DE MEESTERS WILLEN ONS OPENEN. 
De menselijke wil is zo ontzagwekkend diep en groot, onmetelijk diep aan kracht, aan bewustzijn en bezieling, dat ge die kunt afmeten aan de baan die Moeder Aarde in dit universum beleeft en heeft af te leggen, elke dag, iedere seconde. Zo sterk is de menselijke wil dat ge alle zwaartekrachten en wetten in uw handen krijgt. De menselijke bezieling wordt zo ontzagwekkend diep en bewust, de bezieling zo sprekend en welluidend en rechtvaardig, dat ge al deze planeten en sterren in uw handen kunt afwegen. Want u bent het Koninkrijk, u bent een Goddelijk bewuste, indien de liefde tot u spreekt, indien de liefde over uw lippen komt, indien u dat uitstraalt! Uit: ,,De mens en zijn geestelijke ontwaking'', 57 lezingen, deel 1. Na het bovenstaande te hebben gelezen kan ik feitelijk maar tot één conclusie komen, tot één simpele constatering, namelijk: Is het niet heel veel meer dan de moeite waard. Ik moet het eigenlijk scherper stellen: Ben ik het zo langzamerhand niet verplicht ten opzicht van Gods wetten, van de Christus, van God, ten opzichte van mijn Goddelijke kern, mijn ziel en ten opzichte van alles wat leeft in het ganse universum en daarbuiten, om alles te doen wat in mijn vermogen ligt om de bovenstaande situatie te bereiken, zoals die door Meester Zelanus wordt verklaard? Welke andere bezigheid of handeling kan hiermee immers vergeleken worden? Alles wat ik in mijn leven doe, zou opgedragen moeten worden en een bijdrage moeten leveren aan dit doel. Misschien is de zucht die nu wordt geslaagd wel veelzeggend. Meester Zelanus zegt verder in zijn lezing: ,,Het oerwoud is gelukkig. Kijk in het mooie gelaat van een tijger en een leeuw, een hyena, die gelaten, die koppen, die hoofden zijn open. Die ogen kijken je wild aan. Jazeker, dat is de afstemming. Maar een mens vermenigvuldigt dit door zijn daden, door zijn voelen,,. ,,Een open gelaat'', wat is dat precies? Misschien een bepaalde geestelijke puurheid, een oprechtheid, of ware eenvoud die met al het leven van God in harmonie is? Is een tijger in harmonie met zichzelf en zijn omgeving? Je zou het wel denken, ook al heeft hij een lagere afstemming dan bijvoorbeeld de kolibrie. Zijn kop drukt waarachtigheid uit, niets is geveinsd, er zijn geen maskers, bewust dan wel onbewust, geen intellectuele berekeningen.

Hij luistert enkel naar zijn natuur, zijn instinct, hij zou niet anders kunnen. Als er wildheid in ons is en die is er natuurlijk nog wel, in mindere of meerdere mate, dan vermenigvuldigen wij dit door onze daden, door ons voelen en dit vertegenwoordigt dan onze afstemming. Wij schijnen dus te luisteren naar andere ,,dingen'' dan naar onze diepste natuur, welke Goddelijk is. Hoe moeilijk blijkt het toch weer in ieder leven te zijn, om onze persoonlijkheid voor die Goddelijke kern in te zetten, om onze Goddelijke kern tot bezieling te brengen. In plaats daarvan zetten wij onze persoonlijkheid een kroon op het hoofd en leven we ons uit als een vorst, een vorst