OPEN BRIEF AAN ALLE GEESTVERWANTEN DIE JOZEF RULOF KENDEN! 
Op de 3e november 1952 overleed Jozef Rulof in Den Haag. Voor allen die hem kenden en geregeld zijn lezingen hadden bezocht, kwam dit afscheid geheel onverwachts en de beroering onder zijn volgelingen en bewonderaars was dan ook groot en diep ,,Jeus" werd door allen bemind. Er was niet één , die zich niet door zijn krachtige en natuurlijke persoonlijkheid aangetrokken voelde en zelfs zijn ,,tegenstanders", of beter gezegd, zij die afwijzend stonden tegenover zijn mediumschap en zijn ,,leer" moesten -- op enkele uitzonderingen na -- hun hoofd buigen voor de ,,mens" Jozef Rulof. Want dit was het alles beslissende in Jozef Rulof's leven: zijn menselijke zuiverheid, zijn ,,Reine Klaarte", waartegen zich ook de kwaadwillendste gedachte te pletter moest lopen en waardoor deze bijzondere mens ook geschikt was voor zijn hogere aanraking, die hem tenslotte in staat stelde, de ,,Paulus van de Twintigste Eeuw" te zijn! Wij hebben Jeus en zijn werk ruim zeven jaar mogen beleven. Wij hebben deze tijd als een grote genade, als een hemels geluk ondergaan en allen, die aan deze lezingen in Den Haag en Amsterdam mochten deelnemen, weten zeer zeker, dat deze woorden geen overdrijving inhouden.

Je kunt tenslotte voor een bepaalde tijd    een suggestie ondergaan, voor iets of iemand enthousiast zijn en dit in overdreven woorden gaan uiten, maar als dit ,,enthousiasme" door de jaren heen aan blijdschap en kracht toeneemt, dan is er beslist geen sprake meer van een tijdelijke suggestie of van een ondoordachte overdrijving. Wie Jeus was, weten we nu allemaal en wij hopen dat dit zo is, geachte geestverwanten, broeders en zusters en wat zijn leer van de ruimte voor ons allen, voor de ganse mensheid, betekent, is ons toch intussen zeker duidelijk geworden, En wij beseffen nu -- na twee jaar tijd -- welk een bijzondere taak in ons aller handen is gelegd. Voor de mens Jeus heeft u alles willen doen en dit kon ook niet anders, als u in zijn stralende ogen keek, maar -- voor zijn werk, voor het uitdragen en verspreiden van de leer, voor het kleur bekennen, waarop Meester Zelanus in zijn laatste toespraak met klem aandrong, voor het nakomen van deze Ethica der Ruimte, ook voor uw dagelijks leven en omgang met uw broeders en zusters, -- voor dit alles leeft toch ook nu dezelfde sterke bereidheid in u, zoals u deze tegenover de mens Jeus heeft getoond? Wij twijfelen niet daaraan en hebben ook geen recht hiertoe, omdat wij in onszelf deze onvoorwaardelijke bereidheid hebben zien groeien en er hartstochtelijk naar verlangen, om aan onze dankbaarheid en eerbied voor Jeus en zijn werk, daadwerkelijke uiting te kunnen geven. Want dit is de enige manier, zo dunkt ons, om Jozef Rulof en zijn Meesters te bewijzen, dat wij de betekenis van deze wonderbaarlijke aanraking hebben begrepen. Dat wij begrepen hebben, wie Jozef Rulof was! ,,Aan Uw mooie woorden hebben wij niets", zei eens Meester Zelanus, laat eerst zien, wat je van onze woorden hebt begrepen!"

