BEGRAVEN OF CREMEREN.   
Lieve Bezoekers wij hopen dat het onderstaande verhaal er u toe zal bewegen af te zien van crematie. Het grootste medium dat er na Christus op Aarde is geweest, Jozef Rulof en vele malen in de sferen aan Gene Zijde is geweest onder leiding van zijn begeleider Meester Alcar,  zegt hier het volgende over, wat u ook kunt lezen in het boek EEN BLIK IN HET HIERNAMAALS, Jozef Rulof (André genoemd)werd bij een van zijn uittredingen door Meester Alcar meegenomen naar een crematie Zij moesten enige kamers door om in de sterfkamer te komen, waar vele mannen en vrouwen om hun overgegane vriend heen stonden. Dit zijn, zijn vrienden die straks zullen zingen en hem een afscheidsgroet brengen. Hoor, daar beginnen ze al. Ze zongen met volle kracht uit volle borst en wilden hierdoor tonen, hoe dierbaar de afgestorvene hun was en hoe vreselijk zij dit afscheid vonden. Het was hun dirigent, André zag dat vele kransen en bloemstukken van verschillende muziek en zangverenigingen om de baar lagen. Kom dichterbij André dan zul je zo aanstonds, wanneer zij hun klaagliederen - welke zijn lijden nog vergroten - hebben geŰindigd, kunnen horen wat de werkelijke waarheid is. Het gezang was ten einde en allen gingen een voor een langs de baar om van hun leider en vriend afscheid te nemen. Hoor je niets André? Ja Alcar maar ik weet niet vanwaar het komt. Ik hoor een zacht gejammer, is dat van de achterblijvende? Ten dele mijn jongen. Kom Naderbij! Zij gingen nu vlak naast de kist staan en André zag daarin een man van ongeveer zestigjarige leeftijd liggen. Hoor je nu iets? Het gejammer drong nu veel sterker tot hem door. Ja Alcar het is verschrikkelijk en ik zie ook het Geesteslichaam, dat zich heen en weer wentelt. 

Het wil weg Alcar ziet ge dat? Ja Jongen. Het wil weg maar het kan niet weg. Het wordt vastgehouden. Daar voor je, mijn jongen, wordt de grootste smart geleden en deze ongelukkige heeft ze zichzelf bereid. Hij, die daar vastzit aan zijn stoffelijk lichaam, zal worden verbrand, André! O, Alcar wat is dat vreselijk! Moet hij dat doormaken terwijl hij leeft? Dit is het juist mijn zoon, en straks zal hij nog veel meer moeten lijden. Zijn stoffelijk lichaam zal worden verbrand, terwijl hij dit Geestelijk zal moeten ondergaan. Nu kun je zien, hoe onmenselijk wreed zijn broeders zijn, al handelen zij uit onwetendheid. Vanaf dit ogenblik zullen wij tezamen trachten, de mensheid te helpen André, door haar met nadruk te wijzen op de gevaren, welke de lijkverbranding met zich brengt, welke waarschuwing natuurlijk in de allereerste plaats is bestemd voor degenen, die niet volgens Gods geboden hebben geleefd. Dit kunnen zij weten, door zichzelf te leren kennen. Wat een zware straf moeten deze mensen ondergaan, wanneer zij zo diep zijn gezonken, dat zij de verassing van hun lichaam moeten doorstaan, terwijl zij daarmede nog zijn verbonden door de levensdraad. Wat een ondragelijke kwelling moeten zij gedurende het verbrandingsproces ondergaan, terwijl het fluide-koord hen gevangen houdt en zij niet van hun plaats kunnen, tenzij zij hun stoffelijk omhulsel zouden meedragen. Dat is evenwel uitgesloten, daar de stof het voertuig is van de geest en niet de geest het voertuig van de stof; dit geldt natuurlijk alleen voor dit gebeuren. Wanneer we eenmaal afscheid hebben genomen, dan is het gedaan met onze macht over ons stoffelijk kleed en hiermee wordt dan in de regel volgens ons eigen verlangen gehandeld. Wanneer deze mens op de hoogte was geweest van een leven na het aardse leven, dan zou hij in zijn laatste wilsbeschikking hebben bepaald, dat zijn stoffelijk overschot volgens Gods eeuwige wetten aan de schoot van moeder aarde zou moeten worden toevertrouwd. Volgens deze eeuwige wetten wordt de mens uit stof geboren en zal hij tot stof weerkeren, maar het is niet de bedoeling dat dit