ER IS NOG NOOIT EEN TERRORIST GEBOREN.              
ARUN GANDHI: 'ZOEK NAAR DE OORZAKEN VAN TERREUR'. 
Hoe gebruik je Gandhi's principes van geweldloosheid als terroristen met twee vliegtuigen het World Trade Center in New York vernietigen? Arun Gandhi, kleinzoon van de beroemde Indiase leider, schreef op 12 september 2001, een dag na de aanslagen, een artikel over waarin hij deze vraag probeert te beantwoorden. 'De betekenis van gerechtigheid zou niet wraak, maar hervorming moeten zijn.' 'Als ik wanhopig ben, herinner ik mezelf eraan dat door de hele geschiedenis heen de weg van waarheid en liefde altijd heeft gewonnen. Er zijn tirannen en moordenaars geweest, en een tijd lang kunnen zij onoverwinnelijk lijken, mar uiteindelijk komen ze altijd ten val.' Mahatma Gandhi. Het is begrijpelijk dat veel mensen na de tragedie in New York en Washington op 11 september nar ons kantoor hebben geschreven of gebeld om antwoord te krijgen op de vraag wat een juiste geweldloze reactie zou zijn op zo'n onvoorstelbare onmenselijke daad van geweld. 

Allereerst moeten we begrijpen dat geweldloosheid geen strategie is die we kunnen toepassen in tijden van vrede en die we overboord zetten zodra er een crisis uitbreekt. Geweldloosheid betreft het gedrag van mensen. Het gaat erom dat we zelf de verandering worden die we in de wereld willen zien. Want het collectieve van een volk is gebaseerd op het gedrag van het individu. Geweldloosheid betreft het opbouwen van positieve relaties met alle mensen -- relaties die gebaseerd zijn op liefde, mededogen, respect, begrip en waardering. Bij geweldloosheid gaat het er ook om dat we mensen niet beoordelen naar de wijze waarop we hen waarnemen -- dat wil zeggen: een moordenaar wordt niet als moordenaar geboren, een terrorist wordt niet als terrorist geboren. Mensen worden moordenaars, rovers en terroristen door omstandigheden en ervaringen in hun leven. Door moordenaars, rovers, terroristen of andere misdadigers te doden of op te sluiten, zal deze wereld niet van hen bevrijd raken. Elke keer dat we er één doden of opsluiten, scheppen we voor honderd anderen de voorwaarden om hun plaats in te nemen. Waar we dringend behoeft aan hebben, is een nuchtere analyse van zowel de omstandigheden die zulke monsters creŰren als de manier waarop we die omstandigheden kunnen helpen uitschakelen. Als we onze inspanningen richten op de monsters, in plaats van op datgene wat de monsters creŰert, zullen we de geweldsproblemen niet kunnen oplossen. De betekenis van gerechtigheid zou niet wraak, maar hervorming moeten zijn. We hebben gezien dat sommige mensen in Irak en Palestina, en ook in veel andere landen, zich verheugden over de tragedies die zich in het World Trade Center en het Pentagon afspeelden. Dat vervulde ons met afgrijzen, en dat moet ook. Maar laten we niet vergeten dat wij hetzelfde doen. Als IsraŰl de Palestijnen bombardeert, vinden we dat of verheugend, of we tonen geen mededogen. Onze houding drukt uit dat zij krijgen wat ze verdienen. Als de Palestijnen de IsraŰli's bombarderen, zijn wij verontwaardigd en keuren we hen af als ongedierte dat moet worden uitgeroeid. Er was geen mededogen in onze reacties toen wij de steden van Irak bombardeerden. Ik was één van de miljoenen mensen in de Verenigde Staten die aan de beeldbuis gekluisterd zaten om te kijken naar dat drama, alsof het in scéne was gezet voor een televisiefilm. Duizenden onschuldige mannen, vrouwen en kinderen werden aan stukken geschoten en in plaats van medelijden met hen te hebben, verwonderen wij ons erover hoe doeltreffend onze gewapende macht was. 