in ,,duisternis'' wel te verstaan. Nu is de alledaagse situatie zo, dat ieder mens dit belangwekkende onderscheid gedurende zijn lange, evolutionaire reis op de één of andere manier voor een belangrijk deel is kwijtgeraakt. Ook ik ben dit kwijtgeraakt. En als je tot dit inzicht komt, deze indringende conclusie volledig begrijpt, tot in je botten zou ik haast zeggen, dan lijkt het alsof je langzaam aan het ontwaken bent uit een diepe slaap. Je ogen zitten nog dicht, je weet niet waar je je bevindt, je bent enkel aan het ontwaken. In eerste instantie wil je misschien niet ontwaken, want het was best wel heel prettig in die diepe slaap. Maar het is inmiddels te laat, terugkeren naar de veilige armen van de slaap der vergetelheid is niet meer mogelijk, het proces van ontwaken is reeds te ver gevorderd en is niet meer te stoppen. Alhoewel er velen zijn die krampachtige pogingen doen om uit te slapen. Een nieuwe fase kondigt zich aan. Hoelang zal het ontwakingsproces gaan duren? Dat wil zeggen, wanneer zal onze wil ons oprichten uit de zwakke en weerloze, ,,horizontale'' positie om het eerste licht van een nieuwe dag te gaan begroeten, teneinde het nieuwe leven in ons op te nemen? De vraag rijst dus waarom ik niet voortdurend luister naar het Goddelijke in mij. Eén van de redenen is, dat ik dit Leven in mijzelf lang niet altijd even goed hoor. Een andere, zeer belangrijke reden is, dat ik er heel vaak gewoon niet naar WIL luisteren, omdat ik reeds voorvoel wat de gevolgen zullen zijn als ik er wel naar zou luisteren. En dat zijn de gevolgen die ik op dat moment helemaal niet kan gebruiken, want die zouden de situatie, sterker nog, die zouden mijn leven een totaal andere wending geven. Ik zou de controle over mijn koesterend en voorspelbaar leventje kwijtraken en alle zachte influisteringen van dat Leven onvoorwaardelijk moeten accepteren. En waar zou dat naartoe leiden? Lieve lezers, dat zou mij naar de liefde leiden, ondanks de tikken op mijn neus, die mijn persoonlijkheid daardoor ongetwijfeld zal oplopen. Dat zou mij lijden, sorry, (,,Freudiaanse verschrijving'') leiden naar datgene waartoe de Meesters in de boeken ons oproepen. Maar dat wil ik schijnbaar niet en dat kan ik schijnbaar niet. En weet u waarom niet? Omdat ik bang ben! Het kleine, onbewuste en eigengereide kereltje is bang. Hij houdt zichzelf voor dat hij het geweldig druk heeft met allerhande, zogenaamd belangrijke zaken zoals: (geestelijke) wetenschap, kunst, techniek, vaderschap en partnerschap, carriŔre en werk en nog duizend en één dingen meer. Over al deze dingen weet hij wel iets te vertellen tegen een ander, maar voor de liefde is hij bang. Daar praat hij, door de bank genomen, niet over. Want dat bedreigt al dat andere, ziet u! Dat bedreigt zijn persoonlijkheid, dat wat hij is in deze maatschappij en wat hij denkt te willen zijn. Opeens staat hij daar, naakt en misschien geestelijk arm, voor de liefde, die zonder enkele moeite en in een oogwenk het wezenlijke in hem blootlegt.

