OVER HET WERK VAN JOZEF RULOF. 
Op zondagmorgen 17 juni 1945 gaf Leo Uittenbogaard onderstaande lezing. Dit is vlak voordat de eerste openbare,lezing van Jozef Rulof op 25 juli van dat jaar plaatsvond. Daarbij opende meester Alcar 'De Eeuw van Christus'. Eeuwen geleden leefde er een zoeker op aarde, die verteerd werd door het verlangen God en Diens Schepping te leren kennen. Duizenden vragen woelden in hem, geen alledaagse, doch pertinente levensvragen. Vragen als: Was het een God, Die ons schiep? Hoe is die God? Waartoe schiep Hij ons, en hoe? Bepaalt Hij onze levensomstandigheden? Wat ligt er achter de dood? Ontvangen we maar één leven? Als hij hoorde van een krankzinnige, dan riep hij uit: 'Hoe is het mogelijk, dat ik rijk en gezond ben en dat deze mens, die toch ook een schepping van God is, zijn leven doorbrengt verstoken van verstand en inzicht? Wie ter wereld verklaart me, waarom de ene mens ziek is, weer een ander gebrekkig of behoeftig? En waarom de ene mens leven moet in het oerwoud, vechtend tegen het wilde dier, terwijl mij alles gegund is wat beschaving en comfort te bieden hebben? Wie is verantwoordelijk voor die onrechtvaardige verschillen?' Kortom, waarheen hij zijn blik ook wendde, Gods schepping ziende, kwam de ene vraag na de andere in hem op, zonder dat hij er het antwoord op kon geven, dat zijn ziel, gevoel en verstand bevredigde. Waarom maakte God, Die toch het universum schiep, het zo moeilijk Hem in Zijn wezen en wetten te verstaan?


 JOZEF RULOF EN ZIJN KOSMOLOGIE.
,,Wanneer verschijnt de Kosmologie, meneer Rulof?'', luidde de veel gehoorde vraag van het moment af, dat Jozef Rulof bekend maakte, dat hij het manuscript van een aantal delen van de Kosmologie had afgerond. ,,Wanneer de centjes er zijn, dames en heren'', was dan altijd zijn antwoord. ,,Geef mij vijftigduizend gulden en wij leggen ze in uw handen.''  'Wanneer verschijnt de Kosmologie?' is misschien wel de meest gestelde vraag onder de lezers van de boeken van Jozef Rulof. Alles moet worden verdiend. Dat geldt voor al het leven van God. Ook Jozef Rulof, die het allerhoogste vertegenwoordigde, had dit te aanvaarden. En geloof ons, dat deed hij ook! In alles was hij dankbaar ingesteld. Hij sprak indertijd dan ook geen onwaarheid. De centjes wáren er doodeenvoudig niet! Vlak voordat hij in 1952 van ons heenging, had hij de benodigde middelen voor het derde deel van de trilogie over zijn leven: Jeus van Moeder Crisje, met als ondertitel 'Aan de voeten van zijn Meester'. Van dit boek verscheen in 1981 de tweede druk. Voor alle fundamenten had hij tot dan zelf zorg gedragen. Wij mogen daarbij zeker niet onvermeld laten de enorme steun, die zijn vrouw Anna hem daarbij gegeven heeft. Toen wij haar laatst nog bezochten, zei zij tegen ons, en dat is heilige ernst: 'Als ik er niet was geweest, hadden jullie geen boek gehad.' En dat is waarheid. Zij zorgde, dat de centjes van de verkochte boeken bijeen bleven voor de uitgave van een volgend boek. Jozef Rulof gaf ze liever weg aan iedereen, waarvan hij vond, dat hij of zij voor deze machtige wijsheid openstond.

