LEUGEN EN WAARHEID. 
Als wij de Goddelijke Wet overtreden door een medeschepsel gevangen te houden of op de één of andere manier onrecht aan te doen, moeten wij altijd iets voelen van de pijn die wij het veroorzaken. Daaraan weten wij dan dat wij uit de stroom van ware gedachten zijn verdwaald geraakt.  De mens tracht reeds nu op zijn gebrekkige wijze de Oneindigheid naderbij te komen in het zoeken naar waar geluk. Zal de dichter zijn bezieling zoeken onder de mensen? Neen, hij zingt liever van de bergen en meren, van het woud en de lucht, omdat hij daaruit het ware element put dat hem kracht en inspiratie geeft. Als hij de natuur nadert met sympathie en eerbied, dan verschaft die grootmoedige hem al wat hij nodig heeft. Maar uit deze bron van zuiver genot is de mens nauwelijks begonnen te drinken. Hij zal later duidelijk leren zien dat de Oneindige Geest alleen in staat is een waarheid te scheppen en dat het zijn taak is die onberoerd te laten, dat alle schepselen goed zijn zoals zij zijn gemaakt en dat onze wijze van al wat vrij leven is wetenschappelijk te behandelen, ten slotte een dwaling is, dat wij een atmosfeer in onze steden hebben gemaakt waarin men bijna niet meer kan ademen en dat door al die gekunsteldheid de strijd om het bestaan steeds zwaarder wordt. Een onwaarheid kan niet voortduren; zij kan niet voortgaan met steeds iemands ellende te doen toenemen, hetzij van een mens, dier of plant. Als de mens doorgaat met wat hij "verbetering" noemt van broedsel en soorten, dan plaatst de Hoogste Wijsheid steeds meer hindernissen in de weg. Dan worden de gevangen vogels en dieren ziek en hebben de vrucht en graankwekers veel te lijden van verwoestende en schadelijke insecten, die als het ware door hun gekunstelde methodes in 't leven worden geroepen. 

Het hoger opgevoede dier wordt hoe langer hoe meer een voorwerp van menselijke zorg. Ten laatste komt er een punt waarop de zogenaamde verbeteringen der soort stop wordt gezet, omdat het dier absoluut de macht verliest zijn door de mens onnatuurlijk gemaakte leven nog te kunnen voortzetten. Dan kan de belichaamde onwaarheid niet verder gaan. Als dit punt bereikt is moet de mens wel teruggaan tot het oorspronkelijke type van het dier of de plant (of zo dicht als hij daar bij kan komen) om zijn kunstmatig ontwikkelde soort weer te hulp te komen en aan te vullen. Het broedsel van gekunstelde konijnen bijvoorbeeld moet van tijd tot tijd aangevuld worden met dat van een wilde soort om er weer kracht in te brengen. Evenzo gaat het met de planten. De sterkere en natuurlijke druivenstok uit Amerika moet de uitgeputte wijngaarden van Frankrijk aanvullen. De mens is genoodzaakt naar een waarheid of natuurlijke uitdrukking van de Oneindige Kracht terug te gaan, om nieuwe kracht te krijgen ten einde zijn onwaarheid een tijd langer te kunnen volhouden. 

Als zijn zorg voor vogel of huisdier ophoudt, komen deze na een paar geslachten weder tot hun oorspronkelijk wilde en natuurlijke staat terug. Alleen gelaten, vloeit het element van waarheid weer terug naar de stroom van Hogere Wijsheid, die het alleen kan steunen en vernieuwen. Een onwaarheid van welke soort ook moet voortdurend voedsel gegeven worden en wordt toch ondanks alle zorg zwakker en zwakker. Als wij één leugen vertellen, moeten wij die altijd nog met een andere verzwaren en toch wordt onze houding na elke nieuwe leugen onvaster en duidelijker te doorzien. Hoe goed ook uwe volbloed raspaarden en uw kostelijk vee verzorgd worden, toch zijn zij veel minder gehard dan het dier dat zelf zijn voedsel zoekt in de natuurstaat. Deze methoden zijn alle onwaarheden, door de mens begaan in de vergeefse poging om de eerst onwaarheid te bemantelen n.l. die, om de dieren en planten uit het leven weg te halen dat God voor hen bedoeld heeft. Het is de natuur van een waarheid om zichzelf in stand te houden. De wilde bomen van het ~os en de wilde vogels en dieren, die alle onmiddellijke uitdrukkingen zijn van het Goddelijke, bewijzen zelf dat zij waarheden zijn, omdat zij zichzelven opvoeden en van eeuw tot eeuw voortplanten zonder inmenging van de mens. Wij zullen eenmaal duidelijk kunnen zien hoe deze wet ook op onszelven van toepassing is. Als wij, wat zeker gebeuren zal, de moed krijgen om de Oneindige Wijsheid geheel en al te vertrouwen, wier bedoeling het is van ons levende waarheden te maken in plaats van dwalingen, dan zal alles goed zijn. 

