MEISJE HERINNERT ZICH HAAR EIGEN BEGRAFENIS. 
Gillian had 's middags net haar gebruikelijke kopje koffie gedronken, toen zij de scherpe pijn van haar eerste wee voelde. Toen het tot haar doordrong dat de lange maanden van wachten nu eindelijk voorbij waren, ging er een golf van opwinding door haar heen. Ze zag het allemaal voor zich hoe zij met haar nieuwe baby van de nazomer zou kunnen genieten. Zoals zoveel gelukkige aanstaande moeders controleerde zij nog eens zorgvuldig de pastelkleurige babykleertjes die zij zo liefdevol als voorbereiding voor de grootste dag had klaargelegd. 
Niet veel later, na een volkomen normale bevalling een schattig meisje geboren. De overgelukkige ouders verwelkomden het kind in de wereld, en haar vier jaar oude zusje Carol was één en al opwinding bij het vooruitzicht een echt levende baby te hebben om mee te spelen. Op die eerste euforische dag werd het gezinnetje overladen met bloemen en gelukwensen. 
Helaas was het feest slechts van korte duur. Nadat de baby het normale routineonderzoek door de kinderarts had ondergaan, maakte Gillians glimlach plaats voor tranen toen haar werd verteld dat de kleine Mandy was geboren met een dubbele hartafwijking. De verontruste vader en moeder werden gedwongen onder ogen te zien dat zij hun dierbare pasgeborenen misschien zouden verliezen. Na ongeveer een jaar gebeurde dat ook. 

Mandy's dood had dan ook een chaotisch effect op het gezin. De relatie verslechterde tussen beide ouders, door allerlei omstandigheden en het meegemaakte verdriet, en zij besloten ieder hun eigen weg te gaan. Gillian raakte bevriend met een vriendelijke man die George Seabrook heette. Uiteindelijk trouwde ze met George, en haar leven leek weer een beetje normaal te worden. George had net als Gillian een traumatische tijd achter de rug. Ze besloten niet meer over het verleden te spreken en een nieuwe start te maken. 
Ze kregen vier kinderen: Wendy, Sean, John en een meisje dat in mei 1972 werd geboren, dat ze besloten Mandy te noemen omdat de nieuwe baby met haar helblauwe ogen en gitzwarte pupillen opvallend veel op de eerste Mandy leek. Zij vertelden hun kinderen echter niet over de eerste Mandy. 
Twee jaar later rijd het gezin tijdens een dagje uit, vanuit Leeds op de autoweg. De kleine Mandy zat voorin op haar moeders schoot. Ze reden langs het kerkhof waar de eerste Mandy begraven lag, in een gebied waar geen van de kinderen ooit eerder was geweest. 
Plotseling ging Mandy op haar moeders schoot rechtop zitten. Ze wees opgewonden door het raampje en riep: Kijk mama dat is de plek waar je mij in de grond stopte, die keer dat je bijna boven op me viel, weet je nog? De ouders keken elkaar totaal verbijsterd aan, en konden geen van beiden een woord uitbrengen. Mandy bezorgde mij de rillingen langs mijn rug, herinnert Gillian zich, die zo van streek was geweest over het verlies van de eerste Mandy, dat ze hier nooit over had kunnen praten. 

George die achter het stuur zat, herinnert zich dat hij zo schrok dat de haartjes achter in zijn nek recht overeind gingen staan. Het voelde alsof ik een elektrische schok had gekregen. Het was absoluut onmogelijk dat mijn kleine meisje iets kon weten over het kerkhof, de ligging ervan, of welk ander detail ook. 
Vervolgens beschreef Mandy een klein zilveren armbandje, waarin kruisjes en rozen waren gegraveerd. Het was haar cadeau gedaan door de broer van de vader van de eerste Mandy, een man die Patrick heette en die de tweede Mandy nooit gekend had. Mandy herinnerde zich dat er woorden in het armbandje stonden. De inscriptie luidde: Voor lieve Mandy, van oom Patrick. 
Rond de tijd van het overlijden van de eerste Mandy had Gillians huisarts een shock bij haar geconstateerd en kalmerende medicijnen voorgeschreven. Toe zij aan het graf stond herinnert zij zich, dat zij door de combinatie van medicijnen en haar ontzettende verdriet haar evenwicht verloor, uit gleed op de natte aarde, en ze viel inderdaad bijna voorover in het graf, bovenop het kleine witte kistje. 
Voordat de kist gesloten werd had men bij de baby opgemerkt dat links beneden een tandje was doorgekomen. Een ander opmerkelijk iets was dat ze nog geen haar had, op één enkele krul bovenop het hoofdje na. Toen Mandy nummer twee geboren werd, was hetzelfde tandje in haar kaak zichtbaar, en had ze dezelfde enkele krul, zonder verder haar op haar hoofdje. 

