DE WETTEN SPREKEN IS VERLENGING VAN LEVEN MOGELIJK? 
De normale levensduur van de mens in het huidige stadium van zijn ontwikkeling heeft als wetenschappelijke grens 125 tot 150 jaren. Er bestaat echter geen reden om aan te nemen, dat deze grens niet zou kunnen worden overschreden. Aldus schreef de Russische geleerde, Prof Dr. A. A. Bogomolets, directeur van het Instituut voor Experimentele Biologie en Pathologie en winnaar van de Stalinprijs Eerste Klasse, in zijn opmerkelijke boek "De Verlenging van het Leven.Professor Bogomolets vond tijdens zijn onderzoekingen in 1943 een serum uit, dat hij de naam ACS gaf en waarvan hij verwachtte, dat het veroudering van weefselcellen zou tegengaan. Zelf heeft hij de waarde van zijn theorieŰn niet kunnen bewijzen, want enige maanden geleden stierf hij aan een kwaadaardige ziekte, waartegen zijn serum niet hielp. Hieronder geven wij in de vertaling van de "Wereldspiegel" een beknopte weergave van zijn boek. Vervolgens publiceren wij een commentaar daarop van de hand van de Engelse popularisator van wetenschappelijk nieuws, Ritchie Calder. Wie van beiden heeft gelijk? We legden het gewichtige vraagstuk voor aan Meester Zelanus. Zijn antwoord vindt u verderop. UIT HET BOEK VAN DE RUS.

Hoofdstuk 1:
De physicochemische theorie van het oud worden.  Uitgangspunt is de gedachte, dat de vitaliteit van het organisme als geheel, afhankelijk is van de levenskracht van de cellen, waaruit het geheel is opgebouwd. Door verlies van de levenskracht van bepaalde cellen of celcomplexen (organen), wordt het organisme als geheel oud, gaat tekenen van seniliteit vertonen en sterft tenslotte af. Het vraagstuk naar levensverlenging is dus verlegd naar het vraagstuk, hoe men de cellen hun levenskracht kan doen behouden. Een lichaamscel is een structuur welke in hoofdzaak bestaat uit een massa, die chemisch als colloid wordt gedefinieerd. In deze colloid massa treden regelmatig veranderingen op, welke een jonge gezonde cel zodanig kan verwerken, dat de structuur gehandhaafd blijft en de cel goed functioneert.
Wanneer dit niet meer mogelijk is door verlies van herstelfunctie, ontaardt het colloid van de cel, hetgeen fysisch chemisch, doch ook microscopisch vast te stellen is. Men kan nu zeggen dat de cel oud wordt. Parallel hiermede veroudert het lichaam. Ontaarde colloiden b.v. verliezen het vermogen, vocht vast te houden. De uitdroging van het organisme, wanneer dit ouder wordt, is hiervan het gevolg. Ieder kent deze uitdrogingsverschijnselen, zoals het slap en rimpelig worden van de huid bij oudere individuen. Vocht toevoer kan dit niet verhelpen, daar het vochtverlies geen oorzaak, maar gevolg van de veroudering is. Wat het proces tegengaat, is vernieuwing van de celstructuur door de herstelfuncties aan te zetten. Terwijl vele onderzoekers de specifieke cellen (lever-, nier-, hart-, zenuwcellen, etc.) als de belangrijkste aangrijpingspunten voor het proces der seniliteit beschouwen, wordt in deze studie de betekenis van het onspecifieke bindweefsel (waartoe het reticulo-endotheliale stelsel gerekend wordt) van primair belang geacht. De veranderingen in dit bindweefsel, dat als opvul en steunweefsel in en tussen de organen kan worden beschouwd, zouden zo niet eerst, dan toch tegelijkertijd met de veranderingen der specifieke orgaancellen zichtbaar worden. Gesteld wordt, dat de bindweefselontaarding de belangrijkste en primaire factor is bij de veroudering van een organisme.

Hoofdstuk 2:
Het endocriene systeem en veroudering. In het tweede hoofdstuk wordt de betekenis van het endocriene systeem, dat wil zeggen het samenstel van klieren, die stoffen in het bloed afscheiden, welke voor groei, ontwikkeling, stofwisseling, voortplanting, lichamelijke prestaties enz. van het grootste belang zijn, uiteengezet. Speciaal de geslachtsklieren worden in dit verband van bijzondere betekenis genoemd. Stoornissen in de functie van deze klieren leiden tot toestanden, die de herstelfunctie van de cellen ongunstig be´nvloeden.

