DE WANDELING VAN CHRISTUS.
De Christus, wandelende en kijkende naar de Ruimte, naar het leven dat Hem aanschouwt, Hem aanvaardt, stond met Johannes stil, legde Zijn linkerhand op diens schouder en zei: Kijk Johannes, jij bent de gevoeligste, kan je Mij aanvaarden? Dit alles is openbaring en evolutie. Ik ben nu niet in staat om al deze wetten te verklaren, want Mijn leven is te kort. Maar anderen zullen dat doen Johannes. Ik kom uit een Bron waarmee ik één ben. Ik kom vanuit het Goddelijke Gezag, de Goddelijke Ontwaking en heb God als vader en als moeder leren kennen. Wij moesten beginnen om de mens een geloof te schenken. Je kent de geschiedenis van Mozes en je weet hoe het Huis IsraŰl is opgestuwd, het is een rijzige gestalte geworden, maar nu zit de mens aan een eeuwigdurende verdoemdheid vast.Ik zal niet in staat zijn om dat de mens weer af te nemen, want je voelt wel, Johannes, Ik kan de eerste fundamenten slechts voor het Goddelijke, het Vaderlijke Evangelie, leggen. Ik kan alleen de nieuwe fundamenten zetten. Maar de anderen, die opstijgend een Tempel zullen vertegenwoordigen en optrekken, die fundamenten komen eerst in een later tijdperk, en dan zijn wij tot de sferen van licht, van liefde en levensgeluk, zaligheid en rechtvaardigheid teruggekeerd.' Johannes keek naar de apostelen, die daar wachtten en Petrus dacht: Wat heeft de Meester nu weer? Christus vervolgde tot Johannes: 'Vertel het hen eerst, aanstonds, wanneer Ik er niet meer ben, wanneer Mijn taak voorbij is, vertel dan en leg dan ook de eerste fundamenten, want jij kunt tot in het Goddelijk Al, het Goddelijk Bewustzijn denken, voelen en zien, hoe de eerste werking is geboren. Hoe de eerste gedachten vanuit de Albron zijn ontstaan en zijn uitgezonden en zichzelf hebben kunnen verstoffelijken, kan je niet aanvoelen. 

Daarvoor heb je Ruimten te overwinnen, daarvoor zul je Zon, Maan en sterren in je op moeten nemen. Je zult het leed, het gevoelsleven van miljoenen mensen moeten dragen, wil je één zijn met Mij en met Hem waardoor wij zijn, de Vader in de Hemel. Je zult elke gedachte van die miljoenen mensen moeten opnemen en willen dragen en in je hart insluiten. Eén verkeerde gedachte en je zinkt terug en je stemt je af op dat wat je niet meer wilt zijn en wat je reeds overwon, maar niettegenstaande dat, toch weer terugvoert, omdat je het verkeerde ziet en het beleven wilt.Christus stond met beide voeten op de Aarde en moest aanvaarden dat de mensheid in een duisternis was geplaatst en vastzat aan de angst. Aan het geloof? Jazeker, men had het zelf zo tot de Ruimte gebracht. Maar dat hebben die kinderen, die vaders en moeders zo niet bedoeld. Zij zeiden alleen maar: Wij zullen die mensen angstig maken met: Doe niet verkeerd, want u breekt zichzelf af!Wanneer u daar en daar op ingaat en u wilt dat leven zo aanvaarden en ondergaan, dan bouwt u aan duistere machten en krachten. Maar wanneer u daarvan vrij wilt zijn en blijven, voert uzelf dan naar de ijle klanken, het timbre voor de Almoeder en dan zal elk woord bezielend zijn, uw leven vertolken en de zin, het gevoel en de Ruimte afmaken, zodat u nieuwe fundamenten hebt gelegd, Maar dat hebben dié mensen niet gekund!