Niemand van ons geloofde in re´ncarnatie en pas veel later gingen we beseffen dat er mogelijk een verband tussen de twee meisjes kon zijn. 
Toen Mandy nummer twee drie jaar was, liep ze eens met haar vader over het plein voor het station van Leeds. Mandy merkte in de drukte een jongen op in een rolstoel. Plotseling wendde ze zich tot haar vader en zei: Alles is goed met Stevie en hij kan nu lopen. 
George Seabrook was verbijsterd door deze woorden, want wat Mandy niet wist, was dat hij uit zijn vorige huwelijk een spastische zoon had, die Stephen heette, die was gestorven toen Mandy pas een paar maanden oud was. Hij had nooit de naam van Stephan genoemd, omdat hij met Gillian had afgesproken het verleden achter hun te laten en hier nooit meer over te spreken. 
Toe Mandy Stevie noemde, was George zo verbijsterd dat hij Mandy om uitleg vroeg. Wat bedoel je lieverd? Welke Stevie? 
Ze antwoordde: Nou, weet je wel, je eigen Stevie, Stephen, hij kan nu lopen. Door die woorden 'hij kan nu lopen' werd George als door de bliksem getroffen, vooral omdat hij zeker wist dat Mandy nooit iets was verteld over het bestaan van Stephen. Het kind was te jong om te begrijpen war spastisch zijn betekent. Hij was ook geraakt door het feit dat Mandy de jongen Stevie noemde, de naam die Gerorge altijd voor zijn zoon had gebruikt. 
Vlak voor Mandy's vijfde verjaardag was Gillian in de keuken eten aan het klaarmaken, toen haar dochtertje binnen kwam rennen en aan haar rokken trok. 

Mamma, waarom huilde je zo toen ik stierf? vroeg ze. 
Gillian antwoordde: Maar je bent niet dood lieverd. 
Mandy hield aan: Ach, je weet wel mam, toen ik heel klein was. ik kon niet zo heel lang leven omdat ik ziek was. Nu ben ik teruggekomen. 
Tot slot nog een opmerkelijk voorval.  George had kartonnen melkflesdoppen verzameld, en op een dag gaf hij ze aan de kinderen om mee te spelen. Gillian, die op dat moment met huishoudelijke klusjes bezig was, vertelde de kinderen terloops dat ze de kartonnen doppen konden gebruiken om pompons of pluizige bollen van wol te maken. Onmiddellijk vroeg Mandy haar moeder waarom zij haar andere pluizige wollen bol had begraven. In eerste instantie had Gillian geen flauw idee waar Mandy het over had. Ze antwoordde daarom: Die zal wel in de tuin liggen. 
Mandy liet zich niet afschepen en bleef volhouden dat moeder haar pluizige bol had begraven. 
Over welke bol heb je het Mandy? vroeg haar moeder. 
Je weet wel die gele. Die ene die je samen met mij in de grond stopte, was Mandy's antwoord. 

Gillians gedachten vlogen naar de periode rond Mandy's begrafenis. De kleine Carol haar zusje was net voor het eerst naar school en had geleerd hoe je pomponnetjes kon maken. Ze bracht het bolletje mee naar huis als cadeautje voor haar kleine zusje. Het babyĺtje stierf en Carol had haar moeder gevraagd of ze het cadeautje toch aan Mandy mocht geven. Ze wilde het zachte bolletje in de kist leggen, maar Gillian vond het niet zo'n goed idee en zei 'nee'. 
Voor zover bekend was het daarbij gebleven. 
Toen Mandy nummer twee het had over de pluizige wollen bol die met haar de grond in was gestopt, kon Gillian zich maar één ding bedenken om te doen. Ze vroeg Mandy Carol te gaan zoeken, die er op dat moment niet was en dus niet aan het voorgaande gesprek had deelgenomen. 
Toen Carol kwam, vroeg haar moeder haar of zij zich het overlijden van de eerste Mandy kon herinneren en te beschrijven wat er met de pluizige wollen bol was gebeurd. Carol gaf toe dat, hoewel haar gezegd was dat de bol niet in de kist mee mocht, het haar was gelukt hem onder de dode baby te verstoppen toen niemand het in de gaten had. De gele pompoen was dus samen met de kleine Mandy begraven, tegen de wens van Gillian. 
Tot zover het verhaal over Mandy.
M.S.H.









Google Analytics Alternative