Men kan zich, als het ware, voor alle dingen in het leven verschuilen, behalve voor de liefde. De ironie voor mij is echter, dat al die ,,belangrijke'' dingen uit mijn leven pas werkelijk inhoud en waarde krijgen als ik mij overgeef aan de liefde. Want zij vertegenwoordigt de ,,specie'' waarmee ik iedere steen tot functie laat komen, iedere daad tot bezieling en werking, om zo het bouwwerk te kunnen optrekken wat ik reeds als blauwdruk voor een belangrijk deel heb getekend. Nu moet ik en kan ik, tot mijn grote verrassing, mijn blauwdruk weleens aanpassen, omdat de mogelijkheden tot een fraaiere en gedurfdere ,,architectuur'' met een sterkere ,,specie'' alsmaar lijken te groeien en dat geeft te denken. Niettemin denk ik dan toch vaak, dat al die zogenaamde ,,belangrijke en interessante dingen'' uit mijn dagelijks leven de liefde wel naar mij toe zullen trekken, alsof ze één of andere voorwaarde zijn voor haar komst. In de trant van: De liefde zal mij vast bezoeken, vast, ik weet het! Ik voel haar reeds, want zij is dichtbij. Ik weet ook wat ik daarvoor moet doen, maar eerst doe ik nog even dit of dat. En zo gaat het leven van menigeen voorbij en blijft men vol goede hoop wachten totdat de liefde komt. Dit is een illusie en een hele grote! Want als je tegenwoordig aan iemand vraagt hoe het met hem is, dan krijg je:,,Druk, druk, druk''. Hij wil dan eigenlijk zeggen dat hij een heel belangrijk en bijzonder leven leidt in een bijzondere tijd, die van de 21e eeuw, begrijpt u? Alles in het leven gaat namelijk zo vlug en verandert zo snel, weet je, je kunt je eenvoudig niet veroorloven om bij een dergelijke soort liefde stil te staan, is dan het snelle antwoord. Ja, denk ik dan, dat kan ik wel aan je zien. Trouwens, wat levert zoiets nou, praktisch gezien, op, krijg ik nog nageserveerd? Op zo'n moment krijg ik dan sterk de indruk dat hij zich in wezen verontschuldigt op deze bedekte wijze, omdat hij ergens diep van binnen wel weet dat hij druk bezig is z'n kostbare tijd te verknoeien met veel te veel onbenullige zaken. Zaken die hem geen stap dichter bij een grotere liefde en harmonie brengen. Dit is een klein drama, wat zich dagelijks in zijn leven afspeelt. een toneelspel wat hij iedere keer weer opvoert. En als het stuk afgelopen is en hij het podium verlaat, vindt men hem alleen en teruggetrokken in zijn kamer. Stil zit hij daar, wetend dat het maar een toneelstuk was en niet het echte leven, het leven wat hij eigenlijk zoekt, doch niet kan vinden. Ondanks zijn talenten en wereldse successen lijdt hij daaronder, zoals dit met zoveel acteurs het geval is. Het heeft er alle schijn van en nu druk ik me misschien nog voorzichtig uit, dat bijna ieder mens op Aarde de illusie, dat wil zeggen, de passieve en hardnekkige, afwerende houding ten aanzien van de liefde, min of meer in stand houdt. Eerder hebben we de neiging om onszelf te zoeken in een niet aflatende, dwangmatige koorts, want we zijn immers ziek, maar we weigeren het medicijn. Dus gaan we koppig door met zoeken, ja, naar wat eigenlijk en blijven zo een gevangene van ons eigen, door onszelf afgebakende, voelen en denken. En we bevestigen elkaar daarin ook nog, want het is beter met meerderen tegelijk te lijden en daardoor begrip te krijgen bij de ander, dan alleen te staan met liefde. Want wie weet wat er dan zal geschieden. Nu lees ik de boeken wel, maar ik vertrouw de Meesters niet helemaal, ook Christus vertrouw ik niet helemaal, zelfs God niet en dus ook Zijn liefde niet. Als dat wel zo zou zijn, dan zou ik mij op ieder onvoorwaardelijk moeten kunnen geven, nietwaar? Liever sluit ik mijn luiken, terwijl buiten toch de zon schijnt. Het zou mij niet langer meer moeten deren als ik door de gehaktmolen van de menselijke angst, afgunst, onbegrip en kwaadwillendheid wordt gehaald. Uiteindelijk kon ook de Christus hier niet aan ontkomen. Waar ik de illusie en de pretentie vandaan heb om te denken dat deze beker aan mij wel voorbij zal gaan, weet ik niet. Maar nu ik hier zo bij stil sta, is het eigenlijk te gek voor woorden. Ik schijn maar niet te willen luisteren, niet te willen begrijpen. Ik blijf een angstig kereltje, dat maar ternauwernood de inhoud van de boeken kan dragen, want het is allemaal zo moeilijk en zo zwaar in deze dolende maatschappij. En toch zou mijn leven zonder Hen en Hun liefde ondenkbaar zijn.

