeftijd leerde ik reeds de ,,Poltergeisterö kennen. Wat ik toen aanraakte, begon meteen te dansen.

Die jaren, tot mijn 22ste, leerde ik andere machten en krachten kennen; toen gingen ook die krachten heen, om op 29-jarige, leeftijd in een andere toestand terug te komen.Toen was ik blijkbaar als instrument te gebruiken.Op diezelfde morgen, (in mijn eerste boek ligt dat vast), werd ik bewust en was ik plotseling helderziend, helderhorend, en schilder-, teken-, en genezend medium. U voelt zeker, dat ik toch die gaven innerlijk bezat, doch wanneer men van Gene Zijde niet had ingewerkt, was er niets met mij gebeurd.Toen begon mijn mediumschap.In één jaar was ik reeds ver gevorderd. Ik moest donkere zittingen houden en leerde in verfijnde vorm andere krachten en gaven kennen. De aanwezigen hoorden directe stemmen, zagen materialisaties, levitaties, hoorden een gesloten piano spelen, kregen bloemen en alles kon men controleren. Ik was vastgebonden en droeg aan armen en benen lichtbanden, men kon bij zwak rood licht alles zien en vaststellen. Dan werd ik gedemetrialiseerd en door een deur heen gebracht. Drie dames stonden naast me, (zie mijn tweede boek).Dat betekende het einde van mijn psychische gaven: mijn psychische, zoals uittreden, zien en horen en vooral schrijven, zouden in hoogste graad ontwikkeld worden.De psychische gaven werden stilgelegd; men gebruikte ze niet meer.Dat was in 1930, het jaar van het congres in Den Haag. Ik had toen mijn eerste tentoonstelling en moest beginnen. Verschillende schilders kwamen door en tekenden en schilderden.

Mijn grote gave was uittreden: ikzelf vind dat de mooiste gave. Wonderbaarlijke toestanden, die niet eens in mijn boeken beschreven zijn, zou ik kunnen vertellen.Ik maakte mijn eerste reis naar de sferen en bezocht mijn leider en zo leerde ik de dood kennen, het leven aan Gene Zijde, waarna ik met een schat van kennis en wijsheid in mijn lichaam terugkeerde. Dit is vastgelegd in de drie delen van: ,, Een blik in het Hiernamaalsö. Steeds dieper ging mijn leider, daalde tot de diepste problemen voor een mens op aarde af, maakte mij aan die zijde alles duidelijk en op die wijze leerde ik de allerlaatste problemen kennen.Ik zag en leerde, hoe wij sterven, hoe wij daar binnentreden en hoe wij ons zelf moeten leren kennen. Dat is alles wonderbaarlijk; steeds ging Alcar, mijn leider, verder. Toen kreeg ik de allerlaatste toestanden te leren; ik zag dat alles en begreep het en, indien ik het niet begreep, dan mocht ik vragen stellen. Zo voerde mijn leider mij door het ganse Universum. Ik leerde al de kosmische afstemmingen kennen, bezocht met hem planeten, hoe onwaarschijnlijk het ook lijkt.Ik sta hier met mijn leven voor in.Ik leerde de re´ncarnatie kennen; zij toonden mij, hoe alles geschapen is en wanneer ik op aarde terug kwam, moest ik dit trachten te verwerken. Ook daarin werd ik geholpen.Dit alles is in mijn negen boeken vastgelegd. Ik, die mijn eigen taal niet ken; ik zou boeken schrijven! Ik werd uitgelachen, maar ik dacht: ,,Lach maar, het komt!ö en : het is gekomen.

Ik leerde de ziel van mens en dier kennen, ik, die nooit een boek over dergelijke dingen in handen had gehad, geboren in een dorpje; die niets had geleerd, niets! Hoe moet ik God danken!Is dit alles te aanvaarden? Ik hoor zo vaak: ,,Te mooi om waar te zijnö. In een handomdraai stelt hij ons voor de diepste problemen en lost ze voor ons op. Kan dat?En dan zwijgt de pen van de criticus.Van mijzelf was en ben ik niets. Ik mocht niets wezen, niets van de aarde kennen en mijn eigen maken.Hoe dommer ik was, des te beter instrument had men aan mij. In mijn allerlaatste boek, het derde deel van de trilogie: ,,Het ontstaan van het Heelalö verklaart mijn leider, waarom ik medium ben, waarom hij mijn leider is, waarom ik André genoemd werd en leert U, de algehele ontwikkeling van mij kennen.Mijn leider, Alcar, had een zending te volbrengen. In 1929 zei hij: ,,Ik heb slechts tien jaren en dan moet ik met mijn werk gereed zijnö. Nu, 1939 in december, is zijn werk af, en zijn de 9 boeken verschenen. Ik zou U vele wonderen kunnen duidelijk maken en verklaren. In 2 maanden kreeg ik 4 boeken door, waaronder de laatste trilogie.Wat gaf mij mijn mediumschap? Mijn allerlaatste boeken kon men niet recenseren: men weet het niet en begrijpt het niet. Ik hoop toch, dat men niet vergeet, dat ik dit alles van Gene Zijde heb ontvangen.Ik zal mijn best doen om als medium de grote gedachte te helpen uitdragen. God geve ons daartoe de kracht!
Jozef Rulof.







Google Analytics Alternative