Waar komen de gaven of eigenschappen van iemand vandaan?  
De gaven en de persoonlijkheid die men bij het opgroeien van een kind opmerkt, worden in onze maatschappij toegeschreven aan de eigenschappen of eigenaardigheden van een van de ouders of aanverwante familieleden. De ouders zouden dit via hun genen hebben doorgegeven aan hun kinderen. Uitspraken zoals "dat heeft hij van zijn vader of grootmoeder" zijn gemeengoed in onze maatschappij. Wanneer je dan de vraag stelt waarom zus en broer dan toch enigszins anders zijn, wordt het iets moeilijker en komen ze meestal tot het inzicht dat er op dat moment in de ontwikkeling andere genen zijn aangesproken.  Bij de opmerking dat er bij eeneiige tweelingen, zij het in mindere mate, ook merkbare verschillen zijn, ondanks dat ze dezelfde genen hebben, dan gaat men er vanuit dat dit komt door invloed van de opvoeding en levensomstandigheden.

Bijvoorbeeld: ze zitten niet in dezelfde klas, ze hebben verschillende vrienden, de ene heeft iets ergs of iets anders meegemaakt enz. Gaan we echter kijken bij een Siamese tweeling, en ik neem hier als voorbeeld de Amerikaanse tweeling waarbij de hoofden in tegengestelde richting aan elkaar gegroeid zitten, dan komen we tot heel andere conclusies. Zij hebben wel degelijk dezelfde omstandigheden meegemaakt, dezelfde opvoeding gekregen, hebben dezelfde genen en delen hetzelfde bloed. Toch zijn dit twee volwassen vrouwen met een verschillende persoonlijkheid, elk met hun eigen specifieke verlangens en eigenaardigheden.  Als we nu het recente nieuws volgen in verband met eeneiige tweelingen, zien we dat er bij een mannelijke tweeling de ene hetero terwijl de andere homo is.  

Ze zijn nu ongeveer 25 jaar en zijn samen opgegroeid, ze hebben hun hele jeugd en puberteit samen doorgebracht. In hun zoektocht naar het waarom krijgen zij geen antwoord. Zelfs vanuit de wetenschap of andere instanties blijven hun vragen tot nu toe onbeantwoord. (zie homoseksualiteit) Als we dit bekijken vanuit de re´ncarnatiegedachte, dan is dit een heel normale toestand. Wij allen hebben reeds in vorige levens een persoonlijkheid opgebouwd, en met die gevoelens en opgebouwde persoonlijkheid re´ncarneren we terug bij diegene die met ons te maken heeft. We merken ook op dat er een wet is die gelijkvoelenden en gelijkbegaafden elkaar doet aantrekken.  Daardoor zijn er in één gezin kinderen die over ongeveer dezelfde gaven of karaktertrekken beschikken, die we ook terugvinden bij hun ouders of familieleden.  

Deze wet ervaren we ook tussen andere mensen waardoor we soms een grotere gevoelsbinding hebben met 'vreemden' of vrienden dan met onze eigen ouders, gezins- of familieleden. "Het klikt tussen die twee" zegt men dan. Het kan natuurlijk ook zijn dat wij onze kinderen aangetrokken hebben omdat ze juist bij ons hun gaven verder kunnen ontwikkelen.  In dit geval zal er zelden sprake zijn van karma. Wellicht werkt hier dan de wet van oorzaak en gevolg of gaat het om het pure dienen in liefde, dit door hen het leven en levenskansen te geven. De karmawet kan kinderen doen aantrekken met totaal verschillende eigenschappen en karaktertrekken dan die van de ouders.  Een kind heeft dus zijn eigen karakteristieke eigenschappen, zijn eigen gevoelsgraad opgebouwd in vorige levens. Om al die wetmatigheden, de wetten van karma, van oorzaak en gevolg, wetten van gelijkvoelenden en nog vele andere wetten te verklaren, is hier geen voldoende ruimte.
J. de B.









  


Google Analytics Alternative