In een ander artikel schreven wij bewust dat de Christus NOOIT meer stoffelijk - als de Christus - op de Aarde zal verschijnen. Dat betekent echter niet dat de Christus zich niet meer voor onze wereld zou interesseren. Zijn Gevoel en Zijn Gedachten zijn rechtstreeks met ons verbonden als wij bereid zijn Zijn Weg te volgen. Een weg zonder opsmuk en uiterlijk vertoon. Wanneer de Christus tot ons komt is het in alle eenvoud, ontdaan van alle stoffelijke en geestelijke maskers. Wie van ons zal de ware Christus dan herkennen? Meester Zelanus sprak in 1951 in een van zijn lezingen over het herkennen van de levende Christus. Hij zei het volgende:Voor een tijd terug was er een grootbewuste in Rome en heeft daar als ZWERVER aangeklopt en gezegd: 'Mag ik de Vader even spreken?' Geheel Gene Zijde, miljoenen zielen, mensen zagen wie die zwerver was, maar daar in Rome wist men het niet. Hij sprak verder: 'Waarom mag ik niet binnen komen? Ja, ik zie er vies uit, maar uw maatschappij is ook vies. Ik ben in een heilige stad; maar is iedereen hier heilig? Wat is heilig zijn? vroeg die man. Toen heeft men dat kind twee dagen in de gevangenis gestopt, want hij vroeg overal: 'Mijn lieve mens wat is nu heilig zijn?' en men dacht dat hij daarmee de heilige Vader bespotte. Zit dat kind nu nog? Neen, hij is door de muren gevlogen en in zijn Ruimte teruggekeerd; hij is hoger en hoger gegaan. Ja wereld, ik ga u nu een wonder vertellen: Voor drie maanden terug stond de Christus in Rome en hebben ze Hem weggestuurd; ze herkenden Hem niet! Telkens weer staat de Messias in uw maatschappij. Hij vertoont zich elke seconde wanneer er over rechtvaardigheid, over liefde, geluk en ontwaking wordt gesproken! En dan ziet u een oud vrouwtje, een oud mens, dat u wellicht voorbij loopt en dat dan zegt: 'De Christus luistert'. Andrŕ stuurde eens tot Hem: 'En hebt U dan niets meer met Jeruzalem te maken; interesseert U de Caiphas, de Pilatus niet meer? 

Hebt U ook nog zo nodig te maken met de mensheid, deze wereld de werkelijke opbouw, de vernietiging van al deze machtige, mooie rassen? Waarvoor hebt U geleefd?' Werd Andrŕ boos? Neen, hij zei: 'Als U daar hebt geleefd en als Christus geen werkelijkheid bezit, dan kunnen wij immers ophouden! Maar ik heb u gezien! Kom dan toch eens tot deze wereld! U zit toch niet altijd op Uw troon? U zult toch wel iets van deze arme, geslagen mensheid van de twintigste eeuw in U opnemen? Of spreekt men deze taal niet in Jeruzalem?' Begrijp goed wat er is gebeurd voor twee duizend jaar terug. Wanneer de Christus of wanneer een Meester in staat is zich neer te leggen en door dematerialisaties en materialisaties zijn stof en zijn geest op te trekken, het te laten verdwijnen en het ergens anders neer te zetten, wat kan de Christus dan niet? Hij is in het Al, hij vertegenwoordigt alle Ruimten, waarin u leeft en die door de Almoeder, de Albron werden geschapen! Hij heeft voor deze eeuw, voor deze tijd, het Goddelijke Gezag en de vertegenwoordiging op Aarde weer eens voor Zichzelf en voor de mens willen testen? Wat is en hoe is de mens wanneer deze kan zeggen: 'Ik ben heilig?' Nu er machtige dingen voor deze mensheid gaan gebeuren en elk kind zich afvraagt: 'Hoe kan God dit goedvinden?'; nu is de Christus en zijn de Meesters, maar vooral de Christus, wellicht elke dag in uw straat, in uw omgeving, in deze ruimte, op Aarde te ontmoeten. En dit is geen verhaal; Hij klopte aan, men ontving Hem, maar toen de Christus zei: 'Ben Ik hier bij de heilige; Ik wil de heilige zien en beleven; Ik wil de harmonie zien, toen werd Hij bij de kladden gepakt en buiten dat heiligdom gezet. MEN KENDE HEM NIET!
Meester Zelanus.








Google Analytics Alternative