HET MYSTERIE VAN DE ‘’MAN MET HET GEBIT’’.
Bijna-doodervaring oftewel BDE’s: zijn het een soort dromen of hallucinaties, of is er meer aan de hand? Sceptici zoals neuroloog dr. Dick Swaab weten zeker dat ze in ieder geval niet wijzen op een leven na de dood. BDE’s zijn echt alleen maar het product van psychologische en neurologische processen en niets meer dan dat. Velen nemen dit standpunt kritiekloos over. Hoewel dit misschien begrijpelijk is als je een materialistisch wereldbeeld hebt, zijn er ook sceptici die zich echt verdiepen in het bewijsmateriaal. Bijvoorbeeld in het vermaarde geval van de ‘Man met het gebit’….De patiënt die we nu kennen als de ‘Man met het gebit’ is beroemd geworden vanwege een artikel van dr. Pim van Lommel en zijn medewerkers uit 2001 in het medisch tijdschrift ‘The Lancer’. Het betrof een verslag van een Nederlands onderzoek dat onder meer aantoonde dat mensen werkelijk een bijna-doodervaring kunnen krijgen als ze een hartstilstand doormaken. De casus maakte geen onderdeel uit van Van Lommels eigen onderzoek, maar hij vermeldt het wel als illustratief voorbeeld van een patiënt die een BDE beleefde terwijl dit volgens de gangbare neurologie onmogelijk is. Het gaat om een casus die zich al vele jaren voor het onderzoek van Van Lommel had voorgedaan, namelijk in 1979. De patiënt deelde zijn ervaring destijds met een bescheiden en integere mannelijke A-verpleegkundige, die als TG aangeduid wil worden.TG praatte er met een collega over en uiteindelijk kwam die weer in aanraking met een van de co-auteurs van Pim van Lommel, Vincent Meijers. In 1991 interviewde Meijers genoemde collega van TG. Enkele jaren later pas, in februari 1994, werd TG zelf geïnterviewd door Ap Addink, een bestuurslid van Merkawah, de Nederlandse stichting rond BDE’s.

Dit leidde tot een ongepubliceerd manuscript, waar Van Lommel en zijn co-auteurs dus een samenvatting van schreven voor hun Lancet-artikel. Uiteindelijk werd het geval in 2007 ook opgenomen in Van Lommels bestseller ‘Eindeloos Bewustzijn’. Rond diezelfde tijd deelde een van de andere co-auteurs van Van Lommel, Ruud van Wees, de eindredacteur van het tijdschrift ‘Terugkeer’ van Merkawah, Rudolf H. Smit, mede dat hij er nog documenten uit de jaren negentig over bezat. Kort daarop probeerde Smit en wijzelf contact te leggen met beide verpleegkundigen. Dit leidde in 2008 met name tot telefoongesprekken en een lang interview van Titus Rivas bij TG thuis. Rivas werkte dit gesprek uit voor een artikel in ‘Terugkeer’, Rudolf Smit gebruikte de telefoongesprekken en het artikel even later voor een eigen Engelstalig verslag voor de internationale BDE-organisatie IANDS. Intussen probeerden wijzelf tevergeefs te achterhalen wie de ‘Man met het gebit’ nu precies is geweest. Het bleek helaas te lang geleden om daar nog achter te kunnen komen.BEWUSTELOOS:Het verhaal dat TG ons heeft verteld over de man met het gebit beslaat vele pagina’s. We volstaan daarom met een korte samenvatting. Eind 1979 werkte TG voor het eerst als oudste verpleegkundige van het reanimatieteam van het oude Canisius Wilhelmina Ziekenhuis te Nijmegen. Hij kreeg ’s avonds laat een telefoontje van ambulancepersoneel over een jongeman met een groot infarct. De man was bewusteloos, steenkoud en ogenschijnlijk klinisch dood aangetroffen in een weiland in de Ooijpolder, in de omgeving van Nijmegen. In de ambulance probeerde men de man al te reanimeren, maar dit lukte niet, zodat hij asgrauw, met lijkvlekken en blauwe lippen en nagels werd binnengebracht in het ziekenhuis.Hij vertoonde geen bloedcirculatie meer. Het was trouwens een lange, slanke man van ongeveer 44 jaar en zijn beroep was waarschijnlijk ijzervlechter. Na aankomst in het ziekenhuis nam TG de reanimatie over samen met twee vrouwelijke leerling-verpleegkundigen. Op dat moment had de patiënt nog geen hartritme. TG legde de man op een bed om hem onder een hartmassagepomp te leggen. Hij inspecteerde zijn mond om er een buis in te doen, zodat de tong niet kon wegzakken achter in de keel. Dat was van belang omdat hij de man een beademingsmasker op moest doen. Bij deze inspectie constateerde TG tot zijn verbazing dat de patiënt nog een bovengebit in had. Hij vond dat vreemd omdat de man al in de ambulance beademd was en men daarbij het gebit kennelijk niet had opgemerkt.TG haalde het bovengebit eruit en legde het op een karretje, dat door de technische dienst van het ziekenhuis zelf gemaakt was. Het was een eenvoudig metalen karretje op wielen met twee schappen en een uitschuifbaar houten plateautje. 