Hoe afhankelijk ben ik dan toch nog, Meester Zelanus zei eens in één van zijn lezingen: ,,De mens piept als een muis, als wij hem even aanraken''! Het is het piepen van zijn persoonlijkheid, dat wat hij denkt te zijn. Snel wil hij terugkruipen in zijn holletje, terug naar zijn nestje, terug naar zijn veilig slaapje. Maar het ontwakingsproces is reeds te ver gevorderd. Het eerste licht schijnt inmiddels hinderlijk door de gordijnen. De veilige, stille duisternis is verdwenen en de vogels fluiten reeds hun hoogste lied. Zie, het dier is ons reeds voor, het dier met zijn open gelaat. Hoe moet ik mijzelf en het leven nu tegemoettreden? Wanneer ben ik waarachtig, ben ik werkelijkheid? Wanneer kan ik zeggen: Ik beleef nu een Goddelijke wet, ik ben die Goddelijke wet geworden, want ik heb dit en dat volbracht. Zie, het is mijn innerlijk bezit geworden. Ik zit niet naast de wet, ik sta er niet meer buiten, ik ben niet meer dolende en vragende, ik stop eindelijk eens met zeuren. Zo moet ik het doen, op deze manier, dit is de juiste innerlijke houding, nu begrijp ik mijzelf, mijn leven, de weg die ik moet gaan. Nu spreekt mijn Godheid, Zij openbaart zich voor deze maatschappij. Waar vind ik de bouwstenen voor dit fundament? Zoals besproken vertegenwoordigt de specie voor het optrekken van dit fundament de liefde en iedere steen een goede daad of handeling. Er is echter ook een bepaalde vorm van (zelf)kennis nodig en in belangrijke situaties zelfs noodzakelijk. Laat dit illustreren met een voorbeeld: Toen Ramakrishna zijn leven mocht beŰindigen, toen ving ik (Meester Zelanus) hem op. Hij keek mij aan toen hij ontwaakte en zij: Nu weet ik het. Ik heb altijd tijdens mijn uittredingen een stem gehoord. U liet zich niet zien, Meester. ,,Nee''. Dat bent u. Heb ik fouten gedaan, heb ik fouten gemaakt? Die hebt u niet gemaakt, maar wij hadden u tot het Al kunnen voeren, u weigerde beslist! U wilde zelf beginnen. Nee, u had moeten aanvaarden een Groot Gevleugelde te willen zijn en u werd het. Ja, voor deze ruimte. En toen voerde ik hem terug, terug naar de allereerste openbaringen, zoals ook Christus de apostelen terug heeft gevoerd toen zij hun stoffelijke leven hadden volbracht en betraden wij de wereld van voor de schepping. Daar legde Ramakrishna zich neer en zei: Mijn God, mijn God, ik heb u verlaten. Ik heb het niet gewild, ik was te dom, te eigenzinnig. Ik wilde het zelf zijn, ik wilde zelf iets beleven, ik wilde alles zelf doen. Nee, ik had mij moeten laten leiden, ik had mij moeten laten bezielen, eerst dan komt de Goddelijke kracht tot mijn leven en eerst dan bezielt gij het deel van uzelf. Open u, u geeft u volkomen over en aanvaard eindelijk eens, kwam er uit de ruimte, dat hierin de heilige waarheid leeft. (uit: De mens en zijn universum, 57 lezingen, deel 1.)  Zelfs iemand als Ramakrishna, die op de geestelijke weg zo ver was gevorderd, zat er dus op een belangrijk punt naast. Een heel leven van heilige vervoering en openbaring, van uittredingen en leraarschap werd door Meester Zelanus in enkele zinnen in een totaal andere context geplaatst. Eén die hij eigenlijk zijn hele leven zocht, maar zijn innerlijke houding, zijn persoonlijkheid, sloot hem er tegelijkertijd voor af, terwijl hij zoveel meer voor de mensheid had kunnen bereiken. Ook hij bezat uiteindelijk niet dat unieke en zeldzame, doch natuurlijke en eenvoudige vermogen om zichzelf los te maken van de uitermate slimme en berekende eisen van zijn prachtige persoonlijkheid. Een