GIJ, DE ENKELING........! 
Het is zeker niets ongewoons, om bij een jaarwisseling een soort balans op te maken van al dat, wat er in het afgelopen jaar om je heen gebeurd is en wat je leven heeft geraakt. Dat dit nabeleven bij iedereen verschillend is, is begrijpelijk. Het lijkt ons ook voornamelijk een kwestie van temperament en innerlijke gesteldheid te zijn, of je het de moeite waard vindt, om even eens dieper op het jongste verleden in te gaan, om een enigszins zuiver beeld van je eigen gedrag en misschien ook van dat van de wereld om je heen - waarmee men toch te maken heeft - te verkrijgen; - of dat men liever het failliete jaar in een doofpot stopt en van de oudejaarsdag en avond een kermistent maakt, zoals het zonderling genoeg de gebruikelijke manier is. Wij zijn natuurlijk ook aan het piekeren geslagen, op onze manier dan -- en dat wij daarbij heel wat te verwerken kregen, is ook weer begrijpelijk. Wij leven tenslotte in een wereld, waarin alle gezonde begrippen en verhoudingen praktisch gesneuveld zijn en de mens zich voor een doolhof van tegenstrijdigheden geplaatst ziet. En als je bovendien niet van halve waarheden, valse sentimenten en zwakheden houdt, vooral als er geestelijke zaken op het spel staan -- en wij ontzien ook onszelf niet daarbij -- dan wordt het inderdaad een meditatie, die je heel wat te denken geeft. Het is een feit, geachte lezer, dat het menselijke drama in de eerste plaats een geestelijk drama is, waarin achter het schijnbeeld der rede, de wetten van oorzaak en gevolg de enige ware realiteit zijn. De wereld is ziek aan en door haar eigen oneerlijkheid. Het is een waarlijk psychopathische ziekte, die niet slechts op de grote politieke ,,festivals'' haar orgieŰn viert, doch het algehele maatschappelijke leven grondig verontreinigd heeft. Hoe bewuster het bedrog -- of zelfbedrog -- bij de massa en de enkeling aan het werk is, des te intensiever wordt de geestelijke huichelarij gepleegd. 

Het is -- zo lijkt het ons -- een gevecht op leven en dood, een strijd om het behoud van geliefkoosde waandenkbeelden, van geestelijke voogdijschap en ongezonde tradities, van het pure ego´sme en van de weg van de minste weerstand! De koppigheid van de enkeling vindt zijn weerslag in de koppigheid van zijn maatschappelijk beleid. ,,Want men wil de alles omvergooiende - machtige realiteit der christelijke beginselen niet aanvaarden!'' De enkeling, op wie het in wezen aankomt, klampt zich aan zijn voetstukjes vast. Hij wil niets prijsgeven, hij wil niet tegen de stroom inzwemmen, hij wil geen narigheden met zijn buren, met zijn oversten, bazen, hij wil het geestelijke ontwaken niet, hij wil deze CHRISTUS niet aanvaarden, die toch anders is, dan de kerkelijke ,,Heere'', die het geschipper van Zijn kinderen blijkbaar minder erg vindt. En zoals de enkeling denkt, redeneert ook de massa: wij hebben immers nog onze boterham! Het leven is nu eenmaal niet volmaakt! Laten wij ons maar niet al te druk maken! Het komt best in orde, zij zullen het wel opknappen!'' Deze ,,zij'' zijn dan de vaklieden, de routiniers op het gebied van het geestelijk en politiek gescharrel, die er een beroep van hebben gemaakt en meestal aan een hartkwaal overlijden, omdat het gescharrel steeds afbraak betekent, geestelijk en stoffelijk! Wij staan dus aan het begin van een nieuw jaar en natuurlijk met alle goede voornemens en beloften voor onszelf: maar wij staan dan ook tot aan de hals in de modder, die door geen nog zo handige camouflage meer weg te werken is. Want het jammerlijke verloop van het jaar 1955 heeft het wereldse gedrag voorgoed het masker afgerukt en wat wij te zien kregen was slechts een enorme leegte! Onze aardse meesters vonden tenslotte geen andere oplossing meer van hun problemen, dan het weer bij de wapens te zoeken en de volkeren in het gebruik daarvan op te leiden en zo nodig met behulp van de wet, waarvan zij zelf de geestelijke vader zijn. En Geneve bleef tot het laatste uur van het jaar zijn griezelige spoken vertonen. Wij weten het: herhalingen zijn vermoeiend en wordt het straks een gapen, als je zo doorgaat, maar dat gapen is het net -- waar wij tegen opzien en in verzet komen. Waar blijft in hemelsnaam het initiatief van de enkeling? Ja, de Schweitzers zijn schaars op Aarde, wij weten ook dit en zelfs deze stemmen worden nog niet eens serieus genomen, omdat ze nu eenmaal geen ,,vaklieden'' zijn en een aparte plaats als ,,idealisten'' -- of zendelingen op eigen houtje -- in deze maatschappij innemen. 