Hoofdstuk 3:
Zenuwstelsel en veroudering.Het zenuwstelsel is van grote betekenis voor gezondheid en levensduur. Door middel van een bepaald gedeelte, het vegatieve stelsel genoemd, reguleert het de functie van onze inwendige organen. Het oefent zijn functie uit buiten onze wil om.De herstelfunctie der cellen blijkt o.a. van dit zenuwstelsel afhankelijk te zijn. Psychische belevenissen blijken het stelsel te be´nvloeden, dat op zijn beurt weer de orgaanfunctie ( celfunctie) verandert. Hartkloppingen bij schrik, blazen, transpireren enz. zijn daar voorbeelden van. Toestanden van psychische geprikkeldheid en emotionaliteit zijn schadelijk voor de cellen, zij verkorten de levensduur.

Hoofdstuk 4:
Chronische vergiftiging van het organisme. Gewezen wordt op de vergiftiging, welke het organisme kan treffen door oorzaken van buiten af. Deze kunnen liggen in het dieet.
Voorbeelden van schrijvers, die denken door dieetmaatregelen het leven te kunnen verlengen, zijn er te over. De schadelijke inhoud van infectieziekten, niet alleen de ernstige als tyfus, difterie, syfilis, tuberculose enz., doch ook de lichte aandoeningen als verkoudheid, angina, griep enz. op het reticulo-endotheliale-systeem wordt van belang geacht voor de verdere gezondheid en levensduur. Vooral alcohol is schadelijk door de degeneratieve werking op het bindweefsel. Verder wordt in dit hoofdstuk melding, gemaakt van de theoretische beschouwingen van veelal oudere biologen over de levensduur bij verschillende diersoorten. Al lang geleden is er een relatie gezocht tussen de tijd, die het dier nodig heeft om volwassen te geraken, en de gemiddelde leeftijd van de betrokken soort. Aan de hand van enkele willekeurige voorbeelden wordt de levensduur op ongeveer vijf maal de tijd, nodig voor de volledige lichamelijke ontwikkeling, geschat. Op de mens toegepast, zou dit betekenen dat diens levensduur op ongeveer 150 jaren geschat moet worden. Tevens echter wordt de opmerking gemaakt, dat er vele uitzonderingen op deze formule blijken te bestaan.

Hoofdstuk 5:
Voorbeelden van lange levensduur bij de mens.Hierin worden vele voorbeelden genoemd van mensen, waarbij, volgens literatuur of overlevering, de formule is opgegaan. De meeste voorbeelden betreffen individuen, die reeds lange tijd geleden gestorven zijn, doch ook vele, thans nog in Rusland levende personen worden aangehaald als voorbeeld, dat een levensduur van 120 tot 150 jaar tot de mogelijkheden behoort. Een aantal beroemde, hoogbejaarde persoonlijkheden wordt genoemd, wier geestelijke prestatievermogen tot het einde van hun leven zeer bijzonder was gebleven.

Hoofdstuk 6:
Algemene moeilijkheden voor de natuurlijke levensduur. In dit gedeelte wordt de vraag beantwoordt, waarom de mens de hoge leeftijd, welke hem biologisch toekomt, zo zelden bereikt. Genoemd worden de schadelijke invloeden van de samenleving en de daarin heersende sociale toestanden. Gememoreerd worden de maatregelen, waarmede men vroeger de levensduur trachtte te verlengen, doch die kennelijk weinig effect sorteerden.

Hoofdstuk 7:
Pogingen tot verjonging. Nadat het bijgeloof en de kwakzalverij in vroeger eeuwen ten opzichte van dit punt zijn aangestipt, worden meer recente pogingen van biologen genoemd. De proeven van Brown Séquard met testis(zaadbalextracten) en overplanting van klieren van jonge dieren bij oudere mensen door Voronoff, hebben niet de beoogde resultaten opgeleverd. De ontdekking van de hormonen uit de kiemklieren heeft eveneens de verwachtingen in deze richting teleurgesteld.