Meer dan tien jaar zijn we doorgegaan met onze vernietigende invloed op Irak -- elk jaar sterven naar schatting 50.000 kinderen ten gevolge van de sancties die wij hebben opgelegd -- en het heeft ons niet tot mededogen bewogen. Dit alles wordt gedaan, zo zegt men ons, omdat we verlost moeten worden van de Satan die Saddam Hussein heet. Nu maken we ons op om dit allemaal opnieuw te doen, om verlost te worden van een andere Satan, genaamd Osama bin Laden. We zullen de steden van Afganistan bombarderen omdat zij onderdak bieden aan de Satan en op die manier zullen we duizend andere Bin Ladens helpen voortbrengen. Sommigen zeggen misschien: 'Het kan ons niet schelen wat de wereld van ons denkt, als ze maar respect hebben voor onze kracht. Wij beschikken tenslotte over de middelen om deze wereld aan stukken te rijten, aangezien we de enige overgebleven supermacht zijn.' Ik denk dat we onze houding moeten veranderen van gerespecteerd willen worden voor onze kracht in militair opzicht, in gerespecteerd worden voor onze morele kracht. Ik vraag me af of we dat willen, dat andere landen het soort respect voor ons hebben dat kinderen hebben voor de schrik van de school. Is dat onze rol in de wereld? Als we inderdaad als bullebak willen fungeren, moeten we erop voorbereid zijn dat we tegenover dezelfde gevolgen zullen komen te staan als die waarmee de schrik van het schoolplein te maken krijgt. Aan de andere kant kunnen we niet tegen de wereld zeggen: 'Laat ons met rust.' Deze wereld is niet gemaakt voor isolationisme. Dit alles brengt ons terug bij de vraag: hoe kunnen we een geweldloze reactie geven op het terrorisme? De gevolgen van een militaire reactie zien er niet bepaald rooskleurig uit. Vele duizenden onschuldige mensen zullen sterven, zowel hier als in het land of de landen die wij aanvallen. Daarmee gepaard gaat een exponentiŰle toename van krijgslust, en uiteindelijk zullen we voor andere, meer relevante morele vragen komen te staan: wat bereiken we met de vernietiging van de halve wereld? 

Zullen we met een zuiver geweten kunnen leven? Wat we moeten doen is: toegeven dat we nu een rol spelen waarmee we bijdragen aan het scheppen van monsters in de wereld, zoeken naar wegen om deze monsters onder controle te krijgen zonder nog meer onschuldige mensen leed aan te doen en dan onze rol in de wereld opnieuw definiŰren. Ik denk dat we onze houding moeten veranderen van gerespecteerd willen worden voor onze kracht in militair opzicht, in gerespecteerd worden voor onze morele kracht. Het is dringend nodig dat wij ons vermogen op waarde schatten om een rol van grote invloed te spelen bij de hulp aan de 'andere helft' van de wereld om een betere levensstandaard te verkrijgen. Niet door wat kruimels toe te werpen, maar door ons op een manier die gewicht in de schaal legt te verbinden aan programma's voor economische opbouw. Ons buitenlandse beleid is te lang uitgegaan van 'wat goed is voor de Verenigde Staten'. Dat riekt naar eigenbelang. Ons buitenlandse beleid zou nu moeten uitgaan van wat goed is voor de wereld en hoe we het juiste kunnen doen om ertoe bij te dragen dat er meer vrede in de wereld komt. Degenen die dierbaren hebben verloren bij deze en andere terroristische acties, wil ik zeggen dat ik met jullie meeleef in dit verdriet. Het spijt me dat jullie slachtoffer zijn geworden van zinloos geweld. Maar laat deze droevige gebeurtenis je niet wraakzuchtig maken, want geweld, in welke mate ook, zal je geen innerlijke vrede geven. Woede en haat doen dat nooit. De herinnering aan de slachtoffers die bij deze en bij andere gewelddadigheden, in de hele wereld, zijn omgekomen, zal beter bewaard blijven en de herdenking van hen zinvoller zijn als we allemaal leren te vergeven. Laten wij ons leven wijden aan het tot stand brengen van een wereld vol vrede, respect en begrip. Eleanor Roosevelt sprak de volgende wijze woorden uit: Het is niet genoeg om over vrede te praten. Je moet er in geloven. En ook dat is nog niet genoeg. Je moet eraan werken. Arun Gandhi. 










Google Analytics Alternative