HOOR WIE KLOPT DAAR KINDEREN?
Nooit sinterklaas vieren, wel zelf in weer en wind langs de deuren waar zelden een warm welkom wacht. Het leven van een Jehova’s Getuige is niet echt een feest. Helemaal niet als je er, net als Nelleke de Groot (39), uit wil stappen."Ik ben het nest uit getrapt, zo zie ik het. Een warm en liefdevol nest, dat mij van het ene op het andere moment niet meer wilde hebben, omdat ik geen Jehova’s Getuige meer wilde zijn. Negentien jaar was ik en ik wist van toeten noch blazen. Want dat is de kern van het Jehova’s Getuige zijn: je wordt er kort en klein gehouden. Ik had de emotionele ontwikkeling van een twaalfjarige.Mijn ouders gingen bij ‘het geloof’ toen ik vijf was. Mijn vader was een moeilijke man, een ruziezoeker. Hij kon zijn draai niet goed vinden. Maar toen er een Jehova’s Getuige langskwam, raakte hij geďnteresseerd. Hij leefde er door op, vond een doel in zijn leven. En mijn moeder zag weer wat het met hem deed. Ze waren verkocht.Dat is de truc van de gemeenschap: ze creëren een warm bad, geven  je het gevoel dat je welkom bent en dat iedereen om je geeft. Als je niet sterk in je schoenen staat, ben je vatbaar voor al die mooie woorden.

GEEN ROTJEUGD:Desondanks heb ik geen rotjeugd gehad. Sterker nog, ik kijk terug op een mooie tijd. Er was veel liefde thuis, er werd vaak geknuffeld. Maar ik zat in een isolement door het geloof. Ik zie mezelf nog zitten, terwijl alle klasgenootjes buiten staan omdat Sinterklaas aankomt. Ik moest binnen blijven. Ik zat sommen te maken nota bene, terwijl de andere kinderen plezier maakten!Maar ja, de Jehova God vindt Sinterklaas nu eenmaal een heidens feest. Net als Kerstmis, Pasen en verjaardagen. Ik heb weleens aan mijn moeder gevraagd: ‘Wat is er verkeerd aan het vieren van een verjaardag?’ Maar dan kwam er een ingewikkelde verklaring over een verhaal in de Bijbel. ‘Zo is het en niet anders.’ Einde discussie.Ik was soms erg verdrietig. Als er andere kinderen jarig waren en ik tijdens het uitdelen niets mocht aannemen. Of als de klas op schoolkamp ging en ik niet mee mocht. Dan moest ik weer uitleggen hoe het zat. Ik hield me maar vast aan de gedachte dat ik later in het paradijs zou komen. Maar leuk vond ik het niet.Naarmate ik ouder werd, kreeg ik meer twijfels. Maar ik haalde het niet in mijn hoofd om die uit te spreken. Eén keer heb ik aan mijn moeder gevraagd: ‘Moeder Theresa doet zo veel goede dingen, waarom komt zij niet in het paradijs?’ Waarop mijn moeder zei dat ik daar maar niet te veel over moest nadenken. En zo ging het altijd: je mocht niet zelf denken. Terugkijkend vind ik dat het grootste kwaad dat mij is aangedaan.Achttien jaar was ik, net als mijn toenmalige man, toen ik met hem trouwde. We wisten niks, want seksuele voorlichting was uit den boze. En wat het betekende om een relatie te hebben, wisten we ook niet. Voor ons trouwen was er altijd een chaperonne in de buurt om ervoor te zorgen dat er niet méér gebeurde dan handje vasthouden. Toch was dat huwelijk niet eens zo slecht, want we vonden elkaar in onze groeiende afkeer van het geloof. We praatten er veel over, en samen hebben we besloten om eruit te stappen. 

