HET BESTAAN VAN GOD HOEFT GEEN BEWIJS. 
Vanaf de tijd dat de mens heeft leren denken zijn er ontelbare Goden de revue gepasseerd. Alleen enkelen echter hebben ,,overleefd''. Maar de ,,overlevenden'' zijn dan ook wel bijzonder hardnekkig. Ieder geloof meent een patent te hebben op de ,,ware God'' en oorlogen die in Diens naam zijn gevoerd behoren tot de bloedigste uit de geschiedenis der mensheid, mede door het onverzoenlijke fanatisme dat hieraan ten grondslag ligt. Ook SS-Nazibeulen hadden op hun koppels de leuze ,,Gott mit uns'' terwijl zij miljoenen mensen de dood injoegen.Maar er is ook een categorie mensen die door de eeuwen heen heeft trachten aan te tonen dat God helemaal niet bestaat en slechts een verzinsel is van onnozele halzen die zo nodig een vaderfiguur moesten hebben om zich hieraan vast te klampen. Of angsthazen die op een soort levensverzekering uit zijn, onder het motto: Je weet maar nooit. Het waren hoofdzakelijk enkele wijsgeren en de wetenschappers, die deze en soortgelijke gedachten waren toegedaan. Maar de wereld heeft ook een Einstein gekend. Een man die dieper dan welke andere geleerde ook in de geheimen van het heelal is doorgedrongen en de formule voor de atoomsplitsing heeft gevonden. En de als ongelovige bekend staande Einstein verbaasde hierna nog eens de wereld door zijn verklaring: ,,Als ik niet in het bestaan van God zou kunnen geloven dan zou ik krankzinnig worden''! Het getuigt overigens van een ongelooflijke arrogantie en domheid om het bestaan van God te ontkennen alleen omdat wij mensen Diens bestaan niet kunnen bewijzen. Hoe kan ooit een druppel water in de wereldzee het bestaan van de oceaan bewijzen? Maar het kleine mannetje in zijn laboratorium, met zijn technische wonderapparatuur, zit hier helemaal niet mee. Zijn wetenschap dwingt hem immers om alles te ontkennen wat niet bewezen kan worden. 

Wat hij niet kan zien, wegen of meten bestaat simpelweg niet. Niemand minder dan Einstein zelf heeft bewezen dat de rechte lijn een fictie is. Alles in het heelal, zelfs een lichtstraal zal uiteindelijk een cirkel vormen. En de lichtstraal was voor Einstein de enige ,,betrouwbare meetlat'' die de wetenschap bezat! Voordien hadden de wetenschappers al vastgesteld, dat al onze zintuigen onbetrouwbaar en dus onbruikbaar waren. Dat schept derhalve wel enige problemen omdat nu ook de ,,meetlat'' is weggevallen! Cynici wijzen er dan ook met leedvermaak op hoe de ,,geleerden'' betrouwbare bewijzen willen vergaren met instrumenten die alle door henzelf per definitie onbetrouwbaar zijn bevonden. Trouwens, het overgrote deel van hetgeen de wetenschap in de loop der eeuwen heeft ,,bewezen'' is intussen naar het rijk der fabelen verwezen. Dat geeft de burger weinig moed om nu weer geloof te hechten aan toekomstige wetenschappelijke ,,bewijzen'' of stellingen. Ons dunkt dat een gepaste bescheidenheid hen derhalve in ieder geval niet zou misstaan!  De schepping die met een oerknal zou zijn ontstaan is volgens wetenschappers een toevalsproduct. Het is interessant om hier aandacht aan te besteden. Er zijn vele miljoenen cellen nodig geweest om het menselijk oog te construeren. Dat een dergelijk meesterstuk door toeval nog eens zou kunnen worden gemaakt is volgens de kansberekening volslagen onzinnig. Zelfs de grootse gokker uit de wereldgeschiedenis zou een weddenschap weigeren indien hij geblinddoekt, dobbelstenen genummerd van 1 tot 1.000.000 in de juiste volgorde uit een hoge hoed zou moeten halen. De schepping heeft dit kunststukje niet alleen talloze malen herhaald maar ook nog met een aanzienlijk groter aantal cellen dan ,,slechts'' één miljoen! Het oog van en insect of van een vis is van een geheel afwijkende constructie. 

