DE TRIOMF VAN EEN ZOEKER KLUIZENAAR IN EEN GROT. 
Ik behoor opnieuw tot de levenden en wellicht kan ik u daardoor helpen. In wezen is er geen verschil, of u bent des duivels of u behoort tot het licht. Wie de duisternis niet kent, kent ook de heiligheid niet van het licht. Beide moeten wij leren kennen om tot de volmaaktheid te komen. Velen doen er eeuwen over, anderen zelfs miljoenen jaren, weer anderen kunnen in korte tijd heel veel bereiken.Ik heb lang, heel lang geslapen, sinds kort werd ik wakker. Er is droefheid in mijn innerlijk, het is kapot, want voortdurend leefde ik in onmetelijke ellende, voortgedreven als ik werd door haat ,hartstocht en jalousie, want ik wilde ten koste van mijzelf ook anderen vernietigen. Eeuwen geleden beleefde ik dit. Ja, heel veel spijt heb ik daar nu van. Toch ben ik dankbaar weer tot de levenden te behoren. God schonk mij licht, nieuw, trillend leven. Foei, foei, foei! Gods vuur brandt diep in, het is heilig, nu weet ik dit. U hier geeft mij moed door uw woorden, door uw liefdevolle gevoelens. Het helpt mij in het overwinnen van mijn moeheid - ik ben moe, zo vreselijk moe! Men liet mij waarnemen. Heel veel mocht ik zien om hierdoor te ontwaken. Wat is toch dit, ( bedoeld werd het kruishout) . schroeit, het vlamt en brandt door tot in mijn ziel, dat wat jullie daar vasthouden.  

Nog drie dagen hierna vertoonden André's handpalmen rode, branderige striemen,die door het astrale licht, dat van het kruis uitging, werd veroorzaakt.) Ik voel mij iets rustiger. Er is meer warmte in mij, ik ben niet langer zo koud.In de stilte gloort nieuw licht, nieuw leven. Geef mij dat wiel, ik moet er door! In wezen zijn wij gelijk. Ik wil het goede. U doet uw best en ik doe het. Als u mij wilt helpen, vraag ik u rustig aan mij te denken. U ziet mij in een spelonk, heel ver achterin, alleen en verlaten. Daar lig ik en kom ik tot andere gedachten. In die koude, die eenzaamheid leefde ik ook in mijn laatste leven op Aarde, waarin ik ten onder ging. Voor wie zijn die bloemen? Ik zie bloemen, witte, blauwe en andere kleuren en uit die bloemen komt licht, dat mij warm omstraalt. Daar, vanwaar ik kom, weet men van al deze dingen niets. De mensen liggen neer en ze zijn onbewust, dood, levend dood. Toch herken ik genieŰn, die eens op Aarde leefden, genieŰn in het kwaad, want zij dienden het kwaad. Onheilspellend zijn hun gedachten en toch is er een kracht in hen, die hen tot denken en voelen dwingt. Zij zondigden zwaar, maar diep, heel diep in hen leeft een reine natuur. Dat zijn mijn vrienden, mijn broeders en zusters. Wij allen gingen ten onder. Veel, 0, heel veel heb ik in mijn levens mogen bereiken. Zo veel, dat men mij heilig verklaarde. En toch was ik een duivel. Om mijn schouders droeg ik het witte Kleed en de hoogste versierselen van mijn orde  maar mijn ziel was zwart. Ik brak onder het mom van heiligheid iedereen af, die mij naderde. Tempels en kerken vernietigde ik, vele levens achtereen. Hier tussendoor kwam ik zover dat ik naar buiten als een volmaakt mens leefde, want ik kende de wetten. Ik behoorde zo tot het licht en tot de duisternis. Ik ben bewust en onbewust, mijn hart is zwak en toch krachtig, doordat ik niets anders doe dan analyseren. "Keer uzelf binnenste buiten," zei uw Meester tot u. Deze stem hoorde ook ik en er kwam warmte in mijn verlatenheid en de wil om mij te herstellen. Ik leef opnieuw en ik krijg hulp! Voelt u, wat er thans in mij omgaat? In dit gevoel kniel ik neer en dank ik God voor al het leed, dat ik doormaakte. Er is liefde in mij. Ondanks alles heb ik lief. Lief heb ik en gij hier eveneens. Als de warmte in mij komt, die deze kinderen bezitten, ben ik gereed om de allergrootste en allerdiepste problemen te overwinnen. Dan leg ik mij neer aan de voeten van mijn Meesters. Ziedaar de mogelijkheid, één mogelijkheid om tot mijzelf te komen. Het is mij een behoefte u te danken. Door u gaan mijn gevoelens omhoog.

Daarom dank ik u en ook dat gij mij opneemt in uw hart. U bent jong, kinderen bent u, en ik ben een oude man, oud, heel oud koud. God van al het leven, als mijn woorden tot u komen, vergeef mij dan. Als mijn gevoelens U bereiken, zendt dan tot mij Uw warmte. Geef mij opnieuw bezieling, geef mij nieuw leven. Ik ben niet waard, dat ik zie, dat ik hoor en voel en toch, Gij wilt het. Ik was ondankbaar. Ik stal het bloed van anderen en zoog hen leeg. Ik zal nu mijn eigen bloed geven voor hen, die dorsten. Mijn arme ik zal ik verpletteren, ten koste van alles. Neem van mij aan, dat. een heilig verlangen in mij is om U te dienen. Bewieroken zal ik mijzelf en anderen niet, ook U niet, want ik weet uit het verleden, dat U dit niet wilt. Breek mij, Vader, breek mij aan stukken, vernietig mijn kwade ik, het ik, dat mij verpletterd heeft. Ik wil zijn als een kind, Vader, als een nietig kind van U. Ik wil scheppen, mijn God, moge ik de krachten daartoe ontvangen. 0, God, ga in mij en ontsluit de deuren van mijn ziel. Toe, doe het, geef mij een nieuwe kans. Ik zal mijn best doen. Geef mij de lenigheid terug van het wilde dier, de zachtheid van een engel en de" kracht, zoals de bliksem slechts bezit. Ik verzeker U, mijn God, dat ik voor alles wat komt, mijn hoofd zal buigen en mijn stem, die zoveel leed over anderen en mijzelf bracht, zal verzwakken tot een nederig gefluister, zodat ik kan ingaan om de vreugden des hemels te genieten. Ik dank U voor alles, mijn Vader Amen.Vrienden, ik dank u. Ik dank u allen. Ik kom terug. Mag ik tot u terugkeren?
Meester Yongchi. 








Google Analytics Alternative