Maar het moet toch van de enkeling komen, de doorbraak, de geestelijke renaissance, de radicale omwenteling, die het onderste naar boven moet keren, eer de lucht weer gezuiverd en de hinderpalen verwijderd zijn, die de menselijke eenwording der volkeren tegenhouden. Begrijp toch goed, geachte vriend of vriendin, dat wij niet voor ons eigen plezier schrijven, dat wij noch pessimisten, noch communisten, noch kankeraars van beroep zijn, maar dat wij een geestelijk opleiding hebben gehad, die ons andere maatstaven toonde en leerde eerbiedigen, dan die, welke door het wereldse gezag worden gebezigd en gehandhaafd en waarmee de moderne wereld slechts dieper in een geestelijke chaos terecht is gekomen. De massa is geestelijk verlamd en van iedere zelfstandigheid beroofd. De Staat is de baas, hij zorgt voor het patroon en het jasje en wie het niet wil aanvaarden, moet maar zelf zien, hoe hij rond komt. Je krijgt niets voor niets en dit is nu het probleem waarvoor de enkeling komt te staan, als hij de beginselen, de geest van zijn maatschappij, dus dan ook de ,,geest van Geneve'', niet meer kan en wil aanvaarden. Want dan staat hij voor de keuze; of -- de veilige boterham binnen het gareel van zijn maatschappij te verkiezen, die puntje voor puntje uitstippelt, hoe hij te leven en te denken heeft, -- of het behoud van zijn geestelijke zelfstandigheid en onafhankelijkheid, met alle persoonlijke risico's en beslommeringen, die hem, als gevolg van zijn keuze, ten deel vallen. Maar wie denkt bijzonder slim te zijn, als hij het toch -- ondanks beter weten -- op een akkoordje met de bazen gooit, omdat hij de consequenties van een eerlijke getuigenis vreest, zal van zijn geschipper tenslotte niet veel plezier hebben. Als u het dus met de gang van zaken niet eens bent, als uw innerlijk leven in opstand komt, omdat de schijnheiligheid -- waarmee alle fouten en onmenselijkheden goed gepraat en quasi gelegaliseerd worden -- tegen alles ingaat wat aan rechtvaardigheidsbesef en christelijk denken en voelen in u leeft -- als deze werking in u opkomt en u even gaat doordenken, dan komt u onherroepelijk bij dat terecht, wat men ,,Maatschappij'' noemt en wat in wezen de wereld vorm, inhoud en gezag verleent en voor de gang van deze zaken verantwoordelijk is. ,,Wij allen zijn maatschappij'', schreven wij onlangs, of wij ons nu binnen of buiten dat gareel houden, wij vormen tezamen de menselijke gemeenschap en zijn dus ook allen verantwoordelijk voor dat, wat deze gemeenschap geestelijk en stoffelijk vertegenwoordigt en op Aarde schept. Wij hebben zodoende ook het recht, welnee -- wij hebben de plicht onze stem te verheffen als er iets verkeerd gaat, de wereld naar een afgrond gestuurd wordt, waarvan het einde zoek is. 