Het ,,goeden morgen -- of goeden avond -- mijn broeders en zusters", u kunt het nog immer beluisteren, houdt een eis in en is niet zonder een gevoel van schaamte bij ons allen, zonder uitzondering, ontvangen. Of vindt u, dat wij nu wel overdrijven? Broeders en Zusters! Een gemeenschap van goede wil, verstandhouding en hulpvaardigheid? Alles door ruimtelijke kennis verwekt, door een gemeenschappelijk beleven verdiept en bezield, tot eenheid gekomen door het opgetrokken zijn in honderden van lezingen, bij machte van de Meesters en -- op de krachten van Jeus? Zijn wij nu allen broeders en zusters geworden in de geest en daadwerkelijk de volgelingen van onze grote voorganger Jozef Rulof? Geven wij nu de mensheid het voorbeeld, door ons gedrag, van een kosmisch bewust denken, voelen en handelen? Of moeten wij toegeven, dat zelfs het meesterlijk woord ons niet heeft kunnen bereiken: dat de oude gewoonte, de sleur van het alledaagse sterker was en bleef, dan deze goddelijke krachtinspanning? Was onze liefde voor Jeus alleen een ,,Diligentiatochtje" waard?, -- een gezellig onderonsje, waar je kennissen kon ontmoeten en met je geestelijke welgesteldheid kon schermen? Wij vragen U geachte geestverwanten, voor welke realiteit staat U nu? Nu -- na twee jaren zonder Jeus? Is er tussen u allen die eenheid gegroeid en ontstaan, waar Jeus zo naar verlangde en de Meesters op aanstuurden met hun woorden? Vertonen uw samenkomsten die blijdschap en liefelijkheid in woord en beeld, zoals de Ruimte het van u heeft verwacht? Nu na twee jaren van bezinning studie en overgave aan de leer en haar wetten, waarvan u kennis mocht nemen? Of is het soms het wachten op, een nieuwe Meester?

Hebben zij, die misschien deze verwachting koesteren, de leer intussen zo grondig bestudeerd en in zich opgenomen, dat zij nu al gebrek hebben aan nieuwe openbaringen? Of kunnen zij het zonder een ,,voorganger" met zichzelf niet klaarspelen? Wij hopen niet, dat er onder u velen zijn die zulks verwachten, want zij zullen enige eeuwen geduld moeten oefenen, eer een tweede Jeus op de goede aarde neerdaalt! Er zijn tweeduizend jaren van menselijke evolutie nodig geweest, eer een Jozef Rulof op het toneel kon verschijnen, zonder gebrandstapeld te worden en er zullen eeuwen voorbijgaan eer deze leer door een nieuwe meester kan verruimd en opnieuw toegelicht zal worden. Dus -- wij moeten nu allemaal op eigen krachten vooruit en wij zullen -- met dit ietwat zielige verlangen naar een nieuwe geestelijke leider, Jeus heus geen hartebloempjes sturen. Ja zeker, wij hebben daarvoor geen ander woord dan zielig en u moet ons dit vergeven, geachte vriend of vriendin, want wie nu reeds naar een nieuwe meester uitkijkt, of deze nu over zes of tien jaar wordt verwacht, toont daarmee alleen zijn gebrek aan begrip over de betekenis van Jozef Rulof en zijn werk. Want eenmaal van deze verheven Kosmologie kennis genomen, lijkt dit menselijke verlangen armoedig en zielig en geenszins in overeenstemming met de woorden van de Meesters, die wij in al die jaren mochten beluisteren. Met het verschijnen van Jozef Rulof is tegelijk de Eeuw van Christus begonnen.

Hij heeft het geestelijk wetenschappelijk fundament hiervoor gelegd. Het is aan ons allen -- zijn volgelinge -- dit fundament te verstoffelijken, de leer te verspreiden, want zij behoort de mensheid toe en voor een stevige huisvesting te zorgen voor de zichtbare nalatenschap, met name de Tempel, het grootste gebouw, dat in de komende jaren als De Universiteit van Christus zal verrijzen. Dit zal onze dank aan Jeus zijn -- onze dank aan zijn Meesters -- ons aanvaarden van Christus -- ons ,,kleur bekennen"!!, geachte geestverwanten en we doen hiermee een beroep op u allen: Breek niets af -- waarvan U geen kennis heeft! Wees blij, dat er krachten aan het werk zijn, om deze enorme doelstelling te verwezenlijken! Werkt allen mee! Vriendelijkheid. Welwillendheid en Rechtvaardigheid zijn net zulke bouwstenen aan dit werk van Jeus, als Uw stoffelijke inspanning het kunnen zijn; geeft het land, het mensdom, een voorbeeld van Eensgezindheid, Trouw en Overgave aan een leer en een werk, dat straks onze beschaving door de Goddelijke Wijsheid zal gaan verruimen en verdiepen. Blijft niet afzijdig staan! In dit uur geven wij U het sein! Jeus was slechts een chauffeur, maar wie zich daaraan ergerde, voelde niet, dat hij een Goddelijk bezield bestuurder was, anders hadden ook zij zijn taxi gekozen!?
B. v. Baden.  








Google Analytics Alternative