vermogen, een kwaliteit, welke zo moeilijk onder woorden is te brengen, maar wat vanuit al de boeken van Jozef Rulof tot ons spreekt in een, voor onze persoonlijkheid, schijnbaar uiterst moeilijk te begrijpen taal. En dat brengt ons bij Jozef Rulof. De Meesters geven zeer hoog van hem op en noemen hem zelfs ,,Prins der ruimte''. Waarom? Waarom stellen de Meesters hem boven Ramakrishna, boven Rudolf Steiner, boven Krishnamurti, boven al de anderen, die geestelijke wijsheid naar de Aarde brachten? Omdat Jozef die unieke en zeldzame eigenschappen bezat om zich te laten leiden, zich te laten bezielen en zich vooral te laten corrigeren, het moeilijkste van alles, door de Meesters en de kosmische wijsheid en liefde die zij vertegenwoordigen en dat iedere dag weer opnieuw. Nu deed hij alles niet zozeer voor zichzelf, maar voor de naar geestelijke kennis dorstende mensheid. Daar wilde hij alles voor opzij zetten, al zijn persoonlijke verlangens, al zijn menselijke verwachtingen, zijn gehele persoonlijkheid en dat terwijl hij behept was met alle geestelijke gaven in de hoogste graad. Het moeten zeer sterke benen zijn geweest die dit hebben kunnen dragen.

Hij kreeg door deze opgave, door dit o zo belangrijke inzicht, een andere persoonlijkheid ervoor in de plaats. Eén die hem helemaal tot de zevende kosmische graad bracht, tot de wereld waarin de Christus leeft, tot de beleving van zijn Kosmologie. Een persoonlijkheid die zo natuurlijk en eenvoudig was geworden, dat zij als een soort ,,contactolie'' door alle radertjes van alle geestelijke wetten kon kruipen, kon vloeien, zonder zelf bekneld te raken. Iedere andere ,,stekelige'' persoonlijkheid zou vroeg of laat vast komen te zitten en daarbij tevens de ,,raderen'' van de wetten hebben verstoord. En daar zit ik dan, wat nu? Het rammelt aan alle kanten. Jawel, mijn persoonlijkheid wordt zonder pardon voor het licht geschoven. Eens kijken hoe de zaak ervoor staat. Inmiddels is dat wel een beetje duidelijk geworden, want het licht legt immers alles bloot, juist de donkere kanten. Iets waar menig spiritueel zoekend mens zich nog wel eens in verslikt. Dit verworven inzicht over je eigen persoonlijkheid gaat je niet in de koude kleren zitten. Er liggen ook nogal wat pluimen op de grond, zie ik. Maar het wordt stil, gelukkig, het geraas van de wereld ebt langzaam uit mij weg en ik leer om anders te gaan denken. En ik denk over het feit dat ik beroofd ben van mijn illusies. Dat is een mooie gedachte en tevens een pikante, nu moet ik oppassen. De pas ontstane zenuwbanen naar een nieuw, hoger gelegen, geestelijk platform, zijn nog steeds in ontwikkeling en dus fragiel. Ik denk verder. Ik voel mij bevrijd. Het duurde even voor ik begreep wat ik voelde, maar het valt niet te loochenen. Hoe is het mogelijk. ,,Beneden'' mij zie ik mijn persoonlijkheid, hij lijkt een beetje op een getemd paard, het klamme zweet staat nog op zijn rug, de ogen staan bol, z'n tong hangt uit zijn mond. Maar zijn gehele houding drukt een vorm van berusting uit. Schijnbaar is er iets in hem geknakt. Zijn oren staan wel omhoog, een teken dat hij wil luisteren. Dat is goed. Dat is heel goed. In de rust en stilte die in en om mij heen is ontstaan, is het alsof ik ,,vleugels'' ruisen hoor. Gracieus dichterbij, gedragen op een zachte bries van onuitsprekelijk begrip. Eindelijk. Ik ben gereed Meester, althans, ik denk dat ik er iets van begin te begrijpen. Ik wil nu luisteren. Zou u mij willen openen?  A.V.
 





Google Analytics Alternative