gewelddadig geschiedt, doch langzaam, geleidelijk, volgens de natuurlijke weg. Voortaan zal het onze taak zijn, de mensen hiertegen te waarschuwen en wanneer zij weten, hoe afschuwelijk het is, dan bereiken wij misschien dit, dat zij zullen besluiten zich later niet te laten verbranden. Dit zal ons werk zijn en daarom neem ik je mee, mijn zoon. Deze crematie moet je bijwonen, hoe zwaar het je ook moge vallen om later over dit gebeuren te kunnen spreken. Toch zullen er velen zijn, die zich niet aan onze woorden storen, maar al zijn het er maar enkelen, die dit wel doen, dan zullen wij al heel dankbaar zijn. Als door de wind gedragen, zweefden zij het crematorium tegemoet. Kijk André dat mooie gebouw daar op die heuvel, is de pijnbank voor de geest. Voor hen, die zich op aarde hebben misdragen, neemt het leven na de dood daar een gruwelijke aanvang. Het heet een huis des vredes te zijn, maar in werkelijkheid is het, het huis der smarten. O, mens, begrijp in uwe onwetendheid, dat gij uzelf en anderen op die pijnbank legt en dat gij degenen die van u heengaan, daardoor niet alleen eert, maar dat gij het martelt op de vreselijkste wijze, die er bestaat. Geloof in ons en neem deze waarschuwing ter harte, want gij spot in uw onwetendheid met Gods wetten. Wij, die in het land aan de overzijde van het graf leven, wij willen u de goede weg wijzen, welke naar de waarheid leidt. 

Wij hebben geen ego´stische verlangens; wij verlangen slechts u te helpen. Wij willen u de waarheid brengen omdat wij weten, hoe ontzettend hier wordt geleden, hier in dit huis der smarten. Wij roepen u nogmaals toe: Blijf op Gods wegen. Ga zelf geen wegen bouwen, welke slechts stoffelijk zijn en donker, omdat ze door de duisternis gaan en de bouwers blind waren en het geestelijke licht dus niet konden zien. Wij roepen u toe: Maak een eind aan deze vreselijke toestanden en keer terug tot de natuur, die gij reeds zo lang hebt verlaten. Kijk Andre, hier zijn reeds vele vrienden tegenwoordig van wie het stoffelijk hulsel werd verbrand en die allen meer of minder daaronder hebben geleden. Zij bidden met mij: Vader, vergeef hun fouten, want zij weten niet, wat zij doen. waar zijn we hier, Alcar? In de verbrandingskamer André. Wij zijn weer ongemerkt binnen gekomen. Aanstonds zul je een geestelijke dokter zien, die de arme musicus door magnetische passen zijn hevige pijnen zal helpen verzachten. Zie, daar is hij reeds, want het is in de sferen bekend, wanneer er een ongelukkige zal worden verbrand. Maar niet alleen voor ongelukkige geesten is crematie af te keuren, doch ook de gelukkigen hebben er nog enigszins onder te lijden. Dit hangt geheel af van hun mate van innerlijke kracht; maar zelfs wanneer zij in de eerste of tweede sfeer thuisbehoren, dan nog is crematie voor hun af te raden. Alles komt dus hier op neer, hoe zij innerlijk zijn en op geestelijke zijn afgestemd. Zoals dus hun licht is dat zij bezitten, zo zal hun geluk en kracht zijn. Zo ook hun leed en smart. Zo hun lijden. Een geest, die van de aarde onmiddellijk naar de derde of vierde sfeer gaat, zal zo goed als niets van de crematie voelen, maar hoewel deze geesten niet meer aan hun lichaam vastzitten, zullen zij - bij aankomst in hun sfeer - toch voelen dat zij iets missen en daarvan last ondervinden. Door de ontzettende hitte van de verbrandingsoven wordt het stoffelijk lichaam verteerd met geweld, dat tegen de natuurwetten indruist en volkomen tegen Gods bedoeling is. Moge deze gewelddaad dus eerlang - tot heil van de mensheid - geheel hebben afgedaan en voor de gewone teraardebestelling plaatsmaken. Het gaat ons nu echter om deze arme zondaar, die nog met zijn lichaam is verbonden en aanstonds zwaar zal moeten lijden. Kijk André, de arme man wordt reeds op de katafalk, welke hem naar beneden zal brengen, geplaatst. Wij noemen haar de dodenlift. 