Niettemin heeft de schepping dezelfde resultaten bereikt, namelijk dat het wezen kon zien. Hetzelfde geldt voor andere grondverschillende organen zoals de hersenen en de ledematen die tenslotte toch alle één en dezelfde functie vervullen. Om over de constructie van het heelal met zijn sterren, planeten en melkwegstelsels maar te zwijgen. Wie hier niet de hand van een hogere macht in kan ontdekken moet wel ziende blind zijn. En toch is dit alles voor vele wetenschappers nog geen ,,bewijs'' voor het bestaan van een hogere intelligentie.Maar het grootste wonder, namelijk dat wij denken, voelen en handelen -- iets wat dode materie toch niet kan presteren -- schijnt evenmin een bewijs te zijn voor het bestaan van God. En dat brengt ons gelijk weer terug tot de ,,oerknal''. Vanaf het moment dat planeten voldoende afgekoeld waren en de oceanen waren ontstaan, begon de mens aan een kringloop die hem uiteindelijk weer terug zou voeren naar de bron waar hij vandaan was gekomen. En die bron was God. In het begin leken wij niet erg op een mens. Wij zwommen als ééncellige diertjes in de beschermende wateren van de oceaan rond en hadden in dat stadium alleen de taak om ons te vermenigvuldigen door celdeling. En de tijd totdat wij zover zouden zijn dat wij een symfonieorkest konden dirigeren of een toneelstuk schrijven lag  nog vele miljoenen jaren later in het verschiet! Niettemin waren wij reeds in die tijd voorbestemd om zo te worden zoals wij nu zijn. God had namelijk in ons celletje een vonk van Hemzelf gelegd. Wij waren dus toen al nietige Goden en zouden onze evolutie zelf ter hand nemen. Vanaf het allereerste begin bestond er dus geen God die ons vanuit het heelal zou besturen maar waren wij reeds zelfstandige wezens. Wij bezaten toen al de Goddelijke bezieling in ons zelf om ons leven terug naar de Oorsprong te stuwen. Het spreekt vanzelf dat er vele miljoenen jaren nodig waren voordat wij over een lichaam zouden kunnen beschikken zoals dat er nu uitziet. 

Wij leken tijdens dit evolutieproces overal op behalve op mensen. Eerst op vissen en in een veel later stadium, toen wij de bescherming van het water om te overleven niet meer nodig hadden -- en wij uit het water naar het inmiddels ontstane vasteland waren gekropen -- op apen. Inderdaad. Elke arts zal bevestigen dat de sporen van dit evolutieproces nog in de mens aanwezig en vooral tijdens de ontwikkeling van het embryo goed te herkennen zijn. Dat, toen wij uiteindelijk rechtop gingen lopen, op apen leken heeft trouwens menige wetenschapper doen concluderen dat wij of van de apen afstammen of tenminste gemeenschappelijke voorouders hadden. Natuurlijk is dit grote onzin. Al zouden wij als twee druppels water op apen hebben geleken dan nog waren wij aapmensen en de apen mensapen. (Het dieren en plantenrijk is in het scheppingsverhaal vanzelfsprekend ook een voornaam hoofdstuk en wordt in de boeken van Jozef Rulof uitvoerig behandeld). De vormgeving -- ons lichaam -- speelt tijdens het evolutieproces overigens wel een belangrijke, maar geen beslissende rol.

Het bestaat en functioneert immers alleen bij de gratie van de geest die tijdelijk daarin verblijft. Zelfs de hersenen, die zo ingenieus zijn ontwikkeld dat een geavanceerde computer daarmede vergeleken slechts op een telraam lijkt, hebben geen blijvende betekenis. Want evenmin als de ogen kunnen zien, oren kunnen horen of handen kunnen voelen, kunnen hersenen denken. De geest -- de persoonlijkheid -- die in het lichaam huist en dit bestuurt, doet dit allemaal en levert de ,,stroom'' voor onze ,,computer''. Zodra de geest zich uit het lichaam terugtrekt valt de stroom uit en alle functies zijn dood. Inderdaad ,,dood'' en zo noemen wij dit ontzielde, afgedankte lichaam dan ook op Aarde. De geest -- het Goddelijke leven -- echter is allerminst dood en vervolgt zijn kringloop! Zoals gezegd had dus ieder wezen zijn eigen evolutie te beleven en al leken mensen en sommige diersoorten tijdens bepaalde levensfasen in vorm op elkaar, toch waren zij wezenlijk grondverschillend. Ook de af te leggen evolutionaire weg zou derhalve vooral in een later stadium grondverschillend zijn. Het bewustzijn -- zoals wij dit nu op Aarde kennen -- heeft echter nog lang niet het eindstadium bereikt. Wij zijn nog steeds onderweg, terug naar God en hebben nog een zeer lange weg te gaan. Wij begonnen echter onze kringloop als onbewuste Goden en zullen ooit als bewuste Goden terugkeren. Ieder schepsel heeft dan vanwege zijn tijdens de ,,lange reis'' opgedane ervaring, een unieke persoonlijkheid opgebouwd die hij tijdens zijn verblijf aan Gene Zijde zal behouden.Het bestaan van God loochenen betekent derhalve zichzelf verloochenen want het leven is Goddelijk en derhalve eeuwig.
Don Bamberg.








Google Analytics Alternative