Dan komen de elementen die nodig zijn voor ons geluk, vanzelf tot ons en ontluiken wij evenals de bloem in schoonheid en vreugde. Wij zelf zijn niet de makers van ware gedachten, of met andere woorden, van Oneindige Wijsheid. Wij zijn de kanalen of reservoirs van die waarheden, die overal in het heelal heen stromen, om geluk te brengen waar het verlangen er naar uitgaat. Wij zullen leren dat wij ons in het ware leven alleen hebben open te stellen voor gedachten, die zonder dat wij er ons in mengen, hun werk voor ons kunnen doen. Zij zullen ons niet maken tot luie, trage mensen, maar tot wezens vol van gelukkige activiteit in ontelbare levensaangelegenheden, die wij nog niet vermogen ons te realiseren. Een vogel maakt niet zijn eigen muziek; hij luistert naar de Oneindige Geest en die geest stort muziek over hem uit. Dat is wat wij ook moeten leren doen, om bezieling te ontvangen en de macht die weer te geven en het is ons grote voorrecht dat wij meer intelligentie gekregen hebben dan plant en dier, om die hogere inspiratie te eerder in ons te kunnen opnemen. Alleen ware gedachten kunnen voor eeuwig in onze geest worden opgebouwd. Een onwaarheid kan er slechts een tijdlang in verwijlen; dan echter kan de geest die niet meet vasthouden en schudt haar af. 

Wat ge ook voor verdriet, pijn of angst moogt ondervinden en dat alles komt voort uit de pogingen van de geest om een leugen of dwaling;"die er zich als een parasiet op heeft vastgehecht, uit te roeien. Hij wil die leugen niet aanvaarden en waarschuwt ons reeds vooruit dat er iets kwaads is binnengeslopen. Maar gij weet soms nog niet wat het voor een leugen of dwaling is. Wij allen geloven heden nog meer of minder in leugens of dwalingen, voordat wij ze als zodanig hebben ingezien. Dat kunnen wij ook niet opeens en zeker niet zonder ernstig aan de Hoogste Macht te hebben gevraagd om gedachten van waarheid. Wanneer die ons deel worden, verdwijnen de dwalingen vanzelf. Het zal u reeds veel helpen, als ge slechts een waarheid wilt vasthouden, hoewel ge eerst niet in staat kunt zijn daaraan te geloven. Wij kunnen niet zo maar dadelijk in nieuwe waarheden geloven als zij voor het eerst aan ons worden voorgesteld, dat kan van niemand onzer verwacht worden. Wij kunnen ons best er voor doen, maar een nieuw denkbeeld naleven zonder er aan te twijfelen, kunnen wij eerst met kracht doen als dit waarlijk een deel van onze geest is geworden, als het in ons vlees en bloed is overgegaan. Tussen het lichaam ,en de geest van de Christus en anderen die wonderen hebben volbracht, was zulk een nauw verband, dat hun geestelijke macht zich door het lichaam kan uiten. Dit werd dan een geleider of bemiddelaar voor de uitdrukking hunner gedachten door daden. 