Dit is toch wel duidelijk en behoeft geen verder commentaar. Ook -- dat wij het in hoofdzaak over het geestelijke beleid hebben en niet over het materiŰle, want het menselijk drama is voornamelijk een geestelijk drama, beweerden wij, of als u het anders wilt lezen; door het falen in de geest is het menselijk drama ontstaan! Maar hoe u ook het leven wilt beschouwen, er gebeurt niets, dat zich niet tevoren geestelijk heeft verdicht. Het kwaad bestaat niet uit zichzelf, maar is door de mens -- is in en door zijn innerlijk leven ontstaan en verstoffelijkt. De kerken spreken van ,,Satan'', van de duivel, die bij de gratie van Onze Lieve Heer zijn demonisch bestaan mag leiden en die dan voor al het menselijke bezwijken moet opdraaien. Satan! Jawel, wij hebben ook dat anders geleerd en de hand in eigen boezem gestoken en Satan loste op! -- Zij zeggen ook, dat CHRISTUS voor onze zonden heeft geboet en gestorven is en wij dus in principe de absolutie hebben verkregen voor ons wangedrag -- als wij Hem slechts aanvaarden. Gemakkelijk! Maar de vruchten van deze soort geestelijke voorlichting vinden wij in onze vreselijke oorlogen terug, in onze onverschilligheid tegenover het opvolgen der Tien Geboden, in alle wantoestanden, die het wereldbeeld teisteren en het mensdom van vrede en vrijheid beroven! ,,Vroeg of laat staat ge voor deze werkelijkheid: in De Eeuw van Christus moet ge tot een besluit komen, het goede te volgen, dan wel te volharden in het kwaad'', zegt Jozef RULOF (bij monde van zijn Meester) in ,,De Volkeren der Aarde van Gene Zijde bezien''. ,,U MOET KLEUR BEKENNEN, U MOET KIEZEN! Zo ge het niet zelf kunt, wordt u er toe gedwongen. In deze Eeuw voltrekt zich dit en niemand, die aan die werking ontkomen kan. Niet één ziel van God kan thans nog langer een eigen weg bewandelen en zijn medemensen negeren. De volken zullen elkaar moeten zoeken en dienen, de volken EN GIJ, DE ENKELING!'' Volgens de profetie van de ,,ingewijde'' leven wij inderdaad in De Eeuw van Christus en HEBBEN WIJ ALLEMAAL TE AANVAARDEN!

DEZE EEUW stelt eisen, aan u, aan ons, aan allen. De enorme technische wonderen dagen de mensheid uit. Zij moet kleur bekennen, zij moet kiezen tussen goed of kwaad denken en handelen, want de krachten die zij zelf heeft opgeroepen, eisen het volle geestelijke pond, het geestelijke evenwicht, of de wereld zal onder hun vernietigende invloed bezwijken en ramp na ramp beleven. De massa voelt deze werking, want zij is wakker geschud door twee opeenvolgende oorlogen, maar het is de enkeling, die haar voor moet gaan met bezieling, initiatief en vooruitziendheid. Tweeduizend jaar geleden bracht CHRISTUS Zijn Heilig Evangelie op Aarde. Hij ,,verloste'' inderdaad de mensheid maar slechts van haar onbewustzijn ten opzichte van een ruw en bijgelovig denken en voelen en Hij schonk haar Zijn schitterend voorbeeld van overgave aan een Goddelijk Gezag aan Zijn hemelse Vader. De gevolgen van deze liefdedaad hebben het wereldbeeld in der loop der eeuwen radicaal doen veranderen en de fundamenten gelegd voor een hogere bewustwording. In de Twintigste Eeuw heeft JOZEF RULOF (1899-1952) het Evangelie van zijn Goddelijke Meester mogen toelichten, een waarlijk wonderbaarlijke taak, die deze kosmisch bezielde evangelist met zijn volle menselijke overgave aanvaardde. Welke enorme betekenis dit werk -- dat in een twintigtal boeken is neergelegd, voor de menselijke Evolutie bezit, zal straks de toekomst openbaren. ,,Ik ben de weg, de waarheid en het leven'', zegt CHRISTUS. Moge in de komende jaren de wereld het geestelijk ontwaken ontvangen! 
B. van Baden.
 








Google Analytics Alternative