Wij kunnen dat allemaal lezen in de boeken 'Een Blik in het Hiernamaals' en in 'Jeus van Moeder Crisje'. Hij gaf niet om geld, maar toch was het geld hard nodig: Zijn vrouw Anna verdient dan ook onze dankbaarheid. Ook zij legde hierdoor de fundamenten voor de geestelijke ontwaking voor deze mensheid en dat mag zeker hier nog wel eens gezegd worden. Wat deze beide mensen presteerden,  grenst bijna aan het ongelooflijke. Jozef Rulof ging van ons heen. Een handjevol mensen, volgelingen genaamd, ach u heeft er eigenlijk al zoveel over kunnen lezen in de reeds verschenen nummers van het Contactorgaan, trachtten het geheel voort te zetten. Er was niet veel in het begin, maar langzamerhand kwam het geheel in stijgende lijn. Er werden steeds meer boeken verkocht en dat vroeg steeds weer om geld voor de noodzakelijke herdrukken. En dat waren er de laatste tijd wel een paar! Het kostte ontzettend veel tijd en geld. Hier tussendoor bleef onophoudelijk de vraag naar ons toe komen: 'Wanneer verschijnt de Kosmologie?' Het boekenfonds werd ondertussen door vele mensen bedacht en dat vormde zo langzamerhand toch een zeker fundament voor de uitgave van de Kosmologie. Wij togen aan het werk. Wij pakten de manuscripten op en begonnen te lezen. Natuurlijk in de eerste plaats geboeid, maar anderzijds vervuld met zorg of wij wel in staat zouden kunnen zijn dit machtige werk zonder directe hulp van Jozef Rulof tot een goed einde te brengen.

De Meesters noemden het immers de boeken voor de nieuwe bijbel. Dat is voorwaar toch niet niets. Kortom, wij gingen aan het werk, maar het vlotte niet. Wij hadden ook niet het gevoel, dat er nu zo'n enorme druk op zat. Maar de door Jozef Rulof genoemde voorwaarde: 'Als de centjes er zijn', werd wel steeds realistischer. Wij besloten daarom dan ook geheel naar óns vermogen verder te gaan. Voordat wij ons verhaal verder vervolgen is het toch nog wel eens goed om stil te blijven staan bij hetgeen waaróm wij vragen en de betekenis,die dat vragen en wellicht uiteindelijk het krijgen voor ons leven heeft of kan hebben. Wij moeten daarvoor terug   naar de stilte en diepte, die zo schitterend staat beschreven in het derde deel van Jeus van Moeder Crisje. Het is als het ware een voorspel tot een enorme levenssymfonie. Als wij dit gevoel niet kunnen begrijpen en ons alleen op het 'hebben' instellen, zou het lezen van de Kosmologie wel eens op een groot fiasco kunnen uitlopen. Aan de andere kant moeten wij beseffen, dat als wij diep op de Kosmologie ingaan, dit ook grote consequenties voor ons leven zou kunnen hebben. Het voert ons namelijk terug tot de kern én de eenvoud van al het leven en dat maakt een mens dan los van alle stoffelijke schijnwaarden, die wij kunnen vergelijken met onze maatschappij. Als wij te vér gaan, kan dat betekenis voor ons leven krijgen. Jozef Rulof zei niet voor niets: 'De man of vrouw, die de maatschappij moet beleven kan de Kosmologie eigenlijk niet lezen (verwerken). Hij of zij zou volkomen in opstand kunnen komen tegen de enorme onrechtvaardigheid van ons maatschappelijk stelsel, waarvan zij door het verdienen van het dagelijks brood haast onverbrekelijk deel uitmaken. Wij gaan nu samen naar de stilte en diepte, die het beleven van het Al voor de mens van de derde kosmische graad mogelijk maakt. En dan zijn wij zo ver.

Het is november 1944 ... de zeventiende ... dat hij 's avonds in het keukentje Meester Alcar ziet en hoort en zijn Meester tot hem zegt: 'Jeus, zie je en hoor je mij?' 'Ja, Meester.' 'Neem dit dan even op. ' En dan volgt er: 'De indeling van de 'Kosmologie van Jozef Rulof'. God.. . God als Leven ... God als Licht ... God als Ziel... God als Geest ... God als Vader ... God als Moeder ... God als Levenswetten ... God als Levensgraden ... God als Elementaire Wetten.. God als Kracht ... God als het Kleurenrijk... God als Verdichtingswetten... God als het Dierenrijk... God als Natuur... God als Rechtvaardigheid... God als Liefde... en dit is voorlopig alles Jeus en voldoende. Denk hierover na, Jeus van Moeder Crisje, dat alles moeten wij thans volgen voor de 'Universiteit van Christus'.  Jeus denkt: 'Mijn hemel, wat moet ik nu beleven. ' Hij heeft het ontstaan van het heelal gezien en beleefd en is dat nog niet genoeg? Já, geachte lezer, in dat koude keukentje, bij het zwakke lichtje van een schoenveter in wat olie, kreeg Jeus van Moeder Crisje deze boodschap. Enkele dagen later mag ik - Meester Zelanus - mij met hem ver- binden en kan ik Jeus zeg- gen: 'Jeus, wij breken een record voor Meester Alcar, wij zullen nu proberen om zes boeken te schrijven en te beleven in enkele maanden. ' Hij geeft terug: 'Hoe lang duurt het nog?' 'In het voorjaar van 1945 eindigt de oorlog, Jeus. En dan hebben wij de Kosmologie in handen. ' Nu stelt Jeus zich op de ruimte in. Hij verwaast, maar hij staat toch met beide benen op de grond, hij zál nu niet meer bezwijken. Zijn geest en persoonlijkheid zijn universeel diep, eten en drinken hebben geen betekenis meer, hij zál de Meesters volgen en alles aanvaarden. Er zijn nu mensen die duizend gulden voor één boek willen geven, maar de boeken werden voor de mannen van Adolf 'afgesloten'. Elk ogenblik kunnen ze worden verbrand, doch ook daar waken wij over, er gebeurt niks! Maar hij heeft er niet één in handen en hij weet: Ze worden thans kapot gelezen, de mensen, die de boeken hebben, delen ze uit.