Van een ware gedachte kan zoveel kracht uitgaan dat die zich zonder andere hulp kan kleden in een fysieke vorm en zich daarin handelend kan openbaren. Wij noemen zoiets "een wonder". Het is slechts de uitwerking ener wet. Hoe verder wij komen in ontwikkeling, des te gevoeliger zullen wij worden voor al wat onwaar is. Wij drijven dan het onware even spoedig uit als een gezonde maag ongeschikt voedsel zal weigeren. Dit zal in het eerst wel fysieke storingen teweeg brengen, omdat de geest nog te onbewust de onwaarheden, waarmee hij behept was, zal uitdrijven, maar ook deze zullen overwonnen worden en de waarheid zal ook hier, als overal, zegevieren. Al wat leugen is, hetzij wij er één uitspreken of er omheen draaien, wordt een deel van ons lichaam en als wij ons leven alleen in onwaarheid doorbrachten, dan zou die ons lichaam verwoesten. Hoe meer leugens wij vertellen, hoe minder wij in staat zijn waarheden op te merken waar zij zich aan ons vertonen. Volgens de hogere wet kan een onwaarheid niet lang blijven bestaan. Zij doodt zichzelf. Als het gehele lichaam een levende massa onwaarheden is, dan kan dat lichaam dat zelf een leugen is geworden, niet meer leven. Het liegen wordt bij enkelen wel eens tot zulk een gewoonte, dat zij zelfs niet meer kunnen zeggen wanneer zij leugens verkopen of wanneer zij de waarheid spreken, omdat zij vol van verwarde leugenachtige gedachten zitten en zich daar bijna niet meer van los kunnen maken. Liegen bepaalt zich niet alleen tot verkeerde voorstellingen door middel van woorden. Wij kunnen leugens vertellen zonder een word te spreken. Wij heten mensen welkom in ons huis, als wij wensen dat zij niet waren gekomen. Dat is een leugen. Wij kunnen wel een grote belangstelling voorwenden in het welvaren van mensen, van wie wij geld hopen te krijgen. Dat voorwendsel is een leugen. Wij durven ons zelf de ware reden nauwelijks te bekennen. Wij beweren soms wel in het openbaar dingen die niet met onze innerlijke overtuiging overeen komen. Dat is liegen. 

Wij zeggen dikwijls dat wij dingen prettig vinden als het omgekeerde het geval is. Dat is een leugen. Als wij iets half hebben toegegeven en we zeggen "ja", terwijl wij eigenlijk menen "neen", dan zeggen wij een leugen. Deze leugens, op verschillende wijzen geuit, zijn zo algemeen dat wij dikwijls vergeten dat het leugens zijn. Maar juist doordat zij zo onbewust door ons geuit worden, berokkenen zij ons lichaam veel kwaad. Het is er mede als met vergif, dat onbewust ingenomen wordt en als iemand zich blind houdt voor het feit dat hij toegeeft aan een verkeerde gewoonte, dan is hij op dat ogenblik moeilijk te helpen. Juist door die gewoonte van liegen komt er een spirituele blindheid over ons, die de waarheid niet kan zien. Ook brengt de gewoonte van onwaarheid te spreken ons in contact met andere leugenaars. Daarom zal een verstokte leugenaar" eer een ander geloven dan iemand die de waarheid spreekt. Echter maken leugens die wij bewust uitspreken slechts een klein deel uit van die waarin wij onbewust geloven. Als wij naar die leugens leven en handelen, delen wij ze ook onophoudelijk aan anderen mee.  Grijze haren, rimpels en vele zichtbare tekenen van ouderdom zijn belichaamde kentekenen van dwaling van een vals geloof dat zich tijdelijk in de geest heeft vastgehecht, bijvoorbeeld het geloof dat het verval van het lichaam onvermijdelijk is. Dit is een onwaarheid waaraan door ons gehele geslacht krampachtig wordt vastgehouden. 

Al onze gedachten zijn dingen, die door de geest het lichaam worden toegezonden, waarin zij gekristalliseerd of gematerialiseerd worden in de zichtbare substantie ervan. Als onze geest in onwetendheid tracht onware gedachten in het lichaam te brengen, dan zal dit geen stand houden en door die onwaarheid vervallen. Als ware gedachten in het lichaam worden gebracht, zullen zij hun bestaan tonen door het lichaam een eeuwig leven te gunnen, evenals de geest dit bezit. De weg uit al deze vergankelijke moeilijkheden is eenvoudig en toch zo vol wonderen. Vraag om ware gedachten, om macht, te kunnen geloven in een Hoogste Wijsheid, niet half of vaag, maar even letterlijk als gij in het bestaan gelooft van de Atlantische Oceaan. Vraag aanhoudend en dringend, vraag het niet als een gunst van de Oneindige van wie gij deel uitmaakt, u dat te zenden wat die Macht u reeds als een noodzakelijk element voor uw geluk heeft toebedacht. Als gij iemand iets schenkt, dat hem en u tegelijkertijd kan veredelen en opheffen en als dat iets alleen voor dat doel door hem gebruikt kan worden, verwacht gij dan dat hij er u om zal komen bedelen? Er is in de Oneindige Geest plaats nog voor bedelarij, noch voor afhankelijkheid of kruipend smeken. Deze dingen zijn onwaar en de Oneindige kan slechts waarheid omvatten. Als wij het Hoogste naderbij komen, zullen wij er meer aan evenredig worden. Uw ernstig vragen houdt geen gebrek aan eerbied in,smeken of bedelen is echter geen eerbied. De bedelaar vereert u niet als hij u om een aalmoes vraagt, of als hij er één van u krijgt. De Oneindige zal uw vraag verhoren als ge zegt:

"Ik vraag om een waar man of een ware vrouw te mogen worden. Ik vraag om de recht weg te leren kennen." Dat is uw recht. De Oneindige Geest wil dat ge uwe rechten kent en die handhaaft. Hij zegt: "Deze goederen zijn van u. Waarom zoudt ge er dan om bedelen of smeken?" Het is de natuur van een waarheid om zichzelf in stand te houden. De wilde bomen van het bos en de wilde vogels en dieren, die alle onmiddellijke uitdrukkingen zijn van het Goddelijke, bewijzen zelf, dat zij waarheden zijn. Wat is het denkende elementen ons bestaan? zal men vragen. Er is gedachte in elk ding. De kracht die wij gedachte noemen is niet het uitsluitend eigendom van de mens. De zon is een uitdrukking van de oneindige Geest en iedere straal die zij de aarde toezendt is vol van gedachte, leven en intelligentie. Een planeet, een ster en een mens zijn gelijksoortige in materie omgezette uitdrukkingen van die geest. Dat zijn ook de bomen, planten, vogels en dieren. Dezelfde geest en intelligentie openbaren zich in de rotsen en in de aardbodem. Er is geest overal waar leven is. Van deze kracht is er meer in een plant dan in een steen, meer in het dier dan in de plant, meer in de mens dan in het dier, meer in sommige mensen dan in andere, meer in een engel dan in een sterfelijk wezen.  Er is leven en geest in dingen die wij "dood" noemen. Leven, kracht, beweging, gedachte, doordringen het onmetelijke heelal. Er is geen begin en geen einde, geen oorsprong, want de eeuwigheid heeft geen oorsprong. 

Het is God het "Ik Ben" , het onveranderlijke zijnde. 
Een denkbeeld, "dood" genaamd, bestaat in de menselijke geest, maar alleen daar, nergens anders. Dit denkbeeld komt voort uit het onvermogen van de mens om verder te zien dan het einde van een gematerialiseerde uitdrukking van de Oneindige Geest. Een boom die geen bladeren meer heeft en geen sap meer in de aderen, noemt de mens "dood". Maar er blijft nog geest en leven genoeg over in de wortels van die boom. Die geest is bezig het hout langzaam vaneen te splijten, de mens ,noemt dit verval. Het is, integendeel, de almachtige, de aldoordringende gedachte, die aan het werk gaat om een nieuwe uitdrukkingsvorm te scheppen, ten einde in die vorm een nog hogere graad van ontwikkeling te verwezenlijken. Dezelfde geest laat het lichaam uiteen vallen, als de mens het verliest. Als dat lichaam werkelijk dood was, zou het altijd zo blijven als het was, toen het de adem verloor. De gedachte van Dood is de eerste grote onwaarheid. De wilde eik is een ware uitdrukking van de Oneindige Geest. De geest in de eik maakt het plan van zijn vorm en de kleur van zijn bladeren en takken. De geest in de bloem doet dit met haar kleur en tekening. Er is in iedere uitdrukking van de Oneindige, hetzij die zich in dier, plant, rots, water, lucht of mineraal openbaart, een kracht en intelligentie die de mens evenmin kan nabootsen, scheppen of begrijpen als hij het zichzelf kan doen. Deze oneindige wijsheid en kracht openbaart zich bij de wilde plant of bloem in één hare ontelbare schakeringen, bij het wilde of natuurlijke dier weder in een andere, maar in beide ligt de ware uitdrukking van geluk. Planten, dieren, vogels en alle wezens in hun wilde of natuurlijke staat hebben een eigen genoegen in hun bestaan. Als de mens zich met hen gaat bemoeien en hen dwingt zich hoger te ontwikkelen, verkracht hij een waarheid, vermindert de macht die hem in stand houdt en vermindert ook hun geluk en het zijne. Dieren en planten leven gaarne vrij van iemands zorg, behalve die ven de Oneindige Geest die door hen werkt, zij zijn dan waarachtige uitdrukkingen van het Oneindige; wanneer de mens tussenbeide komt zijn zij dit tijdelijk niet meer, dan worden zij onwaarheden.Bovendien verbetert de mens werkelijk niets aan de boom of de plant of het dier, dat hij opkweekt of aan huiselijk leven gewent. 