Een laatste vaarwel werd hem door alle aanwezigen toegeroepen en onder de tonen van het statige orgel zakte de lift omlaag. Wij zullen hem volgen, mijn jongen. Wees sterk, want de foltering zal nu een aanvang nemen. Zie je hem en hoor je hem schreeuwen? Ja, Alcar. Hij ziet en voelt reeds wat er zo straks met hem gaat gebeuren. André hield Alcar krampachtig vast. Kom hier bij me staan, mijn jongen. Er ging iets vreselijks gebeuren. Beulen, moordenaars, is dat iemand eren? Doch deze scheldwoorden troffen hen niet daarboven, allen stonden daar met starre gezichten en waren vol van medelijden, zonder te weten hoe gruwelijk het lot was, van deze arme mens. Hij voelt nu reeds de helse pijnen André, welke zijn geesteslichaam zal moeten doorstaan. De lift was intussen in de verbrandingruimte neergedaald. Het is niet erg om te sterven, mijn zoon; want de dood is een machtig verlosser, maar om op een dergelijke wijze, welke op aarde haar weerga niet vindt, te worden gemarteld, is ontzettend. De geest voelt, hoort en ziet alles, al heeft hij zijn lichaam verlaten, want hij blijft darmee verbonden door het fluide-koord. Dit geldt alleen voor hem, die vastzit aan zijn lichaam, die zich in het aardse leven heeft vergeten. Ook andere toestanden zijn er, doch deze zijn allen van hun stoffelijk lichaam gescheiden. Hij daarentegen blijft aan zijn lichaam geklonken totdat de band wordt verbroken. Hoe vreselijk Alcar, voor die arme man. Dat is nu eenmaal zo en ook weer het gevolg van zijn onwetendheid. Hij kan zich niet concentreren, omdat hij de materie te veel heeft liefgehad en het geestelijke in zich heeft verwaarloosd. Wanneer hij tijdens zijn leven op aarde God had gevonden, dan zou alles nu heel anders voor hem zijn en zou hij deze foltering niet moeten ondergaan, omdat hij geestelijk dan anders was afgestemd. André keek en kon met zijn geestelijke ogen duidelijk het lichaam in de verbrandingsoven waarnemen. De hitte, welke er heerste, was geen belemmering voor hen, daar het stoffelijke hitte was. Nog steeds werd het orgel bespeeld, maar de mensen die de overledene de laatste eer hadden bewezen, waren heengegaan. 