Hoofdstuk 8:
Aanzetten van de functies van het organisme door cytotoxische prikkeling. In dit hoofdstuk wordt de kern van de door Bogomolets ontwikkelde gedachtegang weergegeven.  Uitgangspunt vormt het feit, dat inspuiting van een weefselextract van een dier bij een dier van een andere soort o.a. aanleiding kan geven tot het vormen van stoffen, welke op die soort weefselcellen werken, waarvan ook bet extract bereid was. Deze stoffen worden in het bloedserum van behandelde dieren gevonden en heten cytotoxische stoffen, het serum heet cytotoxisch serum. Grote hoeveelheden serum lossen de corresponderende weefselcellen, waarop het werkzaam is, op; kleine hoeveelheden daarentegen prikkelen deze cellen, d.w.z. zetten ze aan tot verhoogde functie. Hier ligt een mogelijkheid het probleem van de veroudering aan te pakken, al blijft de praktische uitvoerbaarheid zeer moeilijk. Deze vondst van Bogomolets en medewerkers is nu, dat een Cytotoxisch serum, dat ten opzichte van reticulo-endotheliaal weefsel is bereid, in kleine hoeveelheden toegediend, de functie daarvan, evenals van het aanverwante bindweefsel, sterk stimuleert. Op deze manier is het volgens de auteurs mogelijk, een aantal ziekten te bestrijden of te verbeteren. Genoemd wordt de gunstige werking bij infectie ziekten van allerlei aard, hoewel ten opzichte van tuberculose een grote reserve in acht genomen wordt. Er zou een bepaalde invloed zijn op de kankergezwellen; hoewel deze niet kunnen verdwijnen, en operatie noodzakelijk geacht blijft, zou het op het nagroeien van kwaadaardig weefsel een storende, dus voor de mens nuttige invloed hebben. Een gunstige invloed op de genezing van beenbreuken wordt vermeld. Aandoeningen van het zenuwstelsel en ook bepaalde vormen van krankzinnigheid zouden door toediening van het serum verbeterd zijn. Er worden suggesties gemaakt dat, door het zoeken naar juiste dosering, de mogelijkheid bestaan kan, dat de levensduur verlengd kan worden, door het fris en intact blijven van het bindweefsel. Proeven in deze richting, waarbij een verlenging van de gemiddelde levensduur is gebleken, ontbreken nog, hetgeen ook niet anders verwacht kon worden. Een aantal aandoeningen, waarbij het serum, ACS genoemd, nuttig zou kunnen zijn, wordt opgesomd, terwijl bij een ander aantal geen effect wordt verwacht. De nadruk wordt gelegd op het feit dat het onderzoek naar de waarde van het serum zich eigenlijk nog in het experimentele stadium bevindt.  

Hoofdstuk 9:
Het voorkomen van vroegtijdige veroudering. In dit hoofdstuk wordt gezegd, dat men nog verre van de oplossing van dit probleem is verwijderd doch dat de mogelijkheid bestaat het eens tot oplossing te brengen. Volgens de auteur moet het probleem van de biochemische kant benaderd worden, hoewel alle vroegere meningen niet als volledig waardeloos zijn te beschouwen. EEN ENGELSMAN OVER DE TIJD VAN ONS LEVEN. De geleerden weten nog altijd niet, wat "ouderdom" eigenlijk is. Professor Bogomolets, de Rus, meende dat hij het wist, maar hij stierf eraan, voordat hij zijn theorie had bewezen. De wetenschap der "geriatrie" (de studie van de ouderdom, evenals "pediatrie", de studie van de kinderjaren) verkeert nog in een ontwikkelingsstadium. Tal van eminente geleerden, waaronder de grote Engelse kenner op het gebied der organische chemie, Sir Robert Robinson, zijn "gerontoloog" geworden en leggen zich met ernst op het vraagstuk toe. Er bestaat een Internationale Vereniging tot Bestudering van de Ouderdomsverschijnselen, die kort geleden, onder voorzitterschap van Lord Nuffield te Londen een congres heeft gehouden over dit onderwerp. Zoals Sir Francis Fraser bij die gelegenheid opmerkte, zijn klinische onderzoekingen inzake ouderdomsverschijnselen het moeilijkst van alle onderzoeksgebieden, aangezien er altijd zoveel ongecontroleerde factoren in het spel zijn. Op spoedige resultaten mag men niet rekenen.

