TOT WELKE PRIJS? 
Op vrijdagavond 15 januari 1982 zond de NCRV- televisie een documentaire uit, onder de titel: 'TOT WELKE PRIJS'. Het programma, gepresenteerd en samengesteld door Henk Mochel, behandelde op indringende, maar integere wijze de gevolgen van te vroeg geboorten. Door zwaar tot zeer zwaar hersenletsel, als gevolg van tijdelijk zuurstofgebrek van kinderen tijdens de zwangerschap of bevalling kunnen onvoorstelbare handicaps ontstaan, die het verdere leven van zulke kinderen ernstig benadelen. Jaarlijks komen alleen reeds in ons land duizenden kinderen ter wereld, die in meerdere of mindere mate te lijden hebben gehad van bedoeld zuurstofgebrek. Zij liepen daardoor hersenletsel op dat vaak aanleiding is tot achterblijven in de groei en ontwikkeling. Maar al te vaak worden deze kinderen aldus 'veroordeeld' tot een hoge graad van invaliditeit. Waar vroeger de geboortekans van zulke kinderen uiterst gering was, is door de hoge ontwikkeling van de medische techniek en bekwaamheid het sterftecijfer in deze gevallen drastisch omlaag gebracht. Het blijkt dus in toenemende mate mogelijk te zijn deze kinderen, letterlijk over de grens van het leven heen te trekken, waar zij voorheen gedoemd waren om vroegtijdig te sterven. Op zichzelf een grandioos medisch succes dat met veel trots ervaren mag worden.

Wie echter de uiteindelijkheid van dit 'succes' nader bekijkt staat wel voor een onvoorstelbare ontdekking, die hem toch wel met andere ogen naar dit behaalde resultaat doet 'zien'. De vreugde wordt nu wel heel erg getemperd. Vele mensen die als gevolg van deze razend knappe 'reddingen' in leven zijn gebleven, beleven dit leven in een welhaast onaanvaardbare staat. Soms bestaan zij in volkomen afhankelijkheid van anderen en ondergaan zij alle verschrikkingen van een totaal of gedeeltelijk isolement. Door het ontbreken van soms zeer fundamentele lichaamsfuncties zijn zij vaak verstoken van communicatiemogelijkheden, terwijl zij over een volkomen normale intelligentie en gevoelsleven beschikken. Verbazingwekkend is hun strijd om soms de meest minimale mogelijkheid tot ontwikkeling te voerén, teneinde toch nog te kunnen communiceren met hun, al of niet aangepaste omgeving. De in dit programma getoonde beelden waren in dit verband erg onthullend en in staat tot diepe ontroering en bewondering te voeren. Ook de aanwezige vertegenwoordigers van de zo succes rijke medische wetenschap gaven blijk van een diepe bewogenheid. Zij gaven duidelijk te kennen dat zij in wezen niet goed raad weten met de verworven kennis en mogelijkheden. Krachtens de wetten van de menselijkheid, maar bovendien ingevolge de medische ethiek handelen zij zeer juist, immers zij dienen het leven met uiterste inspanning. Zodra zij door hun geweten hierin twijfel ondergaan zouden hun handen gebonden zijn. Het gaat dan ook beslist niet om één of andere schuldvraag. Dat deze begaafde mensen bij het zien van de resultaten nu zelf tot twijfel komen, waaruit de vraag: 'Maar tot welke prijs?' ontstaat, bewijst dat de grens van het menselijk kunnen thans de uitersten  van het leven beginnen te raken. Daarmee komt hoe langer hoe meer de vraag aan de orde:

WAT IS LEVEN? en 'Wat zijn de levenswetten in algemene en concrete zin?' Het zou uiteraard vrij tactloos zijn over deze vraag te discussiŰren met de slachtoffers van dit soort reddingssuccessen. Voor een betrokkene is het miniemste restant van vitaliteit immers evenzeer het 'alles of niets' als het dit is voor de recordhouders op menig gebied. Als gemeenschap, verantwoordelijk voor de geschapen mogelijkheden van ingrijpen in leven en dood, zullen wij de gezamenlijke verantwoording daarvoor dan ook uiterst serieus en volkomen letterlijk moeten nemen. Het gaat niet aan daarvoor enkele, hoogbegaafde medici aan te wijzen. Immers ook zij volgen slechts een trend; de trend van het huidige ethische denken en voelen tot op de uiterste graad van ontwaakt bewustzijn.  Juist zij balanceren hierin op de uiterste grenzen en lopen derhalve alle risico's vandien. Het is weliswaar hun optimale denken en handelen dat zo ingrijpend bezig is, maar toch doen zij dit op verzoek van en namens de gemeenschap, waarvoor de dood een zwartgallige onbegrepenheid is en die onaanvaardbaar is; dus onbeperkt bestreden dient te worden. Als gevolg daarvan hebben nu sommige mensen een volkomen onmenswaardig bestaan te aanvaarden. Op het moment van de beslissing waren zij niet in staat zichzelf daarover uit te spreken. Hun bestaan in deze wereld nam derhalve een onstuitbare aanvang, immers volgens de eed van Hypocrates was nu hun leven 'haalbaar' zodat alles op alles werd gezet om tientallen moeilijkheden te overwinnen. Wat het gevolg was kunnen wij nu door ervaring vaststellen. Het resultaat is nogal uiteenlopend. De gevoelens daarover zijn variant van gematigd tevreden tot en met uiterst verdrietig. Volgens de wetten van de natuur zouden echter vroeger al die mensen niet tot het dagleven zijn doorgedrongen. Zij zouden derha1ve nimmer een dergelijke mismaking te aanvaarden hebben gekregen. Geheel onafhankelijk van mensen zouden zij de dood ter afsluiting van een embryonaal stadium beleefd hebben. Slechts de bedroefde ouders zouden een kort verdriet hebben beleefd, afhankelijk van gevoelsgraad en sentimenten.

Wij vinden dat nu eenmaal heel erg, omdat wij onszelf niet kennen en ook niets afweten van onstoffelijk en onzichtbaar leven. Wij gissen slechts en komen in sommige gevallen nog tot een soort geloven, maar echt weten doen wij niets. Niets weten wij van de diepe achtergronden van het leven als bezieling voor de stof. Wij weten niet dat het de ziel is in een embryonaal stadium, die een geestelijk wakker worden in de moeder stuwt en dit geheel doet in harmonie met duizenden wetmatigheden voor oorzaak en gevolg. Wij weten beslist niet dat daaraan vooraf elk embryo een duizelingwekkende hoeveelheid levens heeft beleefd, waarvan de ervaring is samengebald tot een nietige onzichtbare werking die als zodanig de 'blauwdruk' is voor de wording van het jonge leven in de moeder. Wij weten niet dat in die blauwdruk het gehele levensproces op Aarde tot op de seconde is afgebakend en bepaald, als gevolg van geheel vrijwillige opbouw van de 'ingebakken' voorgeschiedenis. Duizenden geestelijke wetten draagt dit leven in zich. Duizenden onzichtbare stuwingen, die bouwend werkzaam zijn voor alle faciliteiten van het komende leven. Niets wordt nu onnatuurlijk, ook niet als dit leven nog in de moeder tot sterven moet komen, omdat de ziel daarvoor toonaangevende signalen doorgeeft aan elk stadium van stoffelijke wording. Dat alles valt met de beste microscopen ter wereld echter niet te  zien en te ontleden. Wat men daardoor kan bekijken gaat wel heel ver en diep, maar het komt nooit en nimmer verder dan de zichtbare stof. Men 'beperkt' zich daarmee vanzelfsprekend tot beoordeling van hetgeen zichtbaar opgemerkt kan worden en dan is men reeds razend knap bezig, laten wij dat vooral niet onderschatten. Maar men werkt nu toch nog steeds met 'materiŰle gevolgen', die men dan ook steeds beter 'in de hand' kan houden. De medische studie reikt daarmee reeds zover dat de gevolgen van haar handelen eigenlijk een heel wat diepere geestelijke kennis vergt, want men grijpt nu stoffelijk in in de wetten van de Ziel.