Thans weten wij reeds, dat wij duizenden joden voor de 'zelfmoord' mochten beschermen. 'Nee, dat doe ik 'nu niet', zegt die mens, 'ik draag alles, ik maak géén eind aan mijn leven, want ik weet, wat mij te wachten staat, ik wil thans mijn eigen karma beleven en ondergaan.  Ziet u, lezer ... daarvoor hebben de Meesters gezorgd, omdat de zelfmoord én uw crematie het ergste is, wat u zichzelf schenken kunt. En dan komt er: 'Ben je gereed, Jeus?' 'Ja; Meester.' 'Vanavond, november ... 1944 ... zul je uittreden voor de 'Kosmologie', voor 'de Goddelijke Wijsheid!' Jeus wacht af. Nu gaan wij met ons drieën, we weten wat ons wacht en wat wij zullen beleven. Meester Alcar keert thans tot de 'ALBRON' terug, God als 'MOEDER' ... tot in de bron waar alles door ontstaan is en waaruit en waardoor ál het leven de, verstoffelijking kreeg. God is méér moeder dan vader. Enfin} u weet wat Jeus van zijn Meester kreeg en dat moeten wij volgen, maar alleen door .het Goddelijke bewustzijn; de 'Mens' ... die het Goddelijke 'Al' heeft bereikt! Wij worden dus gevolgd door de Menselijke 'GOD' ... waarvoor 'Christus' de 'Mentor' is! En dit heeft géén mens van de Aarde beleeft en dat zal ook nooit meer een mens beleven, omdat géén mens ooit meer boven Jeus van Moeder Crisje uit gaat! Dat is uitgesloten en dat zal ik u straks bewijzen, opdat u ons volgen kunt. Christus zei eens: 'Zorg dat u met uw drieën tezamen bent, dan ben 'IK' bij u allen!' En dat wil zeggen:

Wij gaan op reis om God als Vader, als Zoon en als Heilige Geest te beleven! Jeus wij komen! Even later kijkt hij in onze ogen,  de eerste reis de Kosmologie van uw en voor ál het leven van God is begonnen ...! Een enorme tijd brak nu voor Jeus van Moeder Crisje aan! Het werken aan het allerhoogste op een moment, dat het allerlaagste op Aarde hoogtij vierde! Dit kontrast is door ons slechts aan te voelen. maar Jeus beleefde de echte realiteit daarvan. Het vroeg álles, maar dan ook álles van hem. Hij slaagde erin. deze ALwijsheid voor ons 'binnen' te halen. Zoals gezegd moest zelfs deze allerhoogste wijsheid zich buigen voor de stoffelijke wetten van het aardse slijk! De centjes waren er niet om deze wijsheid aan de wereld door te geven. De Meesters besloten ondanks dit feit ons gereed te maken voor deze wijsheid en gingen na een geduchte voorbereiding daartoe, ons voorlezen uit de manuscripten. Meester Zelanus startte daarmee op 11 november 1951. Dit was bijna zeven jaar. nadat Jeus zijn eerste aanraking met dit gigantische werk beleefde. Dit kon gebeuren,nadat de Meesters ons 600 ŕ 700 lezingen hadden gebracht. Thans zijn van deze lezingen nog 57 stuks op de geluidsband beschikbaar. Was het al die jaren nu alleen maar het ontbreken van de centjes? Wij weten dat echt niet. Wij zijn er wel van overtuigd, gezien de vele uitspraken van de Meesters, in dit artikel nog eens geďllustreerd met het voorbeeld, hoe de boeken tijdens de tweede wereldoorlog werden beschermd voor vernietiging. Deze geschiedenis herhaalde zich nog eens in het jaar 1953, toen tijdens de watersnoodramp de boeken op een wonderbaarlijke wijze op één van de Zuid-Hollandse eilanden behouden bleven. Nadat het water gezakt was, was er van het huis, waar op de zolder de totale boekenvoorraad was opgeslagen, praktisch niets over! De zolder vol met boeken stond er nog, ondersteund door enkele restanten van het huis! Jozef Rulof zei ons tijdens zijn leven vaak: 'Wonderen bestaan niet! Er kan buiten de normale levenswetten niets bestaan!