Eerst met een brief naar onze ouders en daarna met een mededeling aan de gemeenschap. We wisten heel goed wat dat voor ons zou betekenen: uitsluiting. We zouden iedereen kwijtraken. Familie, vrienden, alle zekerheden in het leven. Want zo gaat dat bij de Jehova’s Getuigen: als iemand eruit stapt, mag je geen contact meer met hem of haar hebben. Ook al is het je eigen moeder of je kind.
VERSTOTEN:We hebben wel anderhalf jaar lang lopen wikken en wegen. Hoe oud waren we nu helemaal, nog geen twintig! Het was kiezen tussen een leven waarbij alles werd bepaald door de gemeenschap of eentje waarin we ons eigen pad konden kiezen. Die laatste wens bleek sterker.Mijn ouders waren er kapot van. En natuurlijk probeerden ze me over te halen om te blijven. We moesten onze beslissing verdedigen tegenover ouderlingen. We waren verleid door de duivel, meenden zij, maar we konden nog terugkeren naar de Jehova god. Uiteindelijk werd een mededeling gedaan tijdens de dienst: ‘Zuster De Groot is uitgesloten.’ Nóg hoor ik het verontwaardigde geroezemoes. Vanaf dat moment bestond ik niet meer.Ons huwelijk liep daarna snel op de klippen. We waren er allebei nog niet klaar voor, moesten eerst echt volwassen worden. Er was niemand aan wie we raad konden vragen, die ons kon troosten. Gaandeweg bleek dat we dat proces allebei anders beleefden. Hij is na enkele jaren teruggegaan naar de Jehova-gemeenschap; hij kon het uitgesloten zijn niet aan. Maar voor mij was er geen weg terug. Ik wilde leven.Ik ging een verlate puberteit in: uitgaan, reizen, mensen ontmoeten… Ik wilde eindelijk zelf de wereld gaan ontdekken. Tegelijkertijd was het een verdrietige tijd. Ik zag mijn ouders, broertje en zusje niet meer. Ik voelde me schuldig, wat ook nog werd aangewakkerd door mijn moeders verwijten: ‘Jij hebt míj in de steek gelaten’, zei ze tijdens de spaarzame telefoontjes.
DOM GEHOUDEN:Verstandelijk is het de beste keuze geweest om uit de gemeenschap te gaan. En toch zal ik het geloof nooit kunnen loslaten. Bijvoorbeeld door de situatie met mijn moeder. We hebben contact, maar het is minimaal, omdat zij mijn levenswijze afkeurt. Ik ben niet alleen uit het geloof gestapt, maar woon ook nog samen met een vrouw. Dat is natuurlijk helemaal ‘slecht’. Toch hou ik van mijn moeder en ik weet dat ze van mij houdt. Maar ja, het geloof zit ertussen. En zij stapt er niet uit. Mijn vader wil helemaal niet meer met mij praten. Ik heb dat lang wel begrepen, omdat het niet mag van de gemeenschap. Maar hij denkt zo een plekje in het paradijs te krijgen. Dat is belangrijker dan zijn eigen kind! Hoe het ook zij, er komt geen hereniging tussen mijn ouders en mij. Dat is een ondraaglijk grote straf.Het geloof heeft me het plezier in simpele dingen ontnomen. Ik kan niet genieten van een verjaardag, sinterklaas of oud en nieuw. En ik heb geen opleiding voltooid. Na de basisschool mocht ik naar de havo, maar mijn ouders en en de gemeenschap zeiden: ‘Het einde der tijden was nabij, waarom zou je leren?’ De huishoudschool was goed genoeg. Want dan was er de tijd om met De Wachttoren langs de deur te gaan. Verschrikkelijk! Ik ben blijven hangen in uitzichtloze baantjes. Maar nu volg ik een koksopleiding, ik hoop dat ik nog carriére kan maken.

SEKTE:Ik krijg nu zelf ook Jehova’s aan de deur. Als ik weerwoord geef, schrikken ze zich rot. Ik kan alleen maar medelijden met ze hebben dat ze het prettig vinden als er voor hen wordt gedacht. Ik kom steeds meer tot de conclusie dat het een sekte is. Geen mening mogen hebben, het isoleren van de rest van de wereld, de onderlinge rangorde…En dan heb ik het nog niet eens over het verbod van bloedtransfusies. Ik heb meegemaakt dat een vader tijdens de dienst werd geëerd, omdat hij had voorkomen dat zijn zoon een bloedtransfusie kreeg, terwijl deze jongen levensbedreigend ziek was. Zijn standvastigheid diende als voorbeeld voor anderen! Het paradijs wordt als een ijsje voor hun mond gehouden, zodat ze blijven lopen. Maar dat ijsje krijgen ze nooit!”
JEHOVAH-REGELS:De Christelijke Gemeente van Jehova’s Getuigen is een aan het protestantisme verwant geloof met strenge regels. Het vieren van ‘heidense’ feesten, zoals verjaardagen, sinterklaas, Kerstmis en Pasen is verboden. Ook mogen ze geen bloedtransfusie ondergaan en is homoseksualiteit bedrijven uit den boze.Wie de regels overschrijdt, riskeert ‘disciplinaire maatregelen’ of zelfs uitsluiting. Jehova’s (of Jehovah’s, met een h, zoals ze zelf schrijven) staan erom bekend dat ze van deur tot deur gaan om het geloof uit te dragen. Ze hebben daarvoor het bekende boekje De Wachttoren bij zich.Jehova’s gaan ervan uit dat het einde der tijden nabij is en dat alleen de ‘ware gelovigen’ in het paradijs zullen komen. Wereldwijd hangen zo’n 7,5 miljoen mensen het geloof aan, in Nederland zijn het er naar schatting ruim 30.000.
A.Z.










Google Analytics Alternative