Men 'trekt' nu het leven zuiver biologisch over de bestaansgrens van de stof, zonder te weten of dit krachtens de wetmatigheden, die voor elke ziel weer anders zijn, wel juist is. Vanzelfsprekend ontstaan er nu disharmonische levensvormen. Van 'nature' bestaan er immers 'miskramen'. Zo immers bekijken wij dat, volgens onze huidige aard en menselijk inzicht, die dan ook uitsluitend staat ingesteld op eigen verlangen en onbewust willen. Zo bouwen wij een groot verdriet op, rond het vertrekken van leven, ook al zou het best kunnen zijn dat wij reden hebben tot intense vreugde, waar het leven volgens zijn Kosmische Wetmatigheid zijn weg vervolgt, nadat het een poosje weldadig bij ons was om de vervulling van een eenheidsgevoel als geestelijke wet, te beleven. Wij echter haten de Dood, wij kennen haar niet en zijn er 'doodsbenauwd' voor. Wij kennen haar zuivere  rechtvaardigheid niet. Wij schaden nu onszelf door een hevig protest tegen deze onverbrekelijke levenswet, die wij zien als onverbiddelijk eind en wij hebben zwaar de pest in. Wij voelen ons bekocht en verraden omdat een dood ons berooft van het kind van ons verlangen. Alle pijn, het verdriet dat wij daardoor beleven ontstaat door ons onbewustzijn ten aanzien van de diepte van het Leven. Wij eisen dit op en nemen het in beslag, zodra de verschijnselen zich aankondigen. Ons IK maakt zich ervan meester en wij zijn niet bereid tot het doen van afstand. Wij zien nauwelijks dat wij nu verbinding beleven met een totaal eigen andere persoon, neen wij zien dit als ons kind, als ons eigen bezit. De ruimte, die wij dit jonge ongeboren leven geestelijk gunnen, is slechts zo groot als ons eigen gezichtsveld en werkt benauwend zodra dit leven een geheel eigen weg wil volgen.

Los van de weg die wij in ons hoofd programmeerden. Van daaruit komen wij tot het stellen van opdringerige vragen aan onze medici, immers wij zijn tamelijk behoudend en redelijk kortzichtig en willen niet dat er ook maar iets 'verkeerd' gaat. Uiteraard is daarbij de norm geheel aan ons eigen bewustzijn ontsproten. Of deze ook Universeel van enige betekenis is, valt te betwijfelen, maar wij trekken ons in elk geval daarvan niets aan; wij voelen leven en eisen het op: Zolang wij niet trachten ons te verdiepen in de geestelijke achtergronden van het leven als Ziel, Geest en Stof, zullen wij nog vele, vele kostbare blunders maken. Hetgeen begon als dienst aan het leven, met het motief om leed en verdriet op te lossen en uit te bannen, wordt nu in werkelijkheid een gevangenzetten van ruimtelijk gevleugeld leven in een stof toestand overeenkomstig een te geringe bezieling. Nu is er pas echt verdriet en langdurig lijden, want nu moet dat leven eindeloos worden opgevangen en in alles gesteund worden. Nu wordt het pas echt pijnlijk nu een aanblik van misvorming in de ergste graad verdragen moet worden; een aanblik die zelfs de meest liefdevolle verzorgers met onderdrukte schrik vervult. Wat er nu moet worden overwonnen is ongelofelijk en dat geldt zowel voor de slachtoffers zelf, als voor al de verzorgers, in welke hoedanigheid ook. Het is zeker waar dat er nu machtige staaltjes van dienende liefde getoond worden. Dat mag ook wel, want nu wordt het immers wel erg belangrijk wie er gevraagd heeft om dit soort leven..... Nogmaals het gaat niet om schuld; zou het daar wel om gaan dan is het een collectieve schuld, ook al schiet niemand daarmee ook maar iets op. Het gaat nu om BEWUSTZIJN, het gaat om weten en niet om geloven of vermoeden. Nu wij zo diep kunnen ingrijpen in het leven, moeten wij meer dan ooit te voren wéten waaraan wij ons vergrijpen. Wie ingrijpt in LEVEN, moet eigenlijk Alwetend zijn. Om die wetenschap eigen te maken zullen wij vér van huis moeten gaan, dat wil zeggen wij zullen héél ver moeten uitstijgen boven ons eigen geestelijke weten. Het zou goed zijn om het hoofd eens te buigen in een eerlijk en onbevooroordeeld onderzoeken, naar alles wat daarvan op andere niet zo algemeen gewaardeerde manieren, op aarde bekend is geworden. De geestelijke wetenschappelijke Studie van de Sferen van Licht aan Gene Zijde kan ons de weg wijzen, evenals vele verloren gegane oude wijsheden.
P. L. H.




Google Analytics Alternative