Dingen als wonderen ervaren betekent in feite, dat wij niet in staat zijn de realiteit van bepaalde gebeurtenissen naar waarde te schatten.' In dit licht gezien kan het immers niet mogelijk zijn, dat naast het effect van het niet aanwezig zijn van de centjes, een handjevol mensen in staat zijn de uitgave van dit machtige werk uit te stellen, te vertragen of in het geheel niet uit te voeren. ofschoon wij vele malen hiermee wel door een aantal belangstellenden werden geconfronteerd. Volgens onze bescheiden mening moet er náást het geld toch ook nog een andere factor hebben meegespeeld. Bij een nadere beschouwing hebben wij ons gerealiseerd, dat als mogelijke oorzaak tot het tot nu toe niet verschijnen van de Kosmologie kan worden aangewezen, dat overeenkomstig het gebeuren bij de lezingen er éérst voldoende fundamenten aanwezig moesten zijn, om dit werk maar enigszins te kunnen begrijpen. Eerst moesten zijn reeds eerder verschenen boeken daarvoor een gedegen fundament vormen. Ná het jaar 1952, het jaar dat Jozef Rulof van ons heenging, hebben een kleine 35.000 boeken hun weg gevonden. Wij spreken thans de verwachting uit. dat er bij velen voldoende fundamenten aanwezig zullen zijn om dit kosmische werk op de juiste waarde te schatten. Dit fundament is volgens ons van wezenlijk belang. Wij hebben daarvoor immers de bewijzen in handen. Meester Zelanus zegt in één van zijn lezingen het volgende: Voordat wij beginnen met het voorlezen - het eigenlijke voordragen, kunt u zeggen - het beleven van de Kosmologie wil ik u toch nog even een klein woordje geven. Wie de boeken allemaal goed heeft gelezen, is gereed om dit alles te begrijpen. In het begin is het heel eenvoudig, want dan maken wij lichamelijke, menselijke vergelijkingen.

U komt te staan voor alles wat ik u in de jaren heb gegeven, om u gereed te maken voor dieper denken en om u een afstemming te geven voor het leven aan Gene Zijde, uw astrale wereld. Ik heb u door de kracht van de Meesters en mijn eigen wil om de mens op Aarde tot hoger voelen en denken te brengen, een 600 ŕ 700 lezingen gegeven, maar u zal - zoals ik zo vaak heb gezegd - nu voor uzelf kunnen vaststellen, dat wij nu aan het eigenlijke beleven gaan beginnen. Ik ging er altijd omheen en moest vanuit het universum vlug ineens geconcentreerd naar de Aarde een wet bepalen en in handen nemen; uw slaap, uw krankzinnigheid. Kerken hebben wij de fundamenten moeten ontnemen, maar legden daarvoor nieuwe fundamenten in de plaats. Zo nu en dan hoort u André voorlezen; wellicht leest Meester Alcar straks, maar nu hoort u mij. U moet voor uzelf nu maar eens uitmaken, in welke toestand wij ons dan zullen bevinden, als op een gegeven ogenblik - ik hoop zo ver te komen, ik weet het niet - de Albron zal spreken; de mens die nu het Al vertegenwoordigt. Dat zal tot u doordringen en wanneer u dan denkt, dat u nog honderdbiljoenen tijdperken heeft af te leggen, voordat u die Ruimte hebt bereikt en uw Godheid in handen heeft - bewust nu als mens, als vader en moeder - dan zult u toch wel moeten toegeven en hebben te aanvaarden, dat dit, wat u thans gaat beleven, nergens op Aarde, beleefd wordt en wat zelfs de theosofie niet bezit. Dit directe contact krijgt u en leggen de Meesters in handen van de mens! U moet goed begrijpen, dat de Kosmologie u door de laatste lezingen voert. U moet zichzelf  zoals André dat doet, u hoort dat aanstonds - afvragen: Wie ben ik en waarom leef ik nu in deze toestand? In het begin is het heel eenvoudig, het gereedmaken voor de vlucht naar de Ruimte.