Op het karretje stonden alle medicijnen en infuusvloeistoffen die men nodig had voor de reanimatie, zodat men alles overzichtelijk bij de hand had. TG legde het gebit op het uitgeschoven houten plateautje. Op dat moment was er nog steeds geen hartritme of bloedcirculatie. Enige tijd later kwam een assistent-internist het team versterken en later ook nog een cardioloog. De reanimatie verliep zeer moeizaam en men overwoog zelfs ermee te stoppen. TG controleerde regelmatig of de ogen van de patiënt normaal reageerden op licht, maar de man bleef ‘dode’, lichtstijve pupillen houden. Met name vanwege de leeftijd van de patiënt is het team toch doorgegaan met reanimeren. Pas na meer dan een uur reanimeren had de patiënt weer voldoende bloedcirculatie, zodat hij naar de intensive Care kon worden gereden. Hij was overigens nog steeds buiten bewustzijn. Op de IC is hij nog een tijd kunstmatig in slaap gehouden.DE BIJNA-DOODERVARING:Ongeveer een week later bevond de patiënt zich weer op de afdeling cardiologie. Op een dag had TG de taak om er medicijnen rond te brengen. We laten hem even zelf aan het woord: "En toen maakte ik de kamerdeur open, die man die ziet mij binnenkomen en ik zie dat gezicht nog voor me, zo van heel verbaasd en wijzend. ‘Hé, ja maar jij, jij weet waar mijn gebit is!’ Ik zeg: ‘Maar hoezo dan?’ ‘Ja, jij was erbij toen ik binnenkwam’, zegt hij. Ik zeg: ‘Ja, dat klopt.’ Ik zeg: ‘Maar ik weet nog niet waar het gebit is, ik zal het gaan zoeken.’ En in de loop van die avonddienst ben ik bij die meneer teruggegaan en toen heb ik gezegd: ‘Vertel eens, hoe kun je dat nou weten?’ En hij beschrijft dus dat ik het gebit uit zijn mond haal en op een schapje leg van een karretje met allemaal flessen erop. En hij hoort nog het gerinkel van die flessen. Hij vertelde dat hij dat zag. Hij beschreef dat ik het op een laatje legde. Hij beschreef het vanuit een hoog punt waarop hij op ons neerkeek en vanuit een hoek waardoor hij dus de hele kamer kon overzien. Hij beschreef ook het aanrechtje dat in een nis zat. Dat kon hij vanuit zijn bed liggend niet zien, want daar zaten gordijnen voor, half.En de positie waarin hij gelegen heeft al die tijd was op zijn rug met zijn hoofd naar het plafond gericht, met gesloten ogen. Ik heb enkel zijn oogleden geopend om naar de pupilreflex te kijken. 

Verder waren zijn ogen gesloten. En hij beschreef mij heel duidelijk en hij beschreef ook de twee meisjes die erbij waren en dat waren mijn collega’s. Het heel belangrijke was dar hij ook onze twijfels heeft gezien en gehoord. We hebben die twijfel ook uitgesproken tijdens de reanimatie van ‘Ja, wat moeten we nou doen? We zijn al zo lang bezig, nog steeds geen hartritme, nog steeds geen bloeddruk, moeten we niet stoppen?” De patiënt noemde twee akelige momenten tijdens de reanimatie. Aan het begin ervan, toen hij al uit zijn lichaam getreden was en zichzelf zag liggen, voelde hij tegelijkertijd pijn door de druk van de hartmassagepomp. Hij probeerde het team duidelijk te maken dat ze ermee moesten stoppen. ‘Hou daar mee op, want ik ben er nog!’ Een tijdje later, toen het team overwoog hun inspanningen te staken, werd de man bang. ‘Jongens, stop niet, want ik ben er nog!’ In beide gevallen kon de patiënt niet tot het team doordringen. Er was verder geen sprake van een tunnel of licht, maar de BDE beperkte zich tot een uitgebreide uittreding.LEVENDIGE DISCUSSIE:TG was bijzonder onder de indruk van het verhaal van de patiënt. Hij wist immers hoe die man eraan toe was geweest. Op het moment dat TG het bovengebit uit de mond haalde, had hij de hartmassagepomp nog niet aangezet. Hij is er daarom zeker van dat er op dat moment nog onvoldoende bloedcirculatie op gang was gebracht, zodat de patiënt niet bij bewustzijn had kunnen komen. Bovendien kon de man zeker niets gezien hebben, omdat hij lichtstijve pupillen had. Voorts staat vast dat de patiënt geen normale voorkennis had van de reanimatiekamer of de technische faciliteiten en zijn correcte waarnemingen waren veel te specifiek om op toeval gebaseerd te kunnen zijn. 