Integendeel hij maakt hen zo, om er zijn eigen comfort of genoegen door te verhogen, de waarheid veronachtzamend dat zij als uitdrukking van de Oneindige Gedachte recht hebben op hun vrijheid, geluk en leven in de natuur. In hun natuurlijke staat zorgen dieren en planten voor zich zelf en hebben dus de hulp van de mens niet nodig. . De wilde gans bijvoorbeeld is sterker, vlugger en meer symmetrisch in haar vorm dan de geremde gans van dezelfde soort. Zij voedt haar jongen op zonder hulp van mensen en weet precies wanneer en waar zij een warmer of kouder klimaat moet opzoeken; dat noemen de mensen "instinct". Het is de Hoogste Wijsheid en Waarheid die door en in hen werkt en die, wanneer zij in vrijheid gelaten wordt, het grootste geluk aanbrengt. Daarom is voor de dieren het echte genot van hun leven uit, als zij de mens in handen vallen, al hebben zij het ogenschijnlijk nog zo goed; na verloop van tijd worden zij zwakker en soms misvormd, zij krijgen ziekten, waarvan zij in hun natuurstaat bevrijd bleven. Als de mens tracht iets aan hun natuurstaat te veranderen, berooft hij de dieren tijdelijk van hun geluk, omdat hij het ware doel van hun bestaan wegneemt. De vlugge symmetrische, krachtige wilde gans is een waarheid. Maar de logge, hulpeloze getemde gans, beroofd van haar macht tot vliegen en niet in staat meer voor zichzelf te zorgen, is een leugen. Zij vertegenwoordigt slechts wat er van een waarheid overblijft nadat de mens er zich mee bemoeid heeft. 

Uw kanarie is tot een wisse dood gedoemd als hij aan zijn kooi ontsnapt. Alle macht om zichzelf te onderhouden is hem door de mens afgeleerd. In zijn wilde staat was hij een waarheid die de mens tevergeefs heeft getracht te verbeteren.Het varken is in zijn natuurlijke staat geen onzindelijk beest; het is bedrijvig, maar niet log. De mens heeft het tot een vuile klomp gemaakt, die het dikwijls is, door het tot een vette broedmachine op te fokken. Dit gaat soms te ver, dat de poten van een bekroonde big dikwijls niet in staat zijn het zware lichaam te dragen, dit is ook een voorbeeld hoe de mens een waarheid verbastert. Alle menselijke pogingen om de goddelijke en natuurlijke orde der dingen te verbeteren berusten op dwalingen.Als de mens een wilde vogel of ander dier wil vervormen voor het één of andere doel, treedt hij met zijn materiŰle gedachten tussen de Oneindige Geest, die alleen het geluk van alle schepselen wil. Deze hoogste bedoeling wordt door de mens aangerand en tijdelijk uitgeschakeld. Het door de mens gevangen dier is in zijn vrijheid geknot, van zijn levensgraad beroofd en wordt dan een dwaling, een belichaamde onwaarheid. Een onwaarheid is een waarheid die van zijn eigenlijke doel wordt afgewend en dit kan alleen maar tijdelijk geschieden. De Hoogste Macht overwint tenslotte alle dwaling en brengt alles terug tot zijn eerste ware uitdrukking. Natuurlijker worden is niet tot ruwe barbaarsheid terugkeren. De Oneindige Geest (niet de mens) bracht deze planeet en de mens er op, uit de chaos en de wildernis tot zijn tegenwoordige, meer verfijnde staat. En die Geest gaat, ofschoon wij niet kunnen bevatten hoe, steeds door met de ontwikkeling en verfijning met al wat leeft. Als de tijd gekomen zal zijn waarin de mens voldoende geleerd heeft de natuur overal te eerbiedigen -- als hij zal ophouden haar tot een onwaarheid te verkrachten, zal hij de geluksgedachte, die bij elke schepping voorzit, in iedere natuurlijke uitdrukking ontdekken en die ontdekking zal voor hem een Levenselixer worden. Die zal hem de macht geven te leven zonder een dier voor voedsel te laten doden, zonder zelfs planten van haar natuurlijk leven te beroven om hem graan te verschaffen. De gehele schepping moet doortrokken worden van een atmosfeer van geluk, geen orgie, maar een schone, rijke stroom van blijde gewaarwordingen moet altijd door ieder wezen kunnen heen vloeien. 
Prentice Mulford. 





Google Analytics Alternative