Straks kunt u met ons meegaan en zult u die reis beleven. Daarom heeft u de boeken gelezen! U stapt door de kist ..., wij gaan door de trance ..., door de dood komen wij vrij van het organisme .. en dan staat er een Meester vóór ons - André werd door Meester Alcar opgevangen - en hoort u: 'Bent u gereed?' Wanneer u de kist te aanvaarden heeft - dat heb ik u toch geleerd - bent u dan gereed voor de Meester, uw zuster of broeder? Is de eigenwijsheid, de drukte van de Aarde, de hoogmoedswaanzin of het lange gezicht van u weg, wanneer u voor de Goddelijke ernst komt te staan? Is de bereidwilligheid, de rechtvaardigheid, het willen aanvaarden van de mens en het werkelijke liefhebben in u gekomen? Kan de Meester met u hand in hand gaan en bent u zo ver, dat hij vrij kan zijn en zeggen: 'Kom, stel u in op de wetten van leven en dood, op de wetten van het Hiernamaals en stem u af op Zon, Maan en sterren, op één punt in het universum, waarheen wij zullen gaan om aan de Kosmologie voor onszelf en de mens op Aarde te beginnen?' Begrijp goed, mensen, kinderen van deze wereld, zusters en broeders: HET GAAT OM UZELF! Nu betreden wij de heilige, geestelijke en ruimtelijke ernst! Kom niet weer in deze omgeving met uw niet willen begrijpen en denk niet iets te weten. Ook al heb ik u in het verleden duizenden malen de Kosmologie verklaard, u weet nog niets! Waar wij nu mee beginnen - geloof het - daar kunnen wij 10.000 jaar mee doorgaan en dan zijn wij nog niet uitgeput en hebben het laatste woord nog niet gesproken, zo ontzagwekkend diep is nu de mens. Wanneer u straks voor de mens staat, dan zult u eerbied krijgen. Voor die persoonlijkheid? Nee, voor dat leven! U zult Jeus, Jozef, André en Dectar zien. Straks zult u ook voor uzelf moeten uitmaken, wie u eigenlijk nu bent. Maar, wanneer u de deur uitgaat en hier verdwijnt, wie bent u dan? Is uw woord in harmonie met de wetten van de Ruimte? Telkens kom ik tot u terug om aan de colleges, de ontledingen te beginnen en dan vraagt men zich af: Ben ik zo ver en gereed, heb ik maar één wil? Men vroeg aan André: 'Heeft de mens een wil, is de mens natuurlijk in zijn wil?' 'De Wil', zegt straks André tot Jeus, 'die was ik.'

Speelsheid wordt nu niet meer geduld. 'Plat', dialect, Gelders geklets', zegt André, 'heb ik nu niet meer nodig, want de mensen lachen mij uit en jij en Jozef zullen mij vertegenwoordigen. Want wie sprak tot vader, wie speelde op de wolken? Dat was ik; ik was dat en niet jij!' En dit betere ik, dat innerlijke ontwaken voor u is de Kosmologie om fundamenten te leggen voor uw geestelijke 'ik'. Datgene, wat u vanmorgen verlangt, is dat op honderd procent uitgebalanceerd, geďnspireerd? Is dat gevoelsleven van u - kan ik nu eerst vragen - honderd procent wel wetend, liefdevol, harmonisch rechtvaardig?  Heeft u thans uw gehele persoonlijkheid hier op de plaats waar de Kosmologie van uw leven gaat beginnen? Wilt u mij en de Meesters, wilt u de Ruimte wijsmaken, hier waarlijk voor honderd procent geestelijk te zitten? Hier liggen de Kosmische voetangels en klemmen. En, dat betekent, dat Wimpie, dat Pietje - waar u nu piet tegen zegt, een volwassen persoonlijkheid is, een mens die gereed is, die moet zwoegen en werken in de maatschappij om zijn bestaan te vinden. Gingen zij niet met u door dat bestaan? Hadden wij geen medelijden met u, omdat wij weten hoe dat geploeter hier op Aarde is? Maar de wil, de menselijke wil, het willen inzetten en maken van elke goede gedachte, een reis naar de Maan, is het gereedkomen voor het betere ik in de mens. U bent allemaal instrumenten, u heeft allemaal contact met uw Godheid! Maar bent u er reeds aan begonnen? Vandaag snikt u en komt u binnenvallen met: 'Ik ben zo ontroerd' en morgen vliegen er harde, verschrikkelijke woorden over uw lippen. En wilt u dan overmorgen gereed zijn om maar weer opnieuw aan uw Kosmologie te beginnen en de fundamenten te leggen, die geestelijke afstemming bezitten op de eerste sfeer? Want die lezingen gaf ik u. 'De mens en zijn universele liefde' voert ons naar ruimtelijk bewustzijn en dat is de Kosmologie voor uw leven, voor uw karakter, denken en voelen, voor uw liefde, vader en moederschap! ... Tot zover Meester Zelanus in zijn lezing over 'De Kosmologie voor de mens'.