Het is volgens TG daarom echt onmogelijk om deze BDE materialistisch ‘weg te verklaren.’ Deze overtuiging was zo’n dertig jaar lang onveranderd gebleven toen Rivas hem interviewde in 2008. Als je dit allemaal optelt vormt de ‘Man van het gebit’ een groot probleem voor de sceptici. Eén van hen, de anesthesioloog Gerald Woerlee, trachtte het verhaal van TG serieus te nemen en toch materialistisch te interpreteren. Rudolf Smit en Titus Rivas gingen in 2008 en 2010 met steun van onder andere Anny Dirven, Pim van Lommel en Jim van der Heijden de discussie met hem aan voor ‘Terugkeer’ en het tijdschrift van IANDS, de ‘Journal of Near-Death Studies’. Woerlee redeneerde dat de patiënt onderkoeld was en er daarom erger aan toe leek dan hij feitelijk was. In het ziekenhuis zou TG eerst de pomp aangezet hebben en daarna pas het gebit uit zijn mond hebben gehaald. Op die manier zou er voldoende bloedcirculatie zijn hersteld om bewuste ervaringen mogelijk te maken. Dit was niet alleen medisch aannemelijker, aldus Woerlee, maar het komt ook overeen met een eerste weergave van TG tijdens het interview. De verpleegkundige spreekt dit zelf uitdrukkelijk tegenin een reactie in ‘Terugkeer’. Hij heeft nooit willen zeggen dat hij eerst de pomp aandeed, maar somde slechts de handelingen op (in een willekeurige volgorde). Het zou ook heel vreemd zijn, omdat dan onbegrijpelijk zou worden waarom TG nog steeds zo onder de indruk is van deze casus. Kortom: hij haalde eerst het gebit eruit en zette toen pas de pomp aan! Verder stelt Woerlee dat de patiënt TG’s gezicht gezien kon hebben, toen de verpleegkundige de reactie van zijn ogen testte, maar zoals gezegd had de man lichtstijve pupillen en kon hij op dat moment niet zien.Als hij al iets gezien had, dan alleen het felle licht dat TG in zijn ogen scheen.  Ook beweert Woerlee dat de patiënt gevoeld heeft dat zijn gebit uit zijn mond is gehaald. Maar dat is volgens TG echt onmogelijk, omdat hij toen (materialistisch beschouwd) nog geen enkele vorm van bewustzijn kon hebben. Hetzelfde geldt voor het horen van geluiden. Rudolf Smit daagde Woerlee uit op een experiment op te zetten waarbij proefpersonen alleen op basis van geluiden een vergelijkbare situatie correct moeten beschrijven. Woerlee ging hier echter niet op in. Tot slot maakte de anesthesioloog dankbaar gebruik van het feit dat de patiënt het over pijn onder de hartmassagepomp had. 

Dit bewees voor Woerlee dat er toen hoe dan ook weer voldoende bloedcirculatie moet zijn geweest. Opnieuw is TG het hier niet mee eens. Wijzelf achten het mogelijk dat het om een soort psychogene pijn ging, die werd opgeroepen doordat de patiënt als het ware schrok van wat hij buitenzintuiglijk waarnam. Maar zelfs als Woerlee op dit punt toch gelijk heeft en de pijn ‘normaal’ was, verklaart dit de uittreding nog niet die al begonnen was voordat de pomp was aangezet. Woerlee is niet onder indruk van onze tegenargumenten en beschouwt zijn verklaring als sluitend. Hij is zelfs een forum over de casus begonnen op zijn website.TG schreef in dit verband al in 2008: "Ik begrijp dat de heer Woerlee, als arts zijnde, het hele gebeuren wil kunnen verklaren aan de hand van gedaan onderzoek, beschreven en bewezen situaties en onderzoeken uit het verleden bij vergelijkbare gebeurtenissen. Voor medici is het blijkbaar onverteerbaar en dus ook niet waar als er dingen gebeuren die zij zelf niet kunnen verklaren op wetenschappelijke gronden.
T.R. & A.D.








Google Analytics Alternative