André zag nu, dat het lichaam ineenkromp, zich heen en weer wentelde en zich kronkelde als en levend mens, terwijl hij daarbij een schreeuwen, brullen en huilen hoorde, dat hem van ontzetting deed beven. Het was niet om aan te zien en aan te horen. Hoe afgrijselijk werd hier geleden! Daar voor hem bevonden zich twee lichamen, het stoffelijke en het geesteslichaam. Het ene ogenblik stonden ze, dan vielen ze en kronkelden dan weer om elkaar heen. O, Alcar, ik kan niet meer, laat ons hier weggaan. Alcar legde zijn hand om André┤s schouders, hem op deze wijze steunde en zo gingen zij heen. Nog klonken hem de woorden in de oren: huichelaars schelmen en nog veel meer. Het is vreselijk Alcar, afschuwelijk. Dat is het. Kom, mijn jongen, ik zal je helpen, anders kom je hier niet doorheen. O, Alcar, hoe ontzettend! Zoiets wil ik nooit meer zien. 

Dit kan geen mens verdragen. O, wat lijdt die man. Alcar legde hem de handen op het hoofd, omdat hij zo was geschokt door al het vreselijke, dat hij had gezien. Al heeft een mens nu ook nog zoveel kwaad gedaan Alcar en nog zoveel zonden bedreven, dan is dit toch wel een zeer zware straf voor hem. Er zijn nog zwaardere straffen; dit is er een van de vele, welke men aan zichzelf heeft te wijten. Vergeet dit nooit, André, André bad, dat God de arme zondaar genadig mocht wezen. Zo is nu de crematie, mijn zoon, voor degenen, die aan het stoflichaam vastzitten. Het geesteslichaam zal eerst dan loskomen, wanneer de stof geheel is vernietigd. Je zult nu begrijpen hoe noodzakelijk het is, dat de mensen ook in dit opzicht de ogen worden geopend, omdat zij voortaan het kerkhof boven het crematorium zullen verkiezen. Dit proces zal enige uren duren en wanneer het vonnis is voltrokken, zal de geestelijke dokter hem naar een plaats in de sferen brengen, waar hij tot inkeer kan komen. Daar zal hij kunnen besluiten wat of hij wil, dat is omhoog of omlaag. Maar wanneer hij na een tijd van bewusteloosheid zal ontwaken, want hij houdt dit niet uit, dan zal hij zijn eigen weg willen gaan en door felle haat gedreven, zal hij de mensen vervolgen, omdat hij denkt, dat zij hem dit lijden hebben aangedaan. Dan komt de tijd, dat hij moet ronddwalen met de vreselijke littekens - door de verbranding ontstaan - waarmede zijn geesteslichaam is bedekt. André was droevig gestemd. Het was een gruwelijke marteling. Hij had gezien, dat de arme man niet los kon komen, toen hij weg wilde. Eerst moest zijn lichaam zijn verbrand, dan eerst zou het flu´dekoord breken. Hij had de beide lichamen gezien; het ene gevoelloos, het andere des te sensitiever en hij had gezien dat deze lichamen zich om elkander heen kronkelden, de stof en de geest, daar in die verschrikkelijke oven. Ge hebt gelijk, Alcar. Dit is geen huis des vredes, maar een huis des smarten. Daar wordt op aarde toch niet aan gedacht, André. Het geesteslichaam moet niet alleen aanzien, dat zijn stoffelijk voertuig wordt verbrandt, maar het moet ook de pijn en smart, welke de verbranding veroorzaakt, ondergaan. Dit is geen suggestie, maar droevige werkelijkheid, een werkelijkheid, welke geheel aan gebrek aan geestelijk gevoel is te wijten. Maar de materialisten geloven dat niet. Hoe zou deze ongelukkige dan nu aan een God kunnen geloven, terwijl hij deze smarten moet doorstaan! Spreek nu eens met hem over God. Hij zou niet naar je luisteren en daarom is hij nog niet te helpen. Hij wordt door haat verteerd, welke nu nog feller en intenser is geworden dan tijdens zijn leven op aarde. Het bovenstaande verhaal waarvan wij zeker weten dat het echt  is, zou mensen die voor crematie hebben gekozen tot nadenken moeten zetten en hun beslissing voor crematie nog eens goed te overdenken dat vragen wij. 
Henk Roesink. 







Google Analytics Alternative