De woorden, die toen op die zondagmorgen in november van het jaar 1951 door hem werden uitgesproken, gelden ook onverkort voor ons. Zijn wij thans gereed om de Kosmologie van Jozef Rulof in onze handen te nemen? Dat is een op zich niet zo gemakkelijk te beantwoorden vraag. Dit kan een ieder maar beter voor zichzelf uitmaken! Wij, als stichting, zaten of zitten met de vraag: Mogen wij wel of niet tot de uitgave van de boeken van de Kosmologie overgaan? Het klinkt wellicht tegenstrijdig met hetgeen wij net beweerden. Wij geloven of vertrouwen nog niet zo op dat gereed zijn voor de Kosmologie. In deze tijd is het eigenlijk nog veel moeilijker voor de mens om tot de eenvoud terug te keren. Ons leven in 1984 is bepaald veel complexer dan het leven in 1952. Ons willen is tot ongekende hoogten opgevoerd. Voor de toegang tot de Kosmologie is, als wij de Meesters goed hebben begrepen, een heel andere wil nodig. De ingang tot die wijsheid voert ons terug naar tijden, die wij ons nu nauwelijks nog kunnen voorstellen. Half Nederland was afgesloten door de Duitsers aan de ene kant en de Geallieerden aan de andere kant. De hel was op Aarde neergedaald. Miljoenen mensen verloren hun geloof, zij liepen als stoffelijke wrakken rond, waren uitgehongerd, het kwaad leek te zegevieren over het goede en alles dreigde ineen te storten. In die tijd maakte één mens zich gereed, stelde zich in en ontving voor heel deze mensheid. Ook hij bezat niets meer, had honger en bezat geen stoffelijke warmte, omdat de brandstof voor de kachel op was. Plaatsen wij dit voor ons hedendaagse leven, dan zouden velen van ons daar alleen al onder bezwijken! Geen bazuingeschal, geen uiterlijk vertoon, terug naar het niets! Dat waren de voorwaarden om HET ALLES te mogen ontvangen. Jozef Rulof gaf dat alles en verdiende daarmee zijn Kosmologie. Hij bezat geen aardse rijkdom, geen tempel of paleis, maar hij bewoonde een bovenwoning ergens in Den Haag. Deze bovenwoning bezat een platje.

Daar zat hij vaak en kwam in contact met de sterren. Hij kwam daar vrij van zijn organisme en vloog de Ruimte in, zijn organisme, dat op het platje achterbleef beleefde de slaap. Het was vaak, dat hij de regen niet bemerkte en dat zijn vrouw hem tot  de 'werkelijkheid' moest terughalen. De schijnwerkelijkheid was verschrikkelijk in de overgang, vooral als Adolf op hetzelfde moment zijn karaktertrekken, in de vorm van een V-2, richting Engeland afschoot. Nee, wij zullen de geboorte van zijn Kosmologie wel nooit helemáál kunnen begrijpen. Wij kunnen u thans mededelen, dat het eerste deel van de Kosmologie van Jozef Rulof binnenkort in druk zal verschijnen en voor u allen verkrijgbaar zal zijn. Voor nadere mededelingen verwijzen wij u naar de rubriek Boekennieuws. Wij vonden het noodzakelijk dit toch verheugende nieuws op deze wijze bij u in te leiden. Bereid u op de ontvangst van het boek voor. Stel u er voor open en zorg, dat de inhoud van de reeds verschenen boeken u daarbij als fundament kan dienen. Wij werden er stil van, toen wij aan het lezen sloegen. Wij wensen, dat u allen de ware sleutel voor de toegang tot deze Goddelijke Wijsheid zal kunnen vinden en gebruiken.
Stichting Wayti. 




Google Analytics Alternative