Zolang de mens denkt. heeft hij gepeinsd over dit probleem en gejaagd op het Levenselixer. Ook al is de vooruitgang der wetenschap in deze eeuw versneld voortgegaan, toch valt het te betwijfelen, of het Atoom-tijdperk hierop een antwoord zal vinden. In vergelijking met dit probleem, was het atoom niet meer dan een vrij moeilijke kruiswoordpuzzel. De ouderdomsverschijnselen zijn onverbrekelijk verbonden met de complicaties van ons sociale bestaan.Vlees kan onsterfelijk zijn. In het Rockefeller Instituut voor Medisch Onderzoek te New York is men er nu al 34 jaren lang in geslaagd, een stuk hart levend te houden. Op 17 Jan. 1912 nam dr. Alexis Carrel een ei uit een broedmachine, haalde het ongeboren kuiken eruit, sneed het kloppend hart uit het lichaam, zonderde daar een stukje ter grootte van een vijfde centimeter in het vierkant van af en legde dit in het embryonale vocht van een kuiken. Er gingen twee dagen voorbij. Het stukje werd eens zo groot. Carrel sneed er de helft af, waste de andere helft schoon om het vrij te maken van dodelijke afvalstoffen en legde het weer in een hoeveelheid vers vocht. Met behulp van soortgelijke processen is men erin geslaagd, met een steriele glaspomp in plaats van een hart, duizenden organen, harten, longen, milten, levers, voortplantingsorganen en klieren weken- en maandenlang in leven te houden. Maar de mens in zijn geheel kan niet in leven worden gehouden, ook al gelooft Loeb, dat het menselijke leven zou kunnen worden uitgestrekt tot 1900 jaren, indien een menselijk wezen van zijn geboorte tot zijn dood werd bewaard in een hygiŰnische ijskast op een temperatuur van 45,5" F. Wij beginnen al oud te worden op het ogenblik, dat wij verwekt worden. Precies als een thermostaat op een kooktoestel, beginnen controlerende mechanismen hun werkzaamheid. De controle komt tot stand door de gecompliceerde kliersystemen en een van de doeleinden der gerontologen bij hun Jongste onderzoekingen is, hun studies van deze klieren in verband te brengen met de problemen van bet ouder worden. Daar is bijvoorbeeld de zwezerik, waarvan de werkzaamheid na de jeugd afneemt.

Hoewel er heel wat werk aan is besteed, is men niet veel wijzer geworden. Maar het staat vrijwel vast, dat deze klier een factor is bij de groei.Het is, als het ware, een rangeer locomotief, die ons heensleept over de bergkam van de groei-jaren en ons gedurende de rest van ons leven de helling laat afrijden. Misschien, zo er een manier was om de werkzaamheid van de zwezerik te doen voortduren, zou.... Maar dat is speculatie. Toch hangt de lengte van ons leven ongetwijfeld samen met onze groeiperiode. De dieren en planten met de langste levensduur - walvissen (500 jaren), schildpadden (300 jaren), olifanten (100 jaren) en het Californische Brazielhout (3000 jaren) bijvoorbeeld - zijn de reuzen van hun soorten. Misschien is de prijs voor een verlengde menselijke levensduur,dat wij een ras van reuzen dienen te worden. Het heeft geen enkele zin, te hopen een langere levensduur te bereiken door zulke kunstgrepen als de klier-overplantingen van Voronoff of het serum van Bogomolets. Dit zijn slechts tijdelijke stimulansen. Het leven houdt het waarschijnlijk net zo lang uit als het zwakste orgaan en eens zullen wij wellicht in staat zijn, afgeleefde organen te vervangen door nieuwe - een nieuwe lever of schildklier of hart - van onze voorraad levende organen op de basis van het werk van Carrel. Maar zover hebben wij het nog niet gebracht. De te verwachten levensduur van een kind, dat zestig jaar geleden werd geboren, was veertig jaren. Thans is het drie-en- zestig. "Te verwachten" betekent in dit verband de gemiddelde levensduur, welke een geslacht mßg hopen te bereiken. Kindersterfte brengt dit gemiddelde naar beneden, zodat wij, dank zij het in stand houden van leven door betere omstandigheden en door vorderingen van de medische wetenschap, drie-en-twintig jaren hebben toegevoegd aan de kansen van de baby, die heden ten dage wordt geboren. Maar zelfs dit feit kan een bezwaar worden, indien de oudere mensen geen nuttige bijdrage tot de samenleving kunnen leveren en, in stijgende getale, een last worden voor de jongeren. Het is een ernstig probleem voor de toekomst van onze sociale verzekeringen. Het vraagstuk van het ouder worden is niet, hoe wij allen honderdjarigen kunnen worden, maar hoe het ons mogelijk zal zijn, ook in onze ouderdom te genieten van een compleet leven en een goede gezondheid.

De Universiteit van Christus antwoordt: De mens zou zijn stoffelijke levensduur inderdaad kunnen opvoeren, doch tal van wetten roepen hem hierbij het halt toe. Dat het kan, bewijst al, dat hij de normale, d.i. kosmisch vastgestelde tijd niet bezit. Als alle verschijnselen in de Goddelijke Schepping wordt ook de menselijke levensduur bepaald door vaste wetten, die rekening houden met de ontwikkelingsfase waarin de mens verkeert. Bij zijn ontstaan uit God, biljoenen eeuwen terug, bedroeg die leeftijd ongeveer zeven maanden. Thans kan deze inderdaad tot honderd en vijftig jaren opklimmen - voor zover de mens althans geŰvolueerd is tot het hoogste lichamelijke stadium: Het blanke en enkele gekleurde rassen. Ik zeg: kan, want in de praktijk komt het hoogst zelden voor. De oorzaak hiervan is, dit de mens zijn organisme heeft bezoedeld. Hierdoor komt het, dat dit niet voldoende kracht en stevigheid heeft om zijn bezitter langer dan zeventig, tachtig of honderd jaren te dienen. Die bezoedeling begon reeds in het oerwoud, miljoenen jaren terug. Om dit te kunnen volgen, moet men aanvaarden, wat in de boeken van ons instrument als het ontstaan en de ontwikkeling van Gods schepping werd beschreven. Daarin werd geopenbaard, boe de mens zich uit een minuscule cel, het embryo, in een langdurig proces zijn huidige lichaam bouwde. Niemand met een beetje inzicht in de door de reeds door de stoffelijke wetenschap gewonnen wijsheid, zal toch nog vasthouden aan de stellingen van de Bijbel, dat de mens als lichaam direct door God geschapen werd, zoals de paragrafen over Adam en Eva willen aantonen. In de ganse natuur kan men waarnemen, dat het leven zich volgens trappen van geleidelijkheid van een lager naar een hoger stadium ontwikkelt.

Zo ook het menselijke organisme. Wanneer we ons bepalen tot uw Aarde, dan nemen we daar zeven verschillende menselijke lichamen waar, door uw geleerden rassoorten, door ons organische graden genoemd. De mens, die zijn lichaam zover heeft ontwikkeld, dat hij de planeet Aarde kan betreden om daar te evolueren, bezit nog een ruw, donker gekleurd organisme. Zijn zielenleven is eender afgestemd, zodat hij zichzelf voert naar de enige plaats, waar hij "thuis" is: het oerwoud. Hier ontvangt hij het ene leven na het nadere, zolang tot hij een hogere lichamelijke en geestelijke graad binnentreedt. Dit duurt tot de mens eindelijk de hoogste vorm van lichamelijk leven in zijn bezit heeft, waarna Moeder Aarde hem niets meer te bieden heeft, zodat hij naar de astrale en daarna naar de mentale gebieden overgaat om verder te arbeiden aan lichaam en ziel. Wanneer de mens nu in zijn evolutieproces de Goddelijke harmonie betracht had, zou hij, gevorderd tot de hoogste graad, in één leven de honderd en vijftig jaar kunnen behalen. De mens, niet één uitgezonderd, verloor zich in disharmonie met alle gevolgen van dien. Dit begon, zoals gezegd, reeds in het oerwoud. Gedreven door hartstocht paarde de hogere graad met de lagere, waardoor de lichamen bezoedeld werden en de natuurlijke afstemming verloren ging. Dit geschiedde al, wanneer bijvoorbeeld vier naar drie ging, maar nog erger werd het, toen vier zich met een en zes zich met drie verbond. Al deze graden leefden zich volkomen uit, de kinderen zetten de afbraak voort en na duizenden eeuwen was elke natuurlijke levensgraad voor het menselijk lichaam zo grondig bezoedeld en gesplitst, dat er thans, niet één mens op Aarde is, die zeggen kan: Ik bleef onbesmet, ik beschermde mijn oerafstemming en bezit het lichaam, dat God voor mijn graad van leven schiep! Door het lichamelijk éénzijn van hoog met laag ontstond de ene ziekte na de andere. De lichamen verzwakten er door, verloren",.hun natuurlijke weerstand en stierven als gevolg daarvan vˇˇr hun 'ruimtelijk bepaalde tijd. Uw wetenschap kan dit alles slechts bevestigen, want nog tot op de dag van heden ontmoet zij van het geslachtelijk verkeer tussen blank, bruin, geel en zwart de droeve gevolgen, zowel lichamelijke als geestelijke.

Geen mens, en ook God niet, kan deze ellendige verschijnselen met één slag opheffen en nieuwe "natuurlijke lichamen" scheppen, want bij ons ontstaan kregen wij de Schepping van onze Goddelijke Maker in handen. Gods bevel aan ons luidt, dat we Hem in alles zullen. vertegenwoordigen. De ziel als mens, die zich in welken vorm dan ook uitleeft, doet dit niet en moet daarvan de gevolgen ondervinden, wil hij leren en tot inzicht komen. Dit eist tijd en inspanning, maar de mogelijkheid er toe bezitten we - uit hoofde van onze Goddelijke afstemming! Zoals uw geleerde vaststelt, zijn er enkele mensen op Aarde, die hun levenstijd verruimd zien. Zij zijn de uitzonderingen, die de regel bevestigen. Het is alleen mogelijk, doordat zij voor dit leven over een gezond lichaam beschikken en vrij zijn van karma. Nog dit: Ik kan slechts hopen, dat gij als geleerde kunt aanvaarden, dat het menselijk leven na de lichamelijke dood verder gaat. Er wachten hem andere, hogere werelden. Niemand zal toch willen beweren, dat een mens van de Aarde, hoe edel ook, reeds in God zijn afstamming vindt en Hem in zijn lichaam, zijn gevoel en zijn daden vertegenwoordigt. Tot die universele staat heeft hij zich nog bij lange na niet ontwikkeld. De boeken van mij n Meester Alcar en het mijne over "De Volkeren der Aarde" tonen u op gedegen ziel als mens na de Aarde nog vooraleer zij haar "Al", haar betreden. Wanneer wij de Aarde de derde kosmische levensgraad noemen, wacht ons dus hierna de vierde. Daar is de mens absoluut vrij van karma of ziekte. Om hem te kunnen binnengaan, zijn eeuwen van voorbereiding, zelfontleding en scholing nodig. Hier wordt de kosmische levensduur door niets aangetast en bereikt de mens de vastgestelde tijd. In het eerste stadium is deze volgens uw aardse rekening twee honderd en vijftig jaren. Maar daar ook hier alles evolutie is, klimt het aantal jaren naar verhouding. Op de zesde kosmische levensgraad meet één leven reeds miljoenen jaren - en gij kunt dit aanvaarden - als ge weet, dat de ziel als mens dan voor het Goddelijke Al staat en eeuwig en tijdloos wordt.Om u een volkomen beeld te geven, dien ik uitvoerig bij elke wet stil te staan. Dit geschiedt in de boeken over "De Kosmologie van uw Leven", die gij straks van ons instrument ontvangen zult. Uit het weinige, dat ik u gaf, kunt ge u echter althans een beeld vormen. God is een Vader van Liefde en Hij was nooit anders. Niet Hij schiep de menselijke chaos, daarvoor zijn wij als mensen tezamen verantwoordelijk. Ons geweld, onze hartstocht schiepen ziekte en ellende en verkleinden de ons toegemeten levenstijd. Uw serums hebben derhalve geen waarde. Dat zouden wij en uw geleerden wel willen, maar het is niet mogelijk. Gij vertrapte uw universele eenheid en gij ontvangt deze met alle rechten daaraan verbonden eerst terug, wanneer gij uw leven doet bepalen door de harmonie, die God u voorschreef!
Meester Zelanus